Paragraaf 1: Voor niks gaat de zon op
Begrippen:
Arbeid: Het werken en denken van mensen bij de productie.
Consument: Iemand die goederen en diensten koopt.
Consumptiegoederen: Goederen en diensten waarmee consumenten in hun behoeften voorzien. (je koopt dit)
Goederen: Tastbare producten, zoals een brood.
kapitaalgoederen: Goederen die worden ingezet in een productieproces.
Middelen: Zaken waarmee de behoeften vervuld kunnen worden, zoals bv je hebt een inkomen nodig om een scooter
te kopen.
Ondernemerschap: De productiefactoren natuur, arbeid en kapitaal combineren bij de productie.
Productiefactoren: arbeid, natuur, kapitaal en onderneming schap
Schaars goed: goed waarvoor productiefactoren ingezet moeten worden om het te verkrijgen
Wat is economie?
- Het vak economie bestudeert hoe mensen hun behoeften bevredigen door middel van schaarse goederen
- Om in de behoeften te voorzien, hebben ze middelen nodig. Bijvoorbeeld een inkomen of spaargeld
Wat is schaarste? En waar leid dit soms naar toe?
- Je hebt niet voldoende middelen om in al je behoeften te voorzien. (geld, tijd)
- Schaarste leid tot het maken van keuzes.
Wat zijn schaarse goederen?
- goederen dat geld (of tijd) kost. Productiefactoren zijn nodig om producten of diensten te produceren.
Voorbeeld: voor het produceren van koffie in een restaurant heb je nodig, water, koffiebonen en een
koffiezetapparaat. Koffie is dus een schaars goed.
Wat zijn vrije goederen?
- Geen productiefactoren nodig om te produceren, zoals de zon (gratis licht) of een regenbui (gratis water)
Noem de 4 productiefactoren?
- Natuur (pacht): lucht, grond, en water
- Arbeid (salaris): werknemers
- Kapitaal (rente): kapitaalgoederen zoals machines, gereedschap en bedrijfspanden
- Ondernemerschap (winst): eigenaar van het bedrijf, kennis
Om zo goed mogelijk in je behoeften te voorzoen, zijn er twee mogelijkheden, welke?
- Zelfvoorziening: Zelf producten maken, je bakt bijvoorbeeld je eigen brood.
- Je koopt goederen en diensten ( je bent dan een consument)
Wat is een indirecte ruil?
- Je gebruikt geld om goederen en diensten te kopen
Paragraaf 2: kiezen is verliezen
Wat betekent alternatief aanwendbaar?
- Op verschillende manieren inzetten van middelen. Voorbeeld: hoe kan je, je
mobiel op verschillende manieren inzetten, bellen, appen, foto’s maken.
Wat is een budgetlijn?
- Een budgetlijn geeft alle mogelijke combinaties (van 2 producten) aan die je
met een bepaalde budget kan doen (zie afbeelding hiernaast)
Hoe teken je een budgetlijn?
- Stel de budgetfunctie op →Bepaal de snijpunten →Teken de budgetlijn
1