Hoofdstuk 3: Reclame.
Reclame = een communicatiemiddel dat gebruikmaakt van een massamedium waarvoor
wordt betaald.
3.2. Doelen.
Reclamedoelstellingen moeten de volgende vragen beantwoorden:
- Wat moet er met de reclame bereikt worden met betrekking tot kennis, houding
en/of gedrag? >> = effectdoelstelling.
- Wie moet worden bereikt?
- Welk budget is beschikbaar?
Effectdoelstelling.
- Kennis:
Info geven over (nieuw) product.
- Houding:
Klant moet een bepaalde voorkeur voor een product krijgen.
- Gedrag:
Klanten overhalen.
Klanten stimuleren.
Productgebruik stimuleren.
3.3. Strategische keuzes.
- Uitgaan van behoeften van de klant.
- Keuzes maken.
- Belofte of voordeel.
Functionele voordelen (Unique Selling Proposition, USP) = unieke verkoopproportie.
Voorbeelden van USP’s:
- Dreft bevat een Colorboost Balsem waardoor niet alleen de was schoon wordt, maar
ook de vezels van de kleding glad worden gemaakt en de glans herleeft.
- Vifit bevat de melkzuurbacterie LGG die het imuunsysteem stimuleert en de
weerstand verhoogt.
, Emotionele voordelen (Emotional Selling Proposition, ESP)
Voorbeelden van ESP’s:
- Een merk verbindt zich met bijvoorbeeld schoonheid of vrijheid.
- ‘Open Happiness’, van Coca Cola
3.4. Vormen.
Naar type afzender.
- Fabrikantenreclame.
De fabrikant is degene die de reclameboodschap ontwikkelt en de
wereld inzendt
Coca Cola, Lay’s, Nike.
- Distribuantenreclame (retailreclame):
Degene die het product verkoopt is de afzender van reclame.
HEMA
- Coöperatieve reclame:
Fabrikant en distribuant maken samen reclame.
Supermarkt met merken van fabrikant.
Intel processor die in een HP computer zit.
- Collectieve reclame:
Een hele branche bundelt zijn krachten om daarmee voor een
bepaalde productgroep reclame te maken.
Vaak relatief kleine detaillisten.
‘Gek op bloemen’, Kip reclame.
- Combinatiereclame:
Ondernemers uit verschillende branches maken één reclame.
Gemeenschappelijke belangen.
Geen concurrentie tussen de branches.
Klant naar het centrum trekken.
- Ideële reclame:
Organisaties die met hun werk bij willen dragen aan een betrokken
samenleving.
SIRE bijvoorbeeld.
Overheidsberichten bijvoorbeeld (postbus 51-spots).
Vaak over veiligheid, duurzaamheid en gezondheid.
Reclame = een communicatiemiddel dat gebruikmaakt van een massamedium waarvoor
wordt betaald.
3.2. Doelen.
Reclamedoelstellingen moeten de volgende vragen beantwoorden:
- Wat moet er met de reclame bereikt worden met betrekking tot kennis, houding
en/of gedrag? >> = effectdoelstelling.
- Wie moet worden bereikt?
- Welk budget is beschikbaar?
Effectdoelstelling.
- Kennis:
Info geven over (nieuw) product.
- Houding:
Klant moet een bepaalde voorkeur voor een product krijgen.
- Gedrag:
Klanten overhalen.
Klanten stimuleren.
Productgebruik stimuleren.
3.3. Strategische keuzes.
- Uitgaan van behoeften van de klant.
- Keuzes maken.
- Belofte of voordeel.
Functionele voordelen (Unique Selling Proposition, USP) = unieke verkoopproportie.
Voorbeelden van USP’s:
- Dreft bevat een Colorboost Balsem waardoor niet alleen de was schoon wordt, maar
ook de vezels van de kleding glad worden gemaakt en de glans herleeft.
- Vifit bevat de melkzuurbacterie LGG die het imuunsysteem stimuleert en de
weerstand verhoogt.
, Emotionele voordelen (Emotional Selling Proposition, ESP)
Voorbeelden van ESP’s:
- Een merk verbindt zich met bijvoorbeeld schoonheid of vrijheid.
- ‘Open Happiness’, van Coca Cola
3.4. Vormen.
Naar type afzender.
- Fabrikantenreclame.
De fabrikant is degene die de reclameboodschap ontwikkelt en de
wereld inzendt
Coca Cola, Lay’s, Nike.
- Distribuantenreclame (retailreclame):
Degene die het product verkoopt is de afzender van reclame.
HEMA
- Coöperatieve reclame:
Fabrikant en distribuant maken samen reclame.
Supermarkt met merken van fabrikant.
Intel processor die in een HP computer zit.
- Collectieve reclame:
Een hele branche bundelt zijn krachten om daarmee voor een
bepaalde productgroep reclame te maken.
Vaak relatief kleine detaillisten.
‘Gek op bloemen’, Kip reclame.
- Combinatiereclame:
Ondernemers uit verschillende branches maken één reclame.
Gemeenschappelijke belangen.
Geen concurrentie tussen de branches.
Klant naar het centrum trekken.
- Ideële reclame:
Organisaties die met hun werk bij willen dragen aan een betrokken
samenleving.
SIRE bijvoorbeeld.
Overheidsberichten bijvoorbeeld (postbus 51-spots).
Vaak over veiligheid, duurzaamheid en gezondheid.