2020/2021
Orthopedie 1: Anatomie & Fysiologie 1
Fysiotherapie Leerjaar 2
Hogeschool Saxion Enschede
STEPHANIE STRIJKER
1
,Inhoud
Orthopedie Anatomie onderbeen en enkel ................................................................................................................... 3
Orthopedie Anatomie Knie ............................................................................................................................................. 1
Orthopedie Anatomie Heup-bovenbeen........................................................................................................................ 1
Orthopedie Anatomie Wervelkolom .............................................................................................................................. 7
Orthopedie Anatomie Schouder ...................................................................................................................................15
Orthopedie Anatomie Elleboog, onderarm, pols en hand ..........................................................................................19
Orthopedie Anatomie Hoofd en hals............................................................................................................................28
2
,Orthopedie Anatomie onderbeen en enkel
De student kan de functionele anatomie van de diverse gewrichten van de voet beschrijven.
Onderbeen gevormd door:
- Tibia
- Fibula
- Voetwortelbeenderen
o Laterale rij: calcaneus en
cuboideum
o Mediale rij: talus, naviculare en
cuneiforme
- Metatarsalia
- Phalangen
Gewrichten:
- Onderbeen:
o Art. tibio fibulare proximalis
o Membrana interossea cruris
o Syndesmosis tibiofibularis distalis
- Enkel:
o Bovenste spronggewricht: talus, tibia, fibula → art. talocrurale.
o Onderste spronggewricht: talus, calcaneus, naviculare → art. subtalare.
Ligamenten enkel:
- Mediaal → lig. Deltoideum:
o Pars. tibionavicularis
o Pars. tibiotalaris anterior
o Pars. tibiotalaris posterior
o Pars. tibiocalcanea
- Lateraal:
o Lig. talofibulare anterior
o Lig. calcaneofibulare
o Lig. talofibulare posterior
Sinus tarsi → ruimte tussen talus, calcaneus en
naviculare.
Bewegingen enkel:
3
,Vorm van de trochlea tali = zadelgewricht. De actuele bewegingen passen meer bij beeld van een
scharniergewricht.
Dorsaalflexie = 20 graden
Plantairflexie = 45-50 graden
Dorsaalflexie enkel → Trochlea tali loopt in enkelvork → close-packed position = grote stabiliteit.
Kuitmusculatuur kan deze ROM ‘beperken’.
Plantairflexie enkel → dorsale deel van trochlea in de enkelvork → loose-packed position = instabiel.
De stabiliteit in het enkelgewricht is het geringst in de middenstand → alle ligamenten zijn verslapt en het
contact tussen de gewrichtsvlakken is het kleinst.
De student kan de kinesiologie van en in de voet beschrijven; biomechanische aspecten van het staan en het
gaan kunnen daarbij worden aangegeven.
Pezen:
Pezen worden omgeven door peesschedes → zorgen voor minder frictie en geleiden van de pees:
Retinaculum: band rondom pees die ervoor zorgt dat
pezen op hun plek blijven.
Peesschedes rond de enkel:
- Ventraal:
o Extensor digitorum longus
o Fibularis (peroneus) tertius
o Extensor hallucis longus
o Tibialis anterior
- Mediaal:
o Flexor hallucis longus
o Flexor digitorum longus
- Lateraal:
o Fibularis longus
o Fibularis brevis
Retinaculi rond enkel:
- Mm. Extensorum → superior en inferior
- Mm. Fibularum → superior en inferior
- Mm. Flexorum
De achillespees heeft geen peesschede.
4
,De student kan de verschillende structuren van het onderbeen beschrijven in relatie met de te onderscheiden
compartimenten van het onderbeen.
Fascie:
- Lichaamsfascie
- Spierfascie → 4 compartimenten
o Voorste compartiment
o Laterale compartiment
o Diepe achterste compartiment
o Oppervlakkige achterste compartiment
Compartiment 1 → compartimentum cruris
anterius:
- M. tibialis anterior
- M. extensor digitorum longus
- M. extensor hallucis longus
- M. fibularis tertius
- A. en V. tibialis anterior
- N. fibularis profundus
Compartiment 2 → compartimentum cruris laterale:
- M. fibularis longus
- M. fibularis brevis
- A. en V. fibularis
- N. fibularis superficialis
Compartiment 3 → compartimentum posterius pars profunda:
- M. flexor digitorum longus
- M. tibialis posterior
- M. flexor hallucis longus
- A. en V. tibialis posterior, A. en V. fibularis
- N. tibialis
Compartiment 4 → compartimentum cruris pars superficialis:
- M. triceps surae
o M. gastrocnemius mediale en laterale
o M. soleus
- M. plantaris
- A. en V. tibialis posterior, A. en V. fibularis
- N. tibialis
5
, De student kan de verschillende spieren en spiergroepen van de voet en hun bijbehorende functies beschrijven.
