TLP 4 – Plastische Chirurgie – Sita Rempt
Inhoudsopgave
4.4 Heelkunde plastische chirurgie
4.4 A Embryonale problemen
4.4 B Weefsel transplantaties
4.4 C Hand chirurgie
4.4 D Decubitus
4.5 OZT
4.5 A Gezicht
4.5 B Mammae
4.5 C Abdominoplastiek en Genitaliën
4.7 Brandwondenchirurgie
,TLP 4 – Plastische Chirurgie – Sita Rempt
4.4 A Heelkunde – Embryonale problemen - Plastische chirurgie
Naevus: moedervlek
- Word niet behandeld
- Veel pigment geeft wel vergrotere kans op maligne afwijkingen, deze moedervlekken
bevatten vaak te weinig pigment en hebben dus een minimale vergrote kans.
Schisis: hazenlip
- Varianten:
o Lipspleet (bilateraal)
o Palatum
- Operatie
o Eerste fase na 2-3 maanden (lipsluiting)
o Palatum na 9 mnd
o Kaak latere leeftijd
- Problemen:
o Voeding
o Tandontwikkeling
o Oorproblemen
o Peroperatief, intubatie soms moeilijk
o Postoperatief, wondgenezingsproblemen/dehiscenties
Polydactylie: extra vingers/tenen
- Soorten:
o Weefsel bolletje
o Benige verbinding
o Mirrorhand: de vingers zijn dubbel, geen duim aanwezig
o Cleft hand (krabben hand)
Syndactylie: vingers zijn niet gespleten in embryonale ontwikkeling
- Syndactyly release
Craniosynostose: een te vroege sluiting van de schedelnaden, waardoor er scheefgroei
van het hoofd plaats gaat vinden
- Behandeling:
o Schedeldelen losmaken en vervolgens op een bredere manier in elkaar
plaatsen.
,TLP 4 – Plastische Chirurgie – Sita Rempt
4.4 B Heelkunde – Weefsel transplantaties - Plastische chirurgie
holy grail: reconstructieve lader voor manieren om de wond te sluiten
- Secundair granuleren
o Wond openlaten, genezing vindt vanzelf plaats
- Primair sluiten
o Wond die geneest na hechting of lijm
- Tissue expander
o Tijdelijke prothese om weefsel op te rekken
o Elke 2 weken de ballon aanprikken en bijvullen tot gewenst volume
- Huidtransplantaat
o Afhankelijk van de grootte van het defect en de lokalisatie
o FTG en SSG
- Lokale weefseltranspositie
o Nabijgelegen weefsel gebruiken wat grenst aan het defect
- Regionale weefseltranspositie
o Flap grenst niet aan het defect, komt wel uit hetzelfde lichaamsdeel
- Vrije weefseltransplantatie
o Verplaatsing van weefsel met re-anastomosen van arteriën en venen
Hecht principes:
- Transcutaan: enkele hechtingen die alleen door de huid gaan
- Intracutaan: doorlopende hechting waarbij de fascie wordt meegenomen
, TLP 4 – Plastische Chirurgie – Sita Rempt
Tissue Expansion - TE
- Gezonde huid vlak naast probleem huid oprekken om een defect te kunnen
sluiten
- Eerst tissue expander (TE) plaatsen
- Na 2-3 weken langzaam opvullen tot er voldoende huid is opgerekt
- In tweede operatie TE verwijderen en vervangen met opgerekte huid of
plaatsen definitieve prothese
Huidtransplantaat
- Voordelen:
o Snel dicht krijgen grote defecten
o Bedekking groot oppervlak
o Kan bij patiënten met slechte conditie
- Nadelen:
o Dunne kwetsbare huid, littekencontracturen
o Er is een goede ondergrond nodig zoals fascie, niet bij bot/pees/zenuw/vaat.
