lOMoARcPSD|11700591
PERSPECTIEVEN OP RECHT
Toetsingskaders Wetgeving & Rechterlijke
uitspraken
Ook toetsing wetsinterpretatie en belangenafweging
Inhoudsopgave
1. Rechterlijke uitspraken............................................................................................................2
2. Wetgeving............................................................................................................................... 3
3. Toetsing interpretatie en afweging..........................................................................................4
Wetsinterpretatie: (p. 178).......................................................................................................4
Belangenafweging: (p. 186)....................................................................................................4
Gebaseerd op het boek Perspectieven op Recht van L.D.E.M. van Dijk; 1ste druk; Ars Aequi Libri;
Nijmegen 2014. Delen 1 en 2 zijn gebaseerd op colleges van Dr. K van Aeken. Deel 3 direct
afkomstig uit bovengenoemd werk.
, lOMoARcPSD|11700591
1. Rechterlijke uitspraken
Trias Politica Visies op Recht Smith
Scheiding van macht Wetspositivisme Gemotiveerd oordeel
De rechter moet bij debetekenis blijven zoals De rechter dient zich te houden aan dewet en De rechter moet altijd zijn beslissingen toelichten
die door dewetgever is bedoeld, want derechter daar niet van af te wijken want dewet is
mag niet op destoel van dewetgever gaan bevoegd tot stand gekomen. Zelfs al vind
zitten. Hij moet bij interpretatie blijven
Analyse van deargumentatie:
derechter een wet zo vervelend of zelfs “stuitend 1ste orde beslissing – Behoeft geen verdere
voor het rechtsgevoel” (casus onwaardige analyse. Regel: als P dan Q. Feit is P, dus
Evenwicht van macht erfgenaam), hij moet bij dewet blijven (in uitspraak is Q.
De rechter moet interpreteren, maar mag daar genoemde casus dus deerfenis toekennen). 2de orde beslissing – Moeilijkere situaties want:
niet te vrij in zijn omdat derechter geen 1. Feiten vallen niet onder het
democratische legitimatie heeft – het zou dus Natuurrecht toepassingsbereik van deregel
ondemocratisch zijn als derechter te veel mocht De rechter moet dusdanig oordelen dat 2. Regels en normen zijn onduidelijk
invullen. (zie p.97 e.v.) deuitspraak past bij het rechtsgevoel. Het 3. Belangenconflict
oordeel moet proportioneel en rechtvaardig zijn.
--> Bij problemen 1 en 2 moet debeslissing getoetst
Interactionisme worden aan dewetsinterpretatiemethoden (zie pagina 3).
De uitspraak moet passen bij deverwachtingen die --> Bij probleem 3 moet getoetst worden
desamenleving heeft van derechter. Dat wil aan debelangenafweging (zie pagina 3)
zeggen moet rechtvaardig zijn, maar ook niet
derechtszekerheid aantasten (de wet mag niet Correcte belangenafweging
gepasseerd worden). Bij botsing van belangen en regels moet derechter
een correcte afweging maken van welk belang
voorgaat.
1
PERSPECTIEVEN OP RECHT
Toetsingskaders Wetgeving & Rechterlijke
uitspraken
Ook toetsing wetsinterpretatie en belangenafweging
Inhoudsopgave
1. Rechterlijke uitspraken............................................................................................................2
2. Wetgeving............................................................................................................................... 3
3. Toetsing interpretatie en afweging..........................................................................................4
Wetsinterpretatie: (p. 178).......................................................................................................4
Belangenafweging: (p. 186)....................................................................................................4
Gebaseerd op het boek Perspectieven op Recht van L.D.E.M. van Dijk; 1ste druk; Ars Aequi Libri;
Nijmegen 2014. Delen 1 en 2 zijn gebaseerd op colleges van Dr. K van Aeken. Deel 3 direct
afkomstig uit bovengenoemd werk.
, lOMoARcPSD|11700591
1. Rechterlijke uitspraken
Trias Politica Visies op Recht Smith
Scheiding van macht Wetspositivisme Gemotiveerd oordeel
De rechter moet bij debetekenis blijven zoals De rechter dient zich te houden aan dewet en De rechter moet altijd zijn beslissingen toelichten
die door dewetgever is bedoeld, want derechter daar niet van af te wijken want dewet is
mag niet op destoel van dewetgever gaan bevoegd tot stand gekomen. Zelfs al vind
zitten. Hij moet bij interpretatie blijven
Analyse van deargumentatie:
derechter een wet zo vervelend of zelfs “stuitend 1ste orde beslissing – Behoeft geen verdere
voor het rechtsgevoel” (casus onwaardige analyse. Regel: als P dan Q. Feit is P, dus
Evenwicht van macht erfgenaam), hij moet bij dewet blijven (in uitspraak is Q.
De rechter moet interpreteren, maar mag daar genoemde casus dus deerfenis toekennen). 2de orde beslissing – Moeilijkere situaties want:
niet te vrij in zijn omdat derechter geen 1. Feiten vallen niet onder het
democratische legitimatie heeft – het zou dus Natuurrecht toepassingsbereik van deregel
ondemocratisch zijn als derechter te veel mocht De rechter moet dusdanig oordelen dat 2. Regels en normen zijn onduidelijk
invullen. (zie p.97 e.v.) deuitspraak past bij het rechtsgevoel. Het 3. Belangenconflict
oordeel moet proportioneel en rechtvaardig zijn.
--> Bij problemen 1 en 2 moet debeslissing getoetst
Interactionisme worden aan dewetsinterpretatiemethoden (zie pagina 3).
De uitspraak moet passen bij deverwachtingen die --> Bij probleem 3 moet getoetst worden
desamenleving heeft van derechter. Dat wil aan debelangenafweging (zie pagina 3)
zeggen moet rechtvaardig zijn, maar ook niet
derechtszekerheid aantasten (de wet mag niet Correcte belangenafweging
gepasseerd worden). Bij botsing van belangen en regels moet derechter
een correcte afweging maken van welk belang
voorgaat.
1