Probleem 1: Stress
Stress Allostatic load: effecten v/h General Adaptation Syndrome (GAS) (Seyle)
- Focus op omgeving (stimulus): lichaam die aanpassen aan 1. Alarmreactie: fight-or-flight respons op noodsiutatie die
stressors stressoren (vb: hormonen bronnen in lichaam mobiliseert.
- Focus op reactie van mensen op bloeddruk) - Sympatisch ZS > bijnieren (epinefrine & norepinefrine) >
stressors (respons): strain - Stressfactoren: HPA > hypofyse (ACTH) > bijnier (cortisol)
- Focus op interactie van persoon en o Hoeveelheid 2. Resistance: bij aanhouden van stressor gaat HPA
omgeving (proces): transacties blootstelling overheersen > kan leiden tot ziekten van adaptatie
- Reactiviteit: fysiologische respons op o Sterkte van reactiviteit 3. Exhaustion: lang aan houdende stressor > verslechterd
stressor (beinv. door gen. factoren) o Snelheid van herstel immuunsysteem + uitputting energie
- Distress: slechte/schadelijke stress o Herstel van bronnen
- Eustress: goede/gezonde stress
Angst (fear)
- Fobieën: intens &
Fight-or-flight response (Cannon): perceptie irrationeel, specifiek &
van gevaar sympatisch ZS bijnieren geassocieerd met omg Seyle dacht dat GAS non-specifiek/onafh is mbt soort stressor,
scheiden epinefrine uit => adaptief (positief), - Anxiety: vaag gevoel tegenbewijs/kritiek:
aanhoudend (negatief) van ongemak/vrees/ 1. Sommige stressoren zorgen voor sterkere emotionele
onzekerheid response dan andere (stijging van verschillende hormonen)
(John Mason)
2. Patroon van fysiologische arousal onder stress afh van 2
Transactional Model van Stress
factoren: effort en distress (Frankenhaeuser)
(Lazarus)
- Effort: interesse/vastberadenheid, distress:
- Cognitive appraisal (beoordeling):
angst/onzekerheid/verveling
mentaal proces
- Effort + distress: catecholamine, cortisol (vb.:
- Primaire beoordeling: beoordelen van
lopendebandwerk)
betekenis van situatie voor welzijn
- Effort (geen distress): vrolijk/actief/succesvolle coping,
(relevant, goed of stressvol) indien
hoge werkbetrokkenheid en zelfcontrole
stressvol: 3 verdere implicaties: harm-
catecholamine en cortisol onderdrukt
loss (schade die al gedaan is),
- Distress (geen effort): hopeloosheid/controleverlies en
bedreiging (threat; verwachting
opgeven cortisol en catecholamine kan ook stijgen
toekomstige schade), uitdaging
3. Cognitieve beoordelingsprocessen (appraisal) spelen rol bij
(challenge; mogelijkheid om te winnen
reactie op stressors (vb.: intelligente kinderen meer stress
van de eis)
voor cijfers)
- Secundaire beoordeling: beoordelen
Basisstructuur GAS valide, maar houdt geen rekening met
van beschikbare bronnen om met
psychosociale factoren van stress
schade/bedreiging/uitdaging om te gaan
,Psychosociale factoren stress Coping met stress door adaptieve regulatie van automatische cognitieve verwerking – Putman & Roelofs
- Stress cognitive (executieve functioneren - Cortisol faciliteert mogelijk coping na psychologische stress vermindert angst als reactie op stressor
- Cognitive appraisal stress - Cortisol schadelijk voor geheugen
- Stress & boosheid negatief sociaal - Cortisol: product van HPA-as & gezien als stresshormoon
contact o Effecten van cortisol op CZS vn. merkbaar in herstelfase na stress andere stresshormonen zijn
o V vaker grote & kleine stressoren + tend- sneller
and-befriend o Zou stress kinnen verminderen, maar werkt pas na paar minuten inhibitie, soortgelijke effecten
o M reageren fysiek heftiger op stress & als dopamine en serotonine
langer nodig om te herstellen + meer o Herstellende werking zorgt na acute situatie voor doelgericht gedrag
