DOELSTELLINGEN KUNSTVOEDING
Kunstvoeding: theorie (handboek)
Hoofdstuk 1
Aangeven in welke specifieke gevallen er beter niet gekozen wordt voor borstvoeding.
HIV
Actieve tuberculose
Kanker behandeld met med.
Duggebruik
Cocaïne, heroïne of marihuana
Ernstige alcoholgebruik
Congenitale lactose-intoleratie
Galactosemie
Fenylketonurie
Weergeven wanneer het aanbevolen is om gekolfde moedermelk te verrijken met EW- en mineraal
supplementen
Extreme prematuren; <34w
Ernstige dysmaturiteit
De belangrijkste aandoeningen weergeven, waarvan wetenschappelijk is aangetoond dat ze verschil in
gezondheidsuitkomst voor zowel moeder als kind
Moeder
Borstkanker
Diabetes
B.m.kanker
Kind
Necrotiserende entercolitis
Sepsis
Obesitas
Diabetes
Hoofdstuk 2
Het productieproces van kunstvoeding in grote lijnen beschrijven
Verschilt van merk en per soort
1) Primaire ingrediënten worden gemengd
Stapsgewijs voegt men dit toe
Vloeibare melkbasis vet, emulgatoren, mineralen, vit., en stabilisatoren
2) Mix wordt gepasteuriseerd
= beschermd voorlopige mix tegen bac., gisten en schimmels
, 3) Melkbasis wordt gehomogeniseerd met mixers
Verbeterd uniformiteit v/d mix
Verhoogd stabiliteit door de vetpartikels te verkleinen
4) Mix wordt gecontroleerd op aantal parameters
pH
Nagaan van verschillende gehaltes
5) Mix wordt gesproeidroogd
Mengeling wordt verneveld
Water verdampt en poeder blijft achter
Hoofdstuk 3
Aangeven op welk wettelijk niveau de samenstelling van kunstmelk (zowel start- als opvolgmelk) is vastgelegd
Op Europees wettelijk niveau
Aangeven welke calorie-inhoud van kunstvoeding wettelijk is vastgelegd
Zowel voor start- als opvolgmelk: 60-70 kcal/ 100ml
Aangeven voor welke aandoeningen een hyperosmotische voeding een risicofactor is.
Necrotiserende entercolitis
Hoofdstuk 4
Uitleggen waarom kunstvoedingen nooit actieve eiwitten bevatten (zoals antilichamen en enzymes)
Omdat bij productie worden blootgesteld aan heel hoge temp.
Denaturatie
= verliezen van 3dimensionale structuur van eiwitten
Het verschil aangeven tussen de 2 type eiwitten die gebruikt worden in kunstmelk en het belang van hun
verhouding
Caseïne- eiwitten
40% in kunstvoeding
Moeilijk verteerbaar
Wei- eiwitten
60% in kusntvoeding
Makkelijk verteerbaar
Uitleggen waarom het Wei-eiwittype, de hoogste nutritionele waarde heeft bij de eiwitsamenstelling van
zuigelingenvoeding
Aminozuursamenstelling benadert het biologische optimum
Hoger gehalte aan essentiële aminozuren
Kunstvoeding: theorie (handboek)
Hoofdstuk 1
Aangeven in welke specifieke gevallen er beter niet gekozen wordt voor borstvoeding.
HIV
Actieve tuberculose
Kanker behandeld met med.
Duggebruik
Cocaïne, heroïne of marihuana
Ernstige alcoholgebruik
Congenitale lactose-intoleratie
Galactosemie
Fenylketonurie
Weergeven wanneer het aanbevolen is om gekolfde moedermelk te verrijken met EW- en mineraal
supplementen
Extreme prematuren; <34w
Ernstige dysmaturiteit
De belangrijkste aandoeningen weergeven, waarvan wetenschappelijk is aangetoond dat ze verschil in
gezondheidsuitkomst voor zowel moeder als kind
Moeder
Borstkanker
Diabetes
B.m.kanker
Kind
Necrotiserende entercolitis
Sepsis
Obesitas
Diabetes
Hoofdstuk 2
Het productieproces van kunstvoeding in grote lijnen beschrijven
Verschilt van merk en per soort
1) Primaire ingrediënten worden gemengd
Stapsgewijs voegt men dit toe
Vloeibare melkbasis vet, emulgatoren, mineralen, vit., en stabilisatoren
2) Mix wordt gepasteuriseerd
= beschermd voorlopige mix tegen bac., gisten en schimmels
, 3) Melkbasis wordt gehomogeniseerd met mixers
Verbeterd uniformiteit v/d mix
Verhoogd stabiliteit door de vetpartikels te verkleinen
4) Mix wordt gecontroleerd op aantal parameters
pH
Nagaan van verschillende gehaltes
5) Mix wordt gesproeidroogd
Mengeling wordt verneveld
Water verdampt en poeder blijft achter
Hoofdstuk 3
Aangeven op welk wettelijk niveau de samenstelling van kunstmelk (zowel start- als opvolgmelk) is vastgelegd
Op Europees wettelijk niveau
Aangeven welke calorie-inhoud van kunstvoeding wettelijk is vastgelegd
Zowel voor start- als opvolgmelk: 60-70 kcal/ 100ml
Aangeven voor welke aandoeningen een hyperosmotische voeding een risicofactor is.
Necrotiserende entercolitis
Hoofdstuk 4
Uitleggen waarom kunstvoedingen nooit actieve eiwitten bevatten (zoals antilichamen en enzymes)
Omdat bij productie worden blootgesteld aan heel hoge temp.
Denaturatie
= verliezen van 3dimensionale structuur van eiwitten
Het verschil aangeven tussen de 2 type eiwitten die gebruikt worden in kunstmelk en het belang van hun
verhouding
Caseïne- eiwitten
40% in kunstvoeding
Moeilijk verteerbaar
Wei- eiwitten
60% in kusntvoeding
Makkelijk verteerbaar
Uitleggen waarom het Wei-eiwittype, de hoogste nutritionele waarde heeft bij de eiwitsamenstelling van
zuigelingenvoeding
Aminozuursamenstelling benadert het biologische optimum
Hoger gehalte aan essentiële aminozuren