Vrij transplantaat – Graft: als het weefsel geheel wordt losgemaakt van het omliggende
weefsel en ergens anders op of in het lichaam wordt gebracht
- Geneest door ingroei van nieuwe bloedvaten vanuit het wondbed in het
transplantaat, waardoor een nieuwe circulatie ontstaat
- Soorten:
o SSG
o FTG
o Slijmvlies
o Fascie
o Kraakbeen
o Pees
o Zenuw
o Bot
o Haar
Inhoudsopgave
4.4 Heelkunde plastische chirurgie
4.4 A Embryonale problemen
4.4 B Weefsel transplantaties
4.4 C Hand chirurgie
4.4 D Decubitus
4.5 OZT
4.5 A Gezicht
4.5 B Mammae
4.5 C Abdominoplastiek en Genitaliën
4.7 Brandwondenchirurgie
,TLP 4 – Plastische Chirurgie – Sita Rempt
4.4 A Heelkunde – Embryonale problemen - Plastische chirurgie
Naevus: moedervlek
- Word niet behandeld
- Veel pigment geeft wel vergrotere kans op maligne afwijkingen, deze moedervlekken
bevatten vaak te weinig pigment en hebben dus een minimale vergrote kans.
Schisis: hazenlip
- Varianten:
o Lipspleet (bilateraal)
o Palatum
- Operatie
o Eerste fase na 2-3 maanden (lipsluiting)
o Palatum na 9 mnd
o Kaak latere leeftijd
- Problemen:
o Voeding
o Tandontwikkeling
o Oorproblemen
o Peroperatief, intubatie soms moeilijk
o Postoperatief, wondgenezingsproblemen/dehiscenties
Polydactylie: extra vingers/tenen
- Soorten:
o Weefsel bolletje
o Benige verbinding
o Mirrorhand: de vingers zijn dubbel, geen duim aanwezig
o Cleft hand (krabben hand)
Syndactylie: vingers zijn niet gespleten in embryonale ontwikkeling
- Syndactyly release
Craniosynostose: een te vroege sluiting van de schedelnaden, waardoor er scheefgroei
van het hoofd plaats gaat vinden
- Behandeling:
o Schedeldelen losmaken en vervolgens op een bredere manier in elkaar
plaatsen.
,TLP 4 – Plastische Chirurgie – Sita Rempt
4.4 B Heelkunde – Weefsel transplantaties - Plastische chirurgie
holy grail: reconstructieve lader voor manieren om de wond te sluiten
- Secundair granuleren
o Wond openlaten, genezing vindt vanzelf plaats
- Primair sluiten
o Wond die geneest na hechting of lijm
- Tissue expander
o Tijdelijke prothese om weefsel op te rekken
o Elke 2 weken de ballon aanprikken en bijvullen tot gewenst volume
- Huidtransplantaat
o Afhankelijk van de grootte van het defect en de lokalisatie
o FTG en SSG
- Lokale weefseltranspositie
o Nabijgelegen weefsel gebruiken wat grenst aan het defect
- Regionale weefseltranspositie
o Flap grenst niet aan het defect, komt wel uit hetzelfde lichaamsdeel
- Vrije weefseltransplantatie
o Verplaatsing van weefsel met re-anastomosen van arteriën en venen
Hecht principes:
- Transcutaan: enkele hechtingen die alleen door de huid gaan
- Intracutaan: doorlopende hechting waarbij de fascie wordt meegenomen
, TLP 4 – Plastische Chirurgie – Sita Rempt
Tissue Expansion - TE
- Gezonde huid vlak naast probleem huid oprekken om een defect te kunnen
sluiten
- Eerst tissue expander (TE) plaatsen
- Na 2-3 weken langzaam opvullen tot er voldoende huid is opgerekt
- In tweede operatie TE verwijderen en vervangen met opgerekte huid of
plaatsen definitieve prothese
Huidtransplantaat
- Voordelen:
o Snel dicht krijgen grote defecten
o Bedekking groot oppervlak
o Kan bij patiënten met slechte conditie
- Nadelen:
o Dunne kwetsbare huid, littekencontracturen
o Er is een goede ondergrond nodig zoals fascie, niet bij bot/pees/zenuw/vaat.
Vrij transplantaat – Graft: als het weefsel geheel wordt losgemaakt van het omliggende
weefsel en ergens anders op of in het lichaam wordt gebracht
- Geneest door ingroei van nieuwe bloedvaten vanuit het wondbed in het
transplantaat, waardoor een nieuwe circulatie ontstaat
- Soorten:
o SSG
o FTG
o Slijmvlies
o Fascie
o Kraakbeen
o Pees
o Zenuw
o Bot
o Haar