fight/flight - Prefrontale cortex (ivm cognitieve functies) reflexief & stimulus-gedreven
- H: cortisol zorgt voor herstel van balans tussen stimulus-gerealteerde en doelgerichte emotionele
verwerking
Stress meten - Cognitieve verwerkingshypothese: farmacologische interventies die cogn. verwerking kunnen
- Polygraph: AH, BD & HS veranderen, hebben indirect invl op affectieve functioneren invl coritisol op emotionele verwerking
- Skin conductance responses: elektrische - Traumatische herinneringshypothese: glucocorticoïd kan angstige reacties op bedreigende situaties
lading huid meten verbeteren door ophalen van traumatische herinneringen te verhinderen irrelevante emotionele
- Bloedanalyse informatie inhiberen
o Corticosteroids: cortisol o Cortisol positief effect op gemoedstoestand na stressor
o Catecholamies ((nor)epinefrine) o Cortisol effect op doelgericht/gemotiveerd gedrag (L: rol van gender) ook meer
- Self-reports: levensgebeurtenissen & daily risico/agressiever gedrag
hassles (=geassoc. met gezondh.) o Cortisol inhibeert taak-irrelevante stimuli
o Cortisol geen effect op amygdalarespons, subj arousal bij emot. gezichten arousal neutrale
stimuli
Stress & gezondheid
- Korte termijn: adaptieve aard
Approach/approach: keuze bij 2
- Lange termijn: veranderingen die niet aan te
gewenste doelen die
passen zijn
onverenigbaar zijn > makkelijk
- Stressrespons: activatie HPA-systeem >
oplossen + hoe belangrijker hoe
sympatische ZS > (nor)epinefrine
meer stress
(bijniermerg, adrenal medulla)
Avoidance/avoidance: keuze
- Stressoren produceren ook cytokines >
tussen 2 ongewenste situaties >
onsteking & koorts
moeilijk oplossen + erg stressvol
- Dierenonderzoeken
Approach/avoidance: een doel
o Onethisch & niet representatief voor
heeft zowel voor- als nadelen >
echte leven
stressvol + moeilijk oplossen
o Subordination stress: onderdrukking
binnen diersoort levert stress op
onderaan hierarchie (pesten)
, Impliciet emotioneel leren (Claparède) Amygdala & impliciet leren Neuropsychologie angstleren & angstregulatie
- Impliciet leren: Pavloviaans, neutrale stimulus - Schade amygdala: niet hand - Hamm & Weike
zorgt voor negatieve reactie/emotie door associatie wegtrekken als ze steeds schok - Angstsysteem
met negatieve gebeurtenis fear conditioning kregen, maar verwachten wel schok o Selectivity: systeem snel geactiveerd als
o Rol amygdala in emotioneel leren: schade bij vragen dissociatie expliciete soortgelijke stimulus als eerder
belemmert geconditioneerde, leasies blokkeren (verwachting) & impliciete kennis bedreigende wordt gepresenteerd
verwerven van CR/uitdrukken van CS (handeling) o Automaticity: systeem reageert snel
- Laterale nuclues: plek waar info van versch - Schade hippocampus: wel impliciet low road
breingebieden samenkomt, waardoor associaties maar geen expliciete kennis o Encapsulation: indien systeem actief is,
voor fear conditioning worden gevormd moeilijk tegen te gaan dmv verbale
- Cellen in superieure dorsale laterale amygdala instructies/bewustwording
snelle veranderingen die CS verbindt met US na VB.: rat & lampje met schok
o Specific neural circuitry: systeem
#keer terug naar beginpunt, maar cellen in 1. CS: lampje laten zien
2. US: schok krijgen na zien lampje hierdoor gereguleerd
inferieure dorsale laterale gebied veranderd door - Fear-potentiated startle: gold van
negatieve associatie (zit in geheugen) sign in 3. UR: Schok zorgt voor
angstreactie bewegingen langs neurale as (boven naar
centrale nucleus sneller als bedreigend zien beneden door neruale delen) die
- Info over angstige stimulus bereikt amygdala door 2 4. CR: alleen lampje zorgt voor
angstreactie veroorzaakt wordt door plotseling
afzonderlijke/gelijktijdige paden: sensorische gebeurtenis freq neemt toe
o Low road: thalamus amygdala zonder bij geconditioneerde angststimulus
filtering door bewuste controle > info onzuiver Neuropsychologie angstleren & - Exp. met startle reflex (SR):
en incomplete > primed amygdala voor snelle angstregulatie - Hamm & Weike geconditioneerde stimulus, gevolgd door
reactie (fight-or-flight) - Procedureel/impliciet geheugen: wel (CS+) of geen (CS-) schok controle:
o High road: sensorische info over stimulus > gedragsorganisatie trilling R: SR groter bij schok dan geen;
thalamus > sensorische cortex (analyse) > - Cognitief/expliciet geheugen: bij trilling geen verschil (alleen bij skin
amygdala langzamer, maar herinneringen met bewuste conductance)
precieser/completer & rationeler gedachten o Skin conductance: meten cognitief leren
- Bewijs amygdala gevoelig voor categorieën: o Fear conditioning: impliciet > (onthouden nodig); startle potentiation;
o Aangeboren biologische motie > bewegingsinfo amygdala meten van angst
> R amygdala geactiveerd; levenloos of o Leren in welke context stimuli - Schade: bilaterale schade amygdala:
levend? bedreigend is: complete opheffing angstreactie; unilaterale
o Single-cell recordings: neuronen in R declaratief/expliciet geheugen > schade: geïnstrueerde angst; centrale
amygdala reageren vn op afbeeldingen met activatie hippocampus > nucleus: blokkade schrik
dieren huidgeleidingsconditionering - Tweelevel-verklaring
o US- > subcorticale defensiesysteem in
amgydala activeren > angstverw dus
geen corticale verwerking van CS nodig
Stress Allostatic load: effecten v/h General Adaptation Syndrome (GAS) (Seyle)
- Focus op omgeving (stimulus): lichaam die aanpassen aan 1. Alarmreactie: fight-or-flight respons op noodsiutatie die
stressors stressoren (vb: hormonen bronnen in lichaam mobiliseert.
- Focus op reactie van mensen op bloeddruk) - Sympatisch ZS > bijnieren (epinefrine & norepinefrine) >
stressors (respons): strain - Stressfactoren: HPA > hypofyse (ACTH) > bijnier (cortisol)
- Focus op interactie van persoon en o Hoeveelheid 2. Resistance: bij aanhouden van stressor gaat HPA
omgeving (proces): transacties blootstelling overheersen > kan leiden tot ziekten van adaptatie
- Reactiviteit: fysiologische respons op o Sterkte van reactiviteit 3. Exhaustion: lang aan houdende stressor > verslechterd
stressor (beinv. door gen. factoren) o Snelheid van herstel immuunsysteem + uitputting energie
- Distress: slechte/schadelijke stress o Herstel van bronnen
- Eustress: goede/gezonde stress
Angst (fear)
- Fobieën: intens &
Fight-or-flight response (Cannon): perceptie irrationeel, specifiek &
van gevaar sympatisch ZS bijnieren geassocieerd met omg Seyle dacht dat GAS non-specifiek/onafh is mbt soort stressor,
scheiden epinefrine uit => adaptief (positief), - Anxiety: vaag gevoel tegenbewijs/kritiek:
aanhoudend (negatief) van ongemak/vrees/ 1. Sommige stressoren zorgen voor sterkere emotionele
onzekerheid response dan andere (stijging van verschillende hormonen)
(John Mason)
2. Patroon van fysiologische arousal onder stress afh van 2
Transactional Model van Stress
factoren: effort en distress (Frankenhaeuser)
(Lazarus)
- Effort: interesse/vastberadenheid, distress:
- Cognitive appraisal (beoordeling):
angst/onzekerheid/verveling
mentaal proces
