Samenvatting bedrijfseconomie
Hoofdstuk 19. Liquiditeit en solvabiliteit
Liquiditeitsbegroting hierin staan de geschatte of begrote ontvangsten en uitgaven. De
dynamische liquiditeit geeft inzicht in de werkelijke kasstromen. Deze ontvangsten en uitgaven zijn
het gevolg van operationele activiteiten, investeringsactiviteiten en financieringsactiviteiten.
Overschotten op de liquiditeitsbegroting kunnen voor
enkele dagen uitgeleend worden aan banken en
andere ondernemingen.
Liquiditeitsbegroting in schema:
Liquide middelen beginsaldo (zoals op de balans)
Ontvangsten +
Uitgaven -
Liquide middelen eindsaldo (beginsaldo van de
volgende periode)
Cash conversion cycle de periode tussen het betalen van grondstoffen tot het moment dat de
afnemers betalen voor de verkochte goederen. Geeft aan hoeveel tijd een bedrijf nodig heeft om
geproduceerde goederen en aangekochte goederen weer om te zetten in liquide middelen.
Drie factoren die de lengte van deze cyclus bepalen:
1. Het betaalmoment voor ingekochte grondstoffen en goederen
2. De doorlooptijd van productie, verkoop en levering van eindproducten
3. Het betaalmoment van de afnemers
Berekenen van de cash conversion cycle (CCC) 3 kengetallen voor nodig:
1. Gem. debiteurentermijn
2. Gem. voorraadduur
3. Gem. crediteurentermijn
Formule CCC = gemiddelde debiteurentermijn + gemiddelde voorraadduur – gemiddelde
crediteurentermijn.
Hoe langer de CCC, hoe meer werkkapitaal vastligt. Hoe bereken je dat?
De CCC / 365 dagen (voor 1 jaar) x de omzet
Voordelen van een korte cash conversion cycle:
- Minder werkkapitaal dus minder vermogenskosten en dus hogere rentabiliteit
- Solvabiliteit verbeterd want er is minder vreemd vermogen nodig
- Door betere rentabiliteit en solvabiliteit zijn gunstigere leningsvoorwaarden mogelijk
, Liquiditeitskengetallen:
- Nettowerkkapitaal
- Current ratio
- Working capital ratio
- Quick ratio Figuur 1 netto werkkapitaal
Nettowerkkapitaal het deel van de vlottende activa dat met
permanent vermogen of langlopende schulden is gefinancierd.
Nettowerkkapitaal (NWK) = vlottende activa (links balans) –
kortlopende schulden (rechts balans)
Figuur 2 current ratio
Current ratio = vlottende activa / kortlopende schulden
Getal groter dan 1 vlottende activa > kortlopende schulden
Gedeelte boven de 1 is het werkkapitaal in verhouding tot de
kortlopende schulden.
Een waarde van 2 is hierbij een veilige grens.
Window dressing kan de toestand van de onderneming rooskleuriger worden voorgesteld dan ze
in werkelijkheid is.
Working capital ratio geeft de relatieve grootte van het nettowerkkapitaal aan.
Working capital ratio = nettowerkkapitaal / kortlopende schulden.
Hoe hoger, hoe meer ruimte er in de liquiditeit zit.
Quick ratio = (vlottende activa – voorraden) / kortlopende schulden
Break-evenafzet de afzet waarbij de onderneming geen winst en geen verlies heeft. Dit is de
ondergrens voor het maken van winst. Gekeken naar opbrengsten en kosten
Berekenen: vergelijking invullen en oplossen. Voorbeeld:
Vergelijking: TO = TVK + TCK + TW
40q = 24q + 910.000 + 0
40q - 24q = 910.000
16q = 910.00
q = 910. = 56.875 producten
Cash-break-evenafzet hierbij wordt gelet op de ontvangsten en uitgaven. Is de ondergrens voor
de beheerder van de liquide middelen. Om leningen te kunnen aflossen en investeringen te kunnen
doen, moet de werkelijke afzet hoger zijn dan deze cash-break-evenafzet.
Vergelijking: ontvangsten = uitgaven
Berekenen oefenen met opdrachten uit boek
Solvabiliteit als een onderneming alle schulden kan terugbetalen dan is deze onderneming
solvabel. Voor het bepalen van de solvabiliteit kijken we of de bezittingen groter zijn dan de
schulden.