Voet:
Voetrug → dorsum pedis. Hierop lopen de dorsale voetspieren, die gedeeltelijk bedekt zijn door pezen van de m.
extensor digitorum longus en de m. peroneus tertius en worden oppervlakkig bekleed door de fascia dorsalis
pedis. Deze fascia is aan de mediale en laterale voetranden vastgehecht en vormt een voortzetting van de fascia
cruris van het onderbeen.
Voetzool → planta pedis. De plantaire spieren worden oppervlakkig bedekt door een stevige fascie, de
aponeurosis plantaris. Die loopt van tuber calcanei naar de kopjes van de ossa metatarsalia. Hier worden de 5
slippen bedekt door het lig. metatarsale transversum superficiale.
Aan de proximale zijde van de plantaire zijde van de voet bevindt zich het hielkussen met daarin vetweefsel.
Plantaire spierlagen: de 1e laag is het meest oppervlakkig, de 4e het meest diep.
1e spierlaag:
- Abductor digiti minimi
- Flexor digitorum brevis
- Abductor hallucis
2e spierlaag:
- Quadratus plantae
- Lumbricali
- Flexor hallucis longus
- Flexor digitorum longus
- Tibialis posterior
- Tibialis anterior
3e spierlaag:
- Flexor hallucis brevis
o Sesambeentjes
- Adductor hallucis longus
- Flexor digiti minimi
4e spierlaag:
- Interossei
o Plantare; adductie
o Dorsale; abductie
o Gerangschikt rond 2e teen
- Peroneus/fibularis longus
- Tibialis posterior
- Sesambeentjes
6
Orthopedie 1: Anatomie & Fysiologie 1
Fysiotherapie Leerjaar 2
Hogeschool Saxion Enschede
STEPHANIE STRIJKER
1
,Inhoud
Orthopedie Anatomie onderbeen en enkel ................................................................................................................... 3
Orthopedie Anatomie Knie ............................................................................................................................................. 1
Orthopedie Anatomie Heup-bovenbeen........................................................................................................................ 1
Orthopedie Anatomie Wervelkolom .............................................................................................................................. 7
Orthopedie Anatomie Schouder ...................................................................................................................................15
Orthopedie Anatomie Elleboog, onderarm, pols en hand ..........................................................................................19
Orthopedie Anatomie Hoofd en hals............................................................................................................................28
2
,Orthopedie Anatomie onderbeen en enkel
De student kan de functionele anatomie van de diverse gewrichten van de voet beschrijven.
Onderbeen gevormd door:
- Tibia
- Fibula
- Voetwortelbeenderen
o Laterale rij: calcaneus en
cuboideum
o Mediale rij: talus, naviculare en
cuneiforme
- Metatarsalia
- Phalangen
Gewrichten:
- Onderbeen:
o Art. tibio fibulare proximalis
o Membrana interossea cruris
o Syndesmosis tibiofibularis distalis
- Enkel:
o Bovenste spronggewricht: talus, tibia, fibula → art. talocrurale.
o Onderste spronggewricht: talus, calcaneus, naviculare → art. subtalare.
Ligamenten enkel:
- Mediaal → lig. Deltoideum:
o Pars. tibionavicularis
o Pars. tibiotalaris anterior
o Pars. tibiotalaris posterior
o Pars. tibiocalcanea
- Lateraal:
o Lig. talofibulare anterior
o Lig. calcaneofibulare
o Lig. talofibulare posterior
Sinus tarsi → ruimte tussen talus, calcaneus en
naviculare.
Bewegingen enkel:
3
,Vorm van de trochlea tali = zadelgewricht. De actuele bewegingen passen meer bij beeld van een
scharniergewricht.
