100% satisfaction guarantee Immediately available after payment Both online and in PDF No strings attached 4.2 TrustPilot
logo-home
Class notes

College aantekeningen Burgerlijk Recht I (JUR-3BUR1) Hoorcollege 9

Rating
-
Sold
-
Pages
6
Uploaded on
05-10-2021
Written in
2021/2022

Hoorcollege 9 van Burgerlijk Recht 1.

Institution
Course









Whoops! We can’t load your doc right now. Try again or contact support.

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Uploaded on
October 5, 2021
Number of pages
6
Written in
2021/2022
Type
Class notes
Professor(s)
S.e. bartels
Contains
Hoorcollege 9

Subjects

Content preview

Hoorcollege 9

Als je een goed wil overdragen, dan moet dat goed dat je wil gaan overdragen overdraagbaar zijn. Dit
staat in art. 3:83. Dit artikel heeft drie leden.
 Lid 1  geeft de basis aan. Basis van het hele vermogensrecht. Gaat uit van de
principiële overdraagbaarheid van goederen. Dit artikel staat voor het belang van
handel. Stelt voorop dat eigendom/beperkte rechten en vorderingsrechten
overdraagbaar zijn. Uitzondering: een eigendomsrecht, beperkt recht of
vorderingsrecht is toch niet overdraagbaar als dat uit de wet volgt of uit de aard van
het recht.
o Voorbeeld op grond van de wet onoverdraagbaar: art. 3:226 geeft recht van
gebruik en bewoning, toepassing recht van vruchtgebruik. Onoverdraagbare
rechten van vruchtgebruik op grond van de wet. Recht op smartengeld of
loon overdraag?
o Voorbeeld uit aard onoverdraagbaar: alles wat verbonden is aan de persoon
van de schuldeiser. Je hebt het dus over vorderingen (anders niet over een
schuldeiser..). Kennelijk zijn er vorderingsrechten waar de persoon van
schuldeiser cruciaal is. Ander voorbeeld zijn afhankelijke rechten, die zijn niet
overdraagbaar naar hun aard. Die zijn gekoppeld aan een hoofdrecht en als
je die overdraagt gaat het recht automatisch over. Hypotheek,
erfdienstbaarheid etc. Kun je dus ook niet bezwaren met een beperkt recht
3:98 BW. Je hebt 6 beperkte rechten, en drie daarvan zijn afhankelijk. Een
opstalrecht kun je afhankelijk maken, dan die ook niet.
 Lid 3  andere goederen dan in lid 1, het omgekeerde uitgangspunt geldt. Ze zijn
alleen overdraagbaar als dat volgt uit de wet. Kun je een aandeel in een BV
overdragen? Dan zul je elders in de wet moeten kijken of dit overdraagbaar is
gemaakt. Zelfde met een auteursrecht, merkrechten en octrooirecht!
 Vorderingsrechten zijn in beginsel overdraagbaar, maar lid 2..  de
overdraagbaarheid van een vorderingsrecht door een partijbeding kan worden
uitgesloten. De schuldenaar en schuldeiser kunnen de onoverdraagbaarheid dus
afspreken.

Stel A draagt zijn huis over (eigendom van de grond + huis) aan B. Bij koop en levering zeggen zij
dat B het huis niet kan overdragen. Onoverdraagbaar geworden. Dit heeft geen
goederenrechtelijke werking omdat de wet niet toestaat dat eigendomsrecht op deze manier door
een partijbeding goederenrechtelijke onoverdraagbaar wordt gemaakt. Deze afspraak kan wel
contractueel werken. Bij vorderingsrechten kan dit dan wel op grond van lid 2 art. 3:83.

, B is in deze casus de rechthebbende van het vermogensrecht en die heeft dus in beginsel een
overdraagbaar vorderingsrecht die hij kan overdragen aan C, tenzij A en B hebben afgesproken dat
het niet overdraagbaar is. Twee arresten:
1. Oryx/Van Eesteren  onderscheid tussen onoverdraagbaarheid en
beschikkingsonbevoegdheid. Dit wordt soms door elkaar gehaald. Een onoverdraagbaarheids
beding maakt een schuldeiser (in casu dus B) niet beschikkingsonbevoegd, maar het maakt
een vordering onoverdraagbaar.
2. Coface/Intergamma  dit gaat over uitleg van dat beding. Als partijen A en B in hun contract
hebben afgesproken dat B de vordering niet mag overdragen, dan moet je nog de vraag
beantwoorden is dat nou een beding dat ervoor strekt om de vordering onoverdraagbaar te
maken in de zin van art. 3:83 lid 2 of is dat alleen maar een contractueel werkende afspraak
dat dat wel kan, maar niet mag. Als dat het laatste is, dan mag B in zijn relatie tot A de
vordering niet overdragen. Als hij dit doet dan wanprestatie tegen A. Uitlegmaatstaf.
Objectieve Haviltex maatstaf. Vervolgens zegt de HR een soort vermoeden dat partijen, tenzij
tegendeel wordt bewezen, wordt vermoed geen onoverdraagbaarheid in de zin van art. 3:83
hebben bedoeld. Startpunt dus contractueel cessieverbod, tenzij de debiteur vermoedelijk
aantoont wel degelijk een goederenrechtelijk verbod hebben bedoeld. De Haviltex maatstaf
betekent dat je goed naar de tekst en context moet kijken. Twee vooorbeelden:

Als daar staat: B (schuldeiser) mag de vordering niet overdragen en als hij het toch doet moet hij
100.000 euro boete betalen, is dat dan een onoverdraagbaarheid in de zin van art. 3:83? Nee, want
$4.19
Get access to the full document:

100% satisfaction guarantee
Immediately available after payment
Both online and in PDF
No strings attached

Get to know the seller
Seller avatar
EB2000

Get to know the seller

Seller avatar
EB2000 Radboud Universiteit Nijmegen
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
3
Member since
4 year
Number of followers
3
Documents
8
Last sold
3 year ago

0.0

0 reviews

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Frequently asked questions