vooroordelen
De ontvanger decodeert op zijn eigen manier/naar zijn mogelijkheden. Belangrijk om dus te
checken of een ander begrijpt wat jij bedoelt.
Effecten lichaamstaal in communicatie: lichaamstaal speelt een rol bij het bepalen van de
relatie, van de onderlinge verhoudingen. Met lichaamstaal bedoelen we: de communicatieve
boodschappen die door gebaren, gezichtsuitdrukking, lichaamshouding, stemgeluid en
oogcontact worden overgebracht. Bijv. de intimiderende handdrukken van Trump.
Lichaamstaal kan kan een boodschap op betrekkingsniveau duidelijk maken.
Watzlawick:
1. Men kan niet niet communiceren
2. Communicatie vindt plaats op verschillende niveaus
Digitaal: gekenmerkt door een complexe logische Sytax (taalregels). Hierdoor kan
complexe , abstracte informatie ‘verstuurd’ en ontvangen worden. Vaak versturen we
de inhoud van wat we willen zegge (het inhoudsniveau) dus digitaal.
Analoog: kent geen logische Sytax maar vooral betekenisdichtheid. Het is gebaseerd
op gelijkenis Zwakte: ze moet verwijzen of iets in de concrete wereld EN is vatbaar
voor verschillende interpretaties.
Inhoud - wat we zeggen, het onderwerp, de letterlijke verbale boodschap
Betrekking- de relatie die wordt voorgesteld. Hoe is de betrekking tussen de personen. We
doen in de communicatie een relatievoorstel door toon, houding, gebaren en de rol die we
innemen. We presenteren ons op een bepaalde manier, bijvoorbeeld als boven- of
ondergeschikte, wie is de baas, etc. Wordt veelal analoog gecommuniceerd.
Samen komen: woorden uitspreken (digitaal), druk je via toon en mimiek (analoog) uit hoe de
boodschap moet worden begrepen (betrekkingsniveau)
3. Interpunctie Problematiek: interpunctie geeft in de communicatie aan waar het begin wordt
gelegd, wat als oorzaak van iets wordt gezien. Wanneer er interpunctie problematiek is is er
een verschil tussen de gezonden en ontvangen boodschap. twee partijen leggen de
interpunctie, het begin/de oorzaak, anders. Ze zien het probleem niet als een interactie
probleem maar zoeken naar één oorzaak.
Manier om uit interpunctie problematiek te komen is het probleem op ‘meta niveau’ te
benoemen. Dat wil zeggen dat je praat óver de manier waarop je praat, of met elkaar
omgaat.
Metacommunicatie: met elkaar praten over hoe je communiceert.
Congruent (ander woord voor echt): Als de lichaamstaal in overeenstemming is met de
inhoud van iemands boodschap.
Incongruentie: als je lichaamstaal niet in overeenstemming is met de inhoud van iemands
boodschap.
vb: Lachen als je bijvoorbeeld bang bent. Eentonig zeggen: wat leuk om je te zien.