Dorsaalflexie = 20 graden
Plantairflexie = 45-50 graden
Dorsaalflexie enkel → Trochlea tali loopt in enkelvork → close-packed position = grote stabiliteit.
Kuitmusculatuur kan deze ROM ‘beperken’.
Plantairflexie enkel → dorsale deel van trochlea in de enkelvork → loose-packed position = instabiel.
De stabiliteit in het enkelgewricht is het geringst in de middenstand → alle ligamenten zijn verslapt en het
contact tussen de gewrichtsvlakken is het kleinst.
De student kan de kinesiologie van en in de voet beschrijven; biomechanische aspecten van het staan en het
gaan kunnen daarbij worden aangegeven.
Pezen:
Pezen worden omgeven door peesschedes → zorgen voor minder frictie en geleiden van de pees:
Retinaculum: band rondom pees die ervoor zorgt dat
pezen op hun plek blijven.
Peesschedes rond de enkel:
- Ventraal:
o Extensor digitorum longus
o Fibularis (peroneus) tertius
o Extensor hallucis longus
o Tibialis anterior
- Mediaal:
o Flexor hallucis longus
o Flexor digitorum longus
- Lateraal:
o Fibularis longus
o Fibularis brevis
Retinaculi rond enkel:
- Mm. Extensorum → superior en inferior
- Mm. Fibularum → superior en inferior
- Mm. Flexorum
De achillespees heeft geen peesschede.
4
,De student kan de verschillende structuren van het onderbeen beschrijven in relatie met de te onderscheiden
compartimenten van het onderbeen.
Fascie:
- Lichaamsfascie
- Spierfascie → 4 compartimenten
o Voorste compartiment
o Laterale compartiment
o Diepe achterste compartiment
o Oppervlakkige achterste compartiment
Compartiment 1 → compartimentum cruris
anterius:
- M. tibialis anterior
- M. extensor digitorum longus
- M. extensor hallucis longus
- M. fibularis tertius
- A. en V. tibialis anterior
- N. fibularis profundus
Compartiment 2 → compartimentum cruris laterale:
- M. fibularis longus
- M. fibularis brevis
- A. en V. fibularis
- N. fibularis superficialis
Compartiment 3 → compartimentum posterius pars profunda:
- M. flexor digitorum longus
- M. tibialis posterior
- M. flexor hallucis longus
- A. en V. tibialis posterior, A. en V. fibularis
- N. tibialis
Compartiment 4 → compartimentum cruris pars superficialis:
- M. triceps surae
o M. gastrocnemius mediale en laterale
o M. soleus
- M. plantaris
- A. en V. tibialis posterior, A. en V. fibularis
- N. tibialis
5
, De student kan de verschillende spieren en spiergroepen van de voet en hun bijbehorende functies beschrijven.
Voet:
Voetrug → dorsum pedis. Hierop lopen de dorsale voetspieren, die gedeeltelijk bedekt zijn door pezen van de m.
extensor digitorum longus en de m. peroneus tertius en worden oppervlakkig bekleed door de fascia dorsalis
pedis. Deze fascia is aan de mediale en laterale voetranden vastgehecht en vormt een voortzetting van de fascia
cruris van het onderbeen.
Voetzool → planta pedis. De plantaire spieren worden oppervlakkig bedekt door een stevige fascie, de
aponeurosis plantaris. Die loopt van tuber calcanei naar de kopjes van de ossa metatarsalia. Hier worden de 5
slippen bedekt door het lig. metatarsale transversum superficiale.
Aan de proximale zijde van de plantaire zijde van de voet bevindt zich het hielkussen met daarin vetweefsel.
Plantaire spierlagen: de 1e laag is het meest oppervlakkig, de 4e het meest diep.
1e spierlaag:
- Abductor digiti minimi
- Flexor digitorum brevis
- Abductor hallucis
2e spierlaag:
- Quadratus plantae
- Lumbricali
- Flexor hallucis longus
- Flexor digitorum longus
- Tibialis posterior
- Tibialis anterior
3e spierlaag:
- Flexor hallucis brevis
o Sesambeentjes
- Adductor hallucis longus
- Flexor digiti minimi
4e spierlaag:
- Interossei
o Plantare; adductie
o Dorsale; abductie
o Gerangschikt rond 2e teen
- Peroneus/fibularis longus
- Tibialis posterior
- Sesambeentjes
6