- Effort + distress: catecholamine, cortisol (vb.:
- Primaire beoordeling: beoordelen van
lopendebandwerk)
betekenis van situatie voor welzijn
- Effort (geen distress): vrolijk/actief/succesvolle coping,
(relevant, goed of stressvol) indien
hoge werkbetrokkenheid en zelfcontrole
stressvol: 3 verdere implicaties: harm-
catecholamine en cortisol onderdrukt
loss (schade die al gedaan is),
- Distress (geen effort): hopeloosheid/controleverlies en
bedreiging (threat; verwachting
opgeven cortisol en catecholamine kan ook stijgen
toekomstige schade), uitdaging
3. Cognitieve beoordelingsprocessen (appraisal) spelen rol bij
(challenge; mogelijkheid om te winnen
reactie op stressors (vb.: intelligente kinderen meer stress
van de eis)
voor cijfers)
- Secundaire beoordeling: beoordelen
Basisstructuur GAS valide, maar houdt geen rekening met
van beschikbare bronnen om met
psychosociale factoren van stress
schade/bedreiging/uitdaging om te gaan
,Psychosociale factoren stress Coping met stress door adaptieve regulatie van automatische cognitieve verwerking – Putman & Roelofs
- Stress cognitive (executieve functioneren - Cortisol faciliteert mogelijk coping na psychologische stress vermindert angst als reactie op stressor
- Cognitive appraisal stress - Cortisol schadelijk voor geheugen
- Stress & boosheid negatief sociaal - Cortisol: product van HPA-as & gezien als stresshormoon
contact o Effecten van cortisol op CZS vn. merkbaar in herstelfase na stress andere stresshormonen zijn
o V vaker grote & kleine stressoren + tend- sneller
and-befriend o Zou stress kinnen verminderen, maar werkt pas na paar minuten inhibitie, soortgelijke effecten
o M reageren fysiek heftiger op stress & als dopamine en serotonine
langer nodig om te herstellen + meer o Herstellende werking zorgt na acute situatie voor doelgericht gedrag
fight/flight - Prefrontale cortex (ivm cognitieve functies) reflexief & stimulus-gedreven
- H: cortisol zorgt voor herstel van balans tussen stimulus-gerealteerde en doelgerichte emotionele
verwerking
Stress meten - Cognitieve verwerkingshypothese: farmacologische interventies die cogn. verwerking kunnen
- Polygraph: AH, BD & HS veranderen, hebben indirect invl op affectieve functioneren invl coritisol op emotionele verwerking
- Skin conductance responses: elektrische - Traumatische herinneringshypothese: glucocorticoïd kan angstige reacties op bedreigende situaties
lading huid meten verbeteren door ophalen van traumatische herinneringen te verhinderen irrelevante emotionele
- Bloedanalyse informatie inhiberen
o Corticosteroids: cortisol o Cortisol positief effect op gemoedstoestand na stressor
o Catecholamies ((nor)epinefrine) o Cortisol effect op doelgericht/gemotiveerd gedrag (L: rol van gender) ook meer
- Self-reports: levensgebeurtenissen & daily risico/agressiever gedrag
hassles (=geassoc. met gezondh.) o Cortisol inhibeert taak-irrelevante stimuli
o Cortisol geen effect op amygdalarespons, subj arousal bij emot. gezichten arousal neutrale
stimuli
Stress & gezondheid
- Korte termijn: adaptieve aard
Approach/approach: keuze bij 2
- Lange termijn: veranderingen die niet aan te
gewenste doelen die
passen zijn
onverenigbaar zijn > makkelijk
- Stressrespons: activatie HPA-systeem >
oplossen + hoe belangrijker hoe
sympatische ZS > (nor)epinefrine
meer stress
(bijniermerg, adrenal medulla)
Avoidance/avoidance: keuze
- Stressoren produceren ook cytokines >
tussen 2 ongewenste situaties >
onsteking & koorts
moeilijk oplossen + erg stressvol
- Dierenonderzoeken
Approach/avoidance: een doel