Verschillende kengetallen voor solvabiliteit:
Hoofdstuk 19. Liquiditeit en solvabiliteit
Liquiditeitsbegroting hierin staan de geschatte of begrote ontvangsten en uitgaven. De
dynamische liquiditeit geeft inzicht in de werkelijke kasstromen. Deze ontvangsten en uitgaven zijn
het gevolg van operationele activiteiten, investeringsactiviteiten en financieringsactiviteiten.
Overschotten op de liquiditeitsbegroting kunnen voor
enkele dagen uitgeleend worden aan banken en
andere ondernemingen.
Liquiditeitsbegroting in schema:
Liquide middelen beginsaldo (zoals op de balans)
Ontvangsten +
Uitgaven -
Liquide middelen eindsaldo (beginsaldo van de
volgende periode)
Cash conversion cycle de periode tussen het betalen van grondstoffen tot het moment dat de
afnemers betalen voor de verkochte goederen. Geeft aan hoeveel tijd een bedrijf nodig heeft om
geproduceerde goederen en aangekochte goederen weer om te zetten in liquide middelen.
Drie factoren die de lengte van deze cyclus bepalen:
1. Het betaalmoment voor ingekochte grondstoffen en goederen
2. De doorlooptijd van productie, verkoop en levering van eindproducten
3. Het betaalmoment van de afnemers
Berekenen van de cash conversion cycle (CCC) 3 kengetallen voor nodig:
1. Gem. debiteurentermijn
2. Gem. voorraadduur
3. Gem. crediteurentermijn
Formule CCC = gemiddelde debiteurentermijn + gemiddelde voorraadduur – gemiddelde
crediteurentermijn.
Hoe langer de CCC, hoe meer werkkapitaal vastligt. Hoe bereken je dat?
De CCC / 365 dagen (voor 1 jaar) x de omzet
Voordelen van een korte cash conversion cycle:
- Minder werkkapitaal dus minder vermogenskosten en dus hogere rentabiliteit
- Solvabiliteit verbeterd want er is minder vreemd vermogen nodig
- Door betere rentabiliteit en solvabiliteit zijn gunstigere leningsvoorwaarden mogelijk
, Liquiditeitskengetallen:
- Nettowerkkapitaal
- Current ratio
- Working capital ratio
- Quick ratio Figuur 1 netto werkkapitaal
Nettowerkkapitaal het deel van de vlottende activa dat met
permanent vermogen of langlopende schulden is gefinancierd.
Nettowerkkapitaal (NWK) = vlottende activa (links balans) –
kortlopende schulden (rechts balans)
Figuur 2 current ratio
Current ratio = vlottende activa / kortlopende schulden
Getal groter dan 1 vlottende activa > kortlopende schulden
Gedeelte boven de 1 is het werkkapitaal in verhouding tot de
kortlopende schulden.
Een waarde van 2 is hierbij een veilige grens.
Window dressing kan de toestand van de onderneming rooskleuriger worden voorgesteld dan ze
in werkelijkheid is.
Working capital ratio geeft de relatieve grootte van het nettowerkkapitaal aan.
Working capital ratio = nettowerkkapitaal / kortlopende schulden.
Hoe hoger, hoe meer ruimte er in de liquiditeit zit.
Quick ratio = (vlottende activa – voorraden) / kortlopende schulden
Break-evenafzet de afzet waarbij de onderneming geen winst en geen verlies heeft. Dit is de
ondergrens voor het maken van winst. Gekeken naar opbrengsten en kosten
Berekenen: vergelijking invullen en oplossen. Voorbeeld:
Vergelijking: TO = TVK + TCK + TW
40q = 24q + 910.000 + 0
40q - 24q = 910.000
16q = 910.00
q = 910. = 56.875 producten
Cash-break-evenafzet hierbij wordt gelet op de ontvangsten en uitgaven. Is de ondergrens voor
de beheerder van de liquide middelen. Om leningen te kunnen aflossen en investeringen te kunnen
doen, moet de werkelijke afzet hoger zijn dan deze cash-break-evenafzet.
Vergelijking: ontvangsten = uitgaven
Berekenen oefenen met opdrachten uit boek
Solvabiliteit als een onderneming alle schulden kan terugbetalen dan is deze onderneming
solvabel. Voor het bepalen van de solvabiliteit kijken we of de bezittingen groter zijn dan de
schulden.
Verschillende kengetallen voor solvabiliteit: