100% satisfaction guarantee Immediately available after payment Both online and in PDF No strings attached 4.6 TrustPilot
logo-home
Summary

Samenvatting Cognitie en Gedragsproblemen (werkcollege 1 en 2) - Master Orthopedagogiek blok 4.1 Diagnostiek

Rating
-
Sold
3
Pages
14
Uploaded on
07-09-2021
Written in
2021/2022

Samenvatting Cognitie en Gedragsproblemen (werkcollege 1 en 2) - blok 4.1 Diagnostiek Bronnen werkcollege 1: Ponsioen (2005), Ruiter (2017) en Koster (2018) Bronnen werkcollege 2: Didden (Handboek Psychiatrie, 2017) en Dosen (Handboek Psychische Stoornissen, 2014), Crocker (2014), Emerson (2010), Goodman (1995), Plomin (2002), Schuiringa (2015) en Kaldenbach (2015)

Show more Read less
Institution
Course










Whoops! We can’t load your doc right now. Try again or contact support.

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Uploaded on
September 7, 2021
Number of pages
14
Written in
2021/2022
Type
Summary

Subjects

Content preview

1



COGNITIE EN GEDRAGSPROBLEMEN
WAT IS DE SAMENHANG TUSSEN COGNITIEF FUNCTIONEREN EN
GEDRAGSPROBLEMEN ? E N HOE KAN DEZE SAMENHANG VERKLAARD
WORDEN ?
Bron: Dosen (2014)

Agressie is een aangeboren, gezonde kracht in dienst van zelfbehoud.
 Zelfverwondend gedrag bij mensen op een laag ontwikkelingsniveau bestaat meestal uit
ernstige lichamelijke verwondingen, terwijl het bij personen op een hoger ontwikkelingsniveau
vaak gaat om oppervlakkige huid verwondingen door scherpe voorwerpen. Bij mensen met
een verstandelijke beperking gaat het vaak om existentiële problematiek (ondragelijke pijn,
angst, frustratie en stress).
 De redenen dat agressief gedrag bij mensen met een verstandelijke beperking vaker
voorkomt, zijn verschillende:
o Individuele factoren (bij lichte beperking) die bij ontstaan van agressie een rol kunnen
spelen
 Genetische factoren; chromosomale afwijkingen, agressie in familiaire
anamnese
 Disfunctie of beschadiging van centraal zenuwstelsel; frontale en temporale
kwab, amygdala, hypocampus en orbitale prefrontale cortex
 Neurobiochemische toestand; lager serotonine activiteit, verhoogde
noradrenalineactiviteit, verhoogde dopaminerge en cholinerge activiteit
 Sociale omstandigheden; deprivatie, sociale incompetentie, sociale isolatie,
mishandeling
 Emotionele- en persoonlijkheidsfactoren; moeilijk temperament
 Psychiatrische toestanden; hechtingsstoornis, ODD, ADHD, CD, depressie,
psychose
o Omgevingsfactoren (bij lichte beperking) die bij het ontstaan van agressie rol spelen
 Overlading met sensorische prikkels
 Inadequate interactiestijl
 Tekort aan gestructureerde activiteiten
 ‘Modeling’ van agressie
 Aversieve sociale contacten (mishandeling, afstoting en verwaarlozing)
 Zwak pedagogisch milieu
 Psychopathologie bij ouders

Onderscheidingen agressie
 Affectieve/ impulsieve/ reactieve/ explosieve/ ongecontroleerde agressie. Ontstaat als reactie
op een bedreiging. Bij deze mensen worden vaak afwijkingen in het centraal zenuwstelsel
gevonden. Men vertoont bij dit type agressie een verlaagde cognitie met soms een
verminderde geheugenfunctie.
 Doelgerichte/ gecontroleerde/ predator/ proactieve/ instrumentele agressie. Aangeleerd en
wordt door bekrachtiging in stand gehouden.
 Gemengde agressie. Heeft kenmerken van zowel affectieve als gecontroleerde agressie
 Impulsieve en gesublimeerde (agressie omzetten in grensoverschrijdende gedragingen)
agressie (stoornis). Voorbeelden: brand stichting en seksuele agressie
 ‘Novelty seeking’ agressie door regulatiestoornis van arousel: constitutioneel bepaald
hypoarousal bij personen als oorzaak van voortdurend opzoeken van gevaar.

Voor onderzoek naar het ontstaan van agressief gedrag maakt Gardner onderscheid tussen drie
belangrijke groepen factoren:
1. Uitlokkende of provocerende factoren: bv. pijn, angst, woede, conflictsituaties met de
omgeving, stress en verschillende andere situaties die een persoon tot negatieve ervaringen
brengen
2. Centrale verwerkingsfactoren: dat zijn biologische, sociale, psychologische en
ontwikkelingsfactoren van de persoon die zorgen voor de ontvangst en verwerking van interne
en externe prikkels. Neurologische, genetische, psychiatrische en ontwