Psychologie Hoorcollege 1 27-10-2020
Psyche; Geest
Logus; Leer
Psychologie; Leer van de geest
-Depressie vaak gelinkt aan eenzaamheid
-Dementie is de doodsoorzaak nummer 1 -> 1 op 3 vrouwen krijgt dementie, bij mannen is
dit 1 op 7.
Wat is psychologie;
- De wetenschappelijke studie van de geest en het gedrag van de mens
- Doel; Algemene uitspraken formuleren over psychische processen
- Belangrijk: objectief en controleerbaar bewijs
Manier testen van ideeën of theorieën
- Verschil tussen beschrijvend onderzoek (observeert de status quo: bekijkt natuurlijk
gedrag) en experimenteel onderzoek (beïnvloedt een factor; kan oorzaak en gevolg
onderscheiden).
- Self-report; vragenlijsten, interviews, introspectie
- Observationele methodes; natuurlijke observaties, psychologische testen
Belangrijke perspectieven waarop gedrag verklaard wordt
- Evolutionair; Verklaart gedrag vanuit fysieke en psychologische kenmerken die over
de eeuwen zijn aangepast om de kansen op overleven en voortplanting te vergroten.
* Natuurlijke selectie; proces waarin belangrijke eigenschappen die helpen bij
overleving worden doorgegeven aan nageslacht. (Darwin, 1809-1882)
Overproductie -> variatie -> erfelijkheid -> selectie aan de hand van omgevingsfit
(kenmerken die handig zijn voor overleven, worden eerder overgedragen).
*Verklaart waarom bepaalde gedragingen/gedachtes/gevoelens zijn ingebouwd in de
mens
- Socio-cultureel; Het theoretische perspectief dat zoekt naar oorzaken van sociaal
gedrag in de invloed van grotere sociale groepen.
*Sociale normen: Regels voor correct gedrag
*Cultuur: De gewoontes, overtuigingen en taal die gedeeld worden door mensen in
bepaalde locatie/tijd.
*Verklaart verschillen tussen culturen
- Sociaal leren; Gedrag van mens wordt verklaard door ervaringen in de jeugd. Individu
gaat zich gelijkwaardig aan andere gedragen (observationeel leren)
*Bewust; beloning en straf
*Onbewust; Klassiek conditioneren -> angst als je iemand tegenkomt die je heeft
geslagen
*Imitatie
* Klassieke conditionering; leerproces dat nieuwe reflexen vormt -> Ivan Pavlov
, Tijdens de conditionering:
Neutrale stimulus wordt gekoppeld aan ongeconditioneerde stimulus ->
ongeconditioneerde respons.
Na de conditionering;
Geconditioneerde stimulus -> geconditioneerde respons.
Voorbeelden
Evaluatief conditioneren; verandering in de mate dat men een stimulus leuk vindt als
gevolg van koppeling met positieve/negatieve stimulus (liking)
Geconditioneerde honger; appetizer effect
Geconditioneerde seksuele arousal.
*Operante conditionering; Vorm van leren waarbij gedrag wordt aangeleerd op basis
van de gevolgen die het gedrag heeft -> zorgt voor leren over zaken en gevolgen.
Bekrachtiging en straf: positief en negatief.
Skinner: bekrachtiger is een verandering in de stimulus als gevolg van een operante
reactie en verhoogt de frequentie van die bepaalde reactie.
-Operante conditionering zonder bewustzijn. De meeste van onze acties zijn
operante responses die gebeuren vanwege bekrachtigingen in het verleden (bewust
of onbewust).
- Sociaal cognitief; Het theoretische perspectief dat zich richt op mentale processen,
aandacht, interpreteren en het onthouden van sociale ervaringen
Elke categorie slaat een brug naar een bepaalde tak van de psychologie
,Hoorcollege 2 Psychologie 30-10-2020
Zintuigen
- Reuk
- Smaak
- Tast
- Gehoor
- Gezichtsvermogen (visuele perceptie)
- Evenwichtszin
- Sensatie= bepaalde stimulus die receptor gaan activeren
- Perceptie= Organisatie van sensorische informatie tot een betekenisvolle ervaring
- Fysiek stimulus, komt binnen -> fysiologische respons -> Zet materie om naar
chemische en elektrische activiteit -> Sensorische ervaring;
subjectieve/psychologische waar wording
Het sensorisch systeem
- Sensorische receptoren; Gespecialiseerde structuren die reageren op fysieke stimuli
door elektrische veranderingen te produceren (transductie) die neurale impulsen kan
initiëren in sensorische neuronen.
- Sensorische neuronen; Gespecialiseerde neuronen die informatie overbrengen van
sensorische receptoren naar het centrale zenuwstelsel
- Liggen in alle specifieke gelokaliseerde sensorische organen
Sensorisch coderen
- Proces waarbij informatie over Stimulus kwaliteit en kwantiteit behouden wordt in
het patroon van actiepotentialen
- Codering van S-kwantiteit; sterke stimuli produceren grotere receptorpotentialen,
deze zorgen op hun beurt voor vluggere actiepotentialen in de sensorische neuronen.
- Codering van S-kwaliteit; activatie van verschillende receptoren
Sensorische adaptatie;
Verandering in gevoeligheid indien sensorische receptoren en neuronen
- Sterk gestimuleerd
- Of niet gestimuleerd voor langere periode
- Receptoren en neuronen worden in begin geactiveerd -> lange tijd niet opnieuw
gestimuleerd; je raakt eraan gewend.
, Psychofysica
= Studie naar relaties tussen fysieke kenmerken van stimuli en sensorische ervaringen
Absolute drempel als maat van sensitiviteit;
- Absolute drempel= Nog juist waarneembare stimulus
- Verschil drempel
* Just-noticeable difference
*= Minimum verschil in intensiteit tussen 2 stimuli die nodig is om het verschil te
detecteren
Wet van weber;
Het juist waarneembare verschil (jnd) voor stimulus grootte is een constante proportie van
de intensiteit van de oorspronkelijke stimulus
Jnd= kM
M= grootte/intensiteit van de stimulus
k= Constante proportie
K= Jnd/M
Signaal detectie theorie;
- Signaal aanbieden (aan of afwezig)
- Respons (wel of niet)
Reukzin & smaakzin;
- Chemische zintuigen, want stimuli dat binnenkomt zijn chemische moleculen
Reukzin;
- Muizen hebben meer genen om geuren te detecteren -> muizen beter in staat om
geuren te onderscheiden
- Geurmoleculen komen binnen in neusholte -> geurmoleculen lossen op in slijmvlies
van epitheel -> binden aan receptoren op gevoelige uiteinden van de neuronen ->
actiepotentialen initiëren -> axonen worden doorgestuurd om synapsen te vormen
op reukneuronen van 2e orde van synapsen
- In glomerulus; ongeveer 400 verschillende types sensorische neuronen in reukzenuw
- Receptieve eindpunten van elk type meest responsief voor specifieke
geurmoleculen -> geuronderscheiding
- Verbonden op een geordende manier in bulbus olfactorius.
- Olfactorische brein structuren achter de bulbus olfactoirus
- Glomeruli in de bulbus olfactorius verzenden output naar verschillende delen van het
brein; Limbisch systeem en hypothalamus
- Limbisch systeem bestaat uit amygdala (voor emoties) en hippocampus (voor opslaan
van herinneringen). -> reukzin gelinkt aan limbisch systeem -> bepaalde geuren
kunnen herinneringen oproepen.
- Mond-neus verbinding; geuren die via de mond de neus binnenkomen dragen bij aan
het aroma -> dragen bij aan aroma als we voedsel aan het eten zijn
Psyche; Geest
Logus; Leer
Psychologie; Leer van de geest
-Depressie vaak gelinkt aan eenzaamheid
-Dementie is de doodsoorzaak nummer 1 -> 1 op 3 vrouwen krijgt dementie, bij mannen is
dit 1 op 7.
Wat is psychologie;
- De wetenschappelijke studie van de geest en het gedrag van de mens
- Doel; Algemene uitspraken formuleren over psychische processen
- Belangrijk: objectief en controleerbaar bewijs
Manier testen van ideeën of theorieën
- Verschil tussen beschrijvend onderzoek (observeert de status quo: bekijkt natuurlijk
gedrag) en experimenteel onderzoek (beïnvloedt een factor; kan oorzaak en gevolg
onderscheiden).
- Self-report; vragenlijsten, interviews, introspectie
- Observationele methodes; natuurlijke observaties, psychologische testen
Belangrijke perspectieven waarop gedrag verklaard wordt
- Evolutionair; Verklaart gedrag vanuit fysieke en psychologische kenmerken die over
de eeuwen zijn aangepast om de kansen op overleven en voortplanting te vergroten.
* Natuurlijke selectie; proces waarin belangrijke eigenschappen die helpen bij
overleving worden doorgegeven aan nageslacht. (Darwin, 1809-1882)
Overproductie -> variatie -> erfelijkheid -> selectie aan de hand van omgevingsfit
(kenmerken die handig zijn voor overleven, worden eerder overgedragen).
*Verklaart waarom bepaalde gedragingen/gedachtes/gevoelens zijn ingebouwd in de
mens
- Socio-cultureel; Het theoretische perspectief dat zoekt naar oorzaken van sociaal
gedrag in de invloed van grotere sociale groepen.
*Sociale normen: Regels voor correct gedrag
*Cultuur: De gewoontes, overtuigingen en taal die gedeeld worden door mensen in
bepaalde locatie/tijd.
*Verklaart verschillen tussen culturen
- Sociaal leren; Gedrag van mens wordt verklaard door ervaringen in de jeugd. Individu
gaat zich gelijkwaardig aan andere gedragen (observationeel leren)
*Bewust; beloning en straf
*Onbewust; Klassiek conditioneren -> angst als je iemand tegenkomt die je heeft
geslagen
*Imitatie
* Klassieke conditionering; leerproces dat nieuwe reflexen vormt -> Ivan Pavlov
, Tijdens de conditionering:
Neutrale stimulus wordt gekoppeld aan ongeconditioneerde stimulus ->
ongeconditioneerde respons.
Na de conditionering;
Geconditioneerde stimulus -> geconditioneerde respons.
Voorbeelden
Evaluatief conditioneren; verandering in de mate dat men een stimulus leuk vindt als
gevolg van koppeling met positieve/negatieve stimulus (liking)
Geconditioneerde honger; appetizer effect
Geconditioneerde seksuele arousal.
*Operante conditionering; Vorm van leren waarbij gedrag wordt aangeleerd op basis
van de gevolgen die het gedrag heeft -> zorgt voor leren over zaken en gevolgen.
Bekrachtiging en straf: positief en negatief.
Skinner: bekrachtiger is een verandering in de stimulus als gevolg van een operante
reactie en verhoogt de frequentie van die bepaalde reactie.
-Operante conditionering zonder bewustzijn. De meeste van onze acties zijn
operante responses die gebeuren vanwege bekrachtigingen in het verleden (bewust
of onbewust).
- Sociaal cognitief; Het theoretische perspectief dat zich richt op mentale processen,
aandacht, interpreteren en het onthouden van sociale ervaringen
Elke categorie slaat een brug naar een bepaalde tak van de psychologie
,Hoorcollege 2 Psychologie 30-10-2020
Zintuigen
- Reuk
- Smaak
- Tast
- Gehoor
- Gezichtsvermogen (visuele perceptie)
- Evenwichtszin
- Sensatie= bepaalde stimulus die receptor gaan activeren
- Perceptie= Organisatie van sensorische informatie tot een betekenisvolle ervaring
- Fysiek stimulus, komt binnen -> fysiologische respons -> Zet materie om naar
chemische en elektrische activiteit -> Sensorische ervaring;
subjectieve/psychologische waar wording
Het sensorisch systeem
- Sensorische receptoren; Gespecialiseerde structuren die reageren op fysieke stimuli
door elektrische veranderingen te produceren (transductie) die neurale impulsen kan
initiëren in sensorische neuronen.
- Sensorische neuronen; Gespecialiseerde neuronen die informatie overbrengen van
sensorische receptoren naar het centrale zenuwstelsel
- Liggen in alle specifieke gelokaliseerde sensorische organen
Sensorisch coderen
- Proces waarbij informatie over Stimulus kwaliteit en kwantiteit behouden wordt in
het patroon van actiepotentialen
- Codering van S-kwantiteit; sterke stimuli produceren grotere receptorpotentialen,
deze zorgen op hun beurt voor vluggere actiepotentialen in de sensorische neuronen.
- Codering van S-kwaliteit; activatie van verschillende receptoren
Sensorische adaptatie;
Verandering in gevoeligheid indien sensorische receptoren en neuronen
- Sterk gestimuleerd
- Of niet gestimuleerd voor langere periode
- Receptoren en neuronen worden in begin geactiveerd -> lange tijd niet opnieuw
gestimuleerd; je raakt eraan gewend.
, Psychofysica
= Studie naar relaties tussen fysieke kenmerken van stimuli en sensorische ervaringen
Absolute drempel als maat van sensitiviteit;
- Absolute drempel= Nog juist waarneembare stimulus
- Verschil drempel
* Just-noticeable difference
*= Minimum verschil in intensiteit tussen 2 stimuli die nodig is om het verschil te
detecteren
Wet van weber;
Het juist waarneembare verschil (jnd) voor stimulus grootte is een constante proportie van
de intensiteit van de oorspronkelijke stimulus
Jnd= kM
M= grootte/intensiteit van de stimulus
k= Constante proportie
K= Jnd/M
Signaal detectie theorie;
- Signaal aanbieden (aan of afwezig)
- Respons (wel of niet)
Reukzin & smaakzin;
- Chemische zintuigen, want stimuli dat binnenkomt zijn chemische moleculen
Reukzin;
- Muizen hebben meer genen om geuren te detecteren -> muizen beter in staat om
geuren te onderscheiden
- Geurmoleculen komen binnen in neusholte -> geurmoleculen lossen op in slijmvlies
van epitheel -> binden aan receptoren op gevoelige uiteinden van de neuronen ->
actiepotentialen initiëren -> axonen worden doorgestuurd om synapsen te vormen
op reukneuronen van 2e orde van synapsen
- In glomerulus; ongeveer 400 verschillende types sensorische neuronen in reukzenuw
- Receptieve eindpunten van elk type meest responsief voor specifieke
geurmoleculen -> geuronderscheiding
- Verbonden op een geordende manier in bulbus olfactorius.
- Olfactorische brein structuren achter de bulbus olfactoirus
- Glomeruli in de bulbus olfactorius verzenden output naar verschillende delen van het
brein; Limbisch systeem en hypothalamus
- Limbisch systeem bestaat uit amygdala (voor emoties) en hippocampus (voor opslaan
van herinneringen). -> reukzin gelinkt aan limbisch systeem -> bepaalde geuren
kunnen herinneringen oproepen.
- Mond-neus verbinding; geuren die via de mond de neus binnenkomen dragen bij aan
het aroma -> dragen bij aan aroma als we voedsel aan het eten zijn