o Onethisch & niet representatief voor
heeft zowel voor- als nadelen >
echte leven
stressvol + moeilijk oplossen
o Subordination stress: onderdrukking
binnen diersoort levert stress op
onderaan hierarchie (pesten)
, Impliciet emotioneel leren (Claparède) Amygdala & impliciet leren Neuropsychologie angstleren & angstregulatie
- Impliciet leren: Pavloviaans, neutrale stimulus - Schade amygdala: niet hand - Hamm & Weike
zorgt voor negatieve reactie/emotie door associatie wegtrekken als ze steeds schok - Angstsysteem
met negatieve gebeurtenis fear conditioning kregen, maar verwachten wel schok o Selectivity: systeem snel geactiveerd als
o Rol amygdala in emotioneel leren: schade bij vragen dissociatie expliciete soortgelijke stimulus als eerder
belemmert geconditioneerde, leasies blokkeren (verwachting) & impliciete kennis bedreigende wordt gepresenteerd
verwerven van CR/uitdrukken van CS (handeling) o Automaticity: systeem reageert snel
- Laterale nuclues: plek waar info van versch - Schade hippocampus: wel impliciet low road
breingebieden samenkomt, waardoor associaties maar geen expliciete kennis o Encapsulation: indien systeem actief is,
voor fear conditioning worden gevormd moeilijk tegen te gaan dmv verbale
- Cellen in superieure dorsale laterale amygdala instructies/bewustwording
snelle veranderingen die CS verbindt met US na VB.: rat & lampje met schok
o Specific neural circuitry: systeem
#keer terug naar beginpunt, maar cellen in 1. CS: lampje laten zien
2. US: schok krijgen na zien lampje hierdoor gereguleerd
inferieure dorsale laterale gebied veranderd door - Fear-potentiated startle: gold van
negatieve associatie (zit in geheugen) sign in 3. UR: Schok zorgt voor
angstreactie bewegingen langs neurale as (boven naar
centrale nucleus sneller als bedreigend zien beneden door neruale delen) die
- Info over angstige stimulus bereikt amygdala door 2 4. CR: alleen lampje zorgt voor
angstreactie veroorzaakt wordt door plotseling
afzonderlijke/gelijktijdige paden: sensorische gebeurtenis freq neemt toe
o Low road: thalamus amygdala zonder bij geconditioneerde angststimulus
filtering door bewuste controle > info onzuiver Neuropsychologie angstleren & - Exp. met startle reflex (SR):
en incomplete > primed amygdala voor snelle angstregulatie - Hamm & Weike geconditioneerde stimulus, gevolgd door
reactie (fight-or-flight) - Procedureel/impliciet geheugen: wel (CS+) of geen (CS-) schok controle:
o High road: sensorische info over stimulus > gedragsorganisatie trilling R: SR groter bij schok dan geen;
thalamus > sensorische cortex (analyse) > - Cognitief/expliciet geheugen: bij trilling geen verschil (alleen bij skin
amygdala langzamer, maar herinneringen met bewuste conductance)
precieser/completer & rationeler gedachten o Skin conductance: meten cognitief leren
- Bewijs amygdala gevoelig voor categorieën: o Fear conditioning: impliciet > (onthouden nodig); startle potentiation;
o Aangeboren biologische motie > bewegingsinfo amygdala meten van angst
> R amygdala geactiveerd; levenloos of o Leren in welke context stimuli - Schade: bilaterale schade amygdala:
levend? bedreigend is: complete opheffing angstreactie; unilaterale
o Single-cell recordings: neuronen in R declaratief/expliciet geheugen > schade: geïnstrueerde angst; centrale
amygdala reageren vn op afbeeldingen met activatie hippocampus > nucleus: blokkade schrik
dieren huidgeleidingsconditionering - Tweelevel-verklaring
o US- > subcorticale defensiesysteem in
amgydala activeren > angstverw dus
geen corticale verwerking van CS nodig