2. In welke gebied is chemische verwering het sterkst?
3. In welke gebied is mechanische verwering het sterkst?
4. Hierna staan twee uitspraken. Welke van de uitspraken is/zijn juist?
- I Erosie kan plaatsvinden doordat de wind zand meeneemt.
- II V-vormige dalen ontstaan door de schurende werking van verweringsmateriaal in gletsjers.
5. Welk sediment is niet gesorteerd?
6. Welke rivier sorteert het verweringsmateriaal het meest?
7. De kleigrond in Friesland is een voorbeeld van …?
8. Wat is een ander woord voor tussenijstijd?
9. Welk materiaal dat zich in een morene bevindt, blijft het langst in de morene aanwezig?
10. De laatste twee ijstijden hebben het Nederlandse landschap mede gevormd. Welke van de
volgende verschijnselen of sediment hoort bij de laatste ijstijd?
11. 'In deze periode breidde het landijs zich uit vanuit Scandinavië. Het ijs bereikte Denemarken
en Noord-Duitsland. Nederland was een poolwoestijn.' Dit is een omschrijving van….?
12. Welke transportkracht heeft het Nederlandse landschap het meest beïnvloed tijdens de
laatste ijstijd?
13. De Veluwe bestaat grotendeels uit natuur; de Gelderse Vallei uit akkers en weilanden.
Waarom zijn de heidegronden op de Veluwe aan het einde van de 19e eeuw niet
ontgonnen?
14. In de Gelderse Vallei is het bodemgebruik vooral ….?
15. Hierna staan twee uitspraken over de stuwwallen op de Veluwe. Welke van de uitspraken
is/zijn juist?
- De stuwwallen bestaan uit afzettingen van de voorlopers van de Rijn en de Maas.
- De stuwwallen werden gevormd in het Saalien.
16. De Rhône ontspringt in de Zwitserse Alpen. In welk deel van de rivier zal vooral grind afgezet
worden?