Hoorcollege week 2 – 13-10-15
Sociologie in meervoud: Vier sociologische
perspectieven
Verschillende perspectieven tegelijkertijd van belang. Waarom theorie zo
belangrijk is:
Theorieën sturen de waarneming: vragen stellen vanuit een bepaalde
theorie, theorie geeft betekenis aan een waarneming
Theorie fungeert als zoeklicht: laat zien welke verschijnselen belangrijk zijn
en welke niet
“feiten zijn geen naaktlopers”: theorie geeft betekenis aan waargenomen
feiten – feiten op zich zeggen niet zoveel, pas wanneer ze een rol spelen in
de waarneming
Theorie =
Paradigma =
Sociologie als poli-paradigmatische wetenschap: diverse theoretische
perspectieven naast elkaar = typerend voor sociologie.
Vier manieren van kijken – realistischer beeld van de werkelijkheid:
Functionalisme: Samenleving als een samenhangend geheel.
Conflictsociologie: Samenleving als strijdtoneel.
Symbolisch interactionisme: Samenleving van betekenis gevende
individuen.
Rationele keuze theorie: Samenleving van calculerende individuen.
Functionalisme
Basisgedachte: Samenleving = samenhangend geheel. Alle sociale
verschijnselen kunnen het best worden verklaard in termen van de functies
die zij vervullen voor het goed functioneren en dus de continuïteit van de
samenleving.
o Alle sociale verschijnselen hebben dus een bepaalde functie in de
samenleving – dragen bij aan het voortbestaan/goed functioneren
van de samenleving.
Centrale vraag: wat is de functie van sociale verschijnselen?
o Bijvoorbeeld: Waarom is het belangrijk voor de samenleving dat
kinderen naar school gaan? kennis overdracht, kinderen leren
normen en waarden, socialisatie.
Hoofdpersonen: Durkheim, Parsons, Merton.
o Durkheim: niet zoeken naar oorzaken van en een verschijnsel,
maar naar de functie van sociale verschijnselen. Verduidelijken wat
die functie teweegbrengt binnen een samenleving.
, o Merton
Manifeste functies: herkende en bedoelde gevolgen van
een sociaal patroon – functies die voor iedereen duidelijk zijn
Latente functies: niet-herkende, onbedoelde gevolgen van
een sociaal patroon – verborgen functies
Vb. latente functies van arbeid (Jahoda 1982):
Tijdstructurering
Sociale contacten
Zingeving
Status en identiteit
Psychologisch welbevinden
Theoretische uitgangspunten:
Biologische verklaringswijze: Welke functie heeft een verschijnsel –
waarom dit van belang is: als iets geen functie heeft dan zal dit uiteindelijk
uitsterven.
Evolutionisme
Functies versus dysfuncties: een bepaald sociaal verschijnsel is disfunctioneel
als de effecten ervan nadelig zijn voor de functionele vereisten en het
voortbestaan van een systeem (vgl. criminaliteit, migratie, zelfmoord) –
dysfuncties verstoren de ordelijke samenleving.
Maar: wat voor de een functioneel is, kan voor de ander disfuntioneel zijn (vgl.
de ‘functie’ van een staking voor werkgevers en werknemers)
Voorbeelden dysfuncties:
o Staking – dysfunctioneel vanuit het ene perspectief, bijvoorbeeld als
fabriekseigenaar staking verstoort productie. Echter zou het voor
de werknemers juist functioneel kunnen zijn.
Dus Merton: onderscheid tussen manifeste en latente functies & onderscheid
tussen functies en dysfuncties.
Conflictsociologie
Centraal uitgangspunt: (1) De maatschappelijke verhoudingen zijn de
resultante van een voortdurende strijd - openlijk en bedekt - tussen
partijen. Er vindt een strijd plaats tussen sociale groepen (klassen,
bewoners, geslachten, religieuze en etnische groepen).
(2) Sociale conflicten niet persé negatief: Conflicten en revoluties als
‘motor’ van sociale verandering en vernieuwing – conflicten worden dus als
Sociologie in meervoud: Vier sociologische
perspectieven
Verschillende perspectieven tegelijkertijd van belang. Waarom theorie zo
belangrijk is:
Theorieën sturen de waarneming: vragen stellen vanuit een bepaalde
theorie, theorie geeft betekenis aan een waarneming
Theorie fungeert als zoeklicht: laat zien welke verschijnselen belangrijk zijn
en welke niet
“feiten zijn geen naaktlopers”: theorie geeft betekenis aan waargenomen
feiten – feiten op zich zeggen niet zoveel, pas wanneer ze een rol spelen in
de waarneming
Theorie =
Paradigma =
Sociologie als poli-paradigmatische wetenschap: diverse theoretische
perspectieven naast elkaar = typerend voor sociologie.
Vier manieren van kijken – realistischer beeld van de werkelijkheid:
Functionalisme: Samenleving als een samenhangend geheel.
Conflictsociologie: Samenleving als strijdtoneel.
Symbolisch interactionisme: Samenleving van betekenis gevende
individuen.
Rationele keuze theorie: Samenleving van calculerende individuen.
Functionalisme
Basisgedachte: Samenleving = samenhangend geheel. Alle sociale
verschijnselen kunnen het best worden verklaard in termen van de functies
die zij vervullen voor het goed functioneren en dus de continuïteit van de
samenleving.
o Alle sociale verschijnselen hebben dus een bepaalde functie in de
samenleving – dragen bij aan het voortbestaan/goed functioneren
van de samenleving.
Centrale vraag: wat is de functie van sociale verschijnselen?
o Bijvoorbeeld: Waarom is het belangrijk voor de samenleving dat
kinderen naar school gaan? kennis overdracht, kinderen leren
normen en waarden, socialisatie.
Hoofdpersonen: Durkheim, Parsons, Merton.
o Durkheim: niet zoeken naar oorzaken van en een verschijnsel,
maar naar de functie van sociale verschijnselen. Verduidelijken wat
die functie teweegbrengt binnen een samenleving.
, o Merton
Manifeste functies: herkende en bedoelde gevolgen van
een sociaal patroon – functies die voor iedereen duidelijk zijn
Latente functies: niet-herkende, onbedoelde gevolgen van
een sociaal patroon – verborgen functies
Vb. latente functies van arbeid (Jahoda 1982):
Tijdstructurering
Sociale contacten
Zingeving
Status en identiteit
Psychologisch welbevinden
Theoretische uitgangspunten:
Biologische verklaringswijze: Welke functie heeft een verschijnsel –
waarom dit van belang is: als iets geen functie heeft dan zal dit uiteindelijk
uitsterven.
Evolutionisme
Functies versus dysfuncties: een bepaald sociaal verschijnsel is disfunctioneel
als de effecten ervan nadelig zijn voor de functionele vereisten en het
voortbestaan van een systeem (vgl. criminaliteit, migratie, zelfmoord) –
dysfuncties verstoren de ordelijke samenleving.
Maar: wat voor de een functioneel is, kan voor de ander disfuntioneel zijn (vgl.
de ‘functie’ van een staking voor werkgevers en werknemers)
Voorbeelden dysfuncties:
o Staking – dysfunctioneel vanuit het ene perspectief, bijvoorbeeld als
fabriekseigenaar staking verstoort productie. Echter zou het voor
de werknemers juist functioneel kunnen zijn.
Dus Merton: onderscheid tussen manifeste en latente functies & onderscheid
tussen functies en dysfuncties.
Conflictsociologie
Centraal uitgangspunt: (1) De maatschappelijke verhoudingen zijn de
resultante van een voortdurende strijd - openlijk en bedekt - tussen
partijen. Er vindt een strijd plaats tussen sociale groepen (klassen,
bewoners, geslachten, religieuze en etnische groepen).
(2) Sociale conflicten niet persé negatief: Conflicten en revoluties als
‘motor’ van sociale verandering en vernieuwing – conflicten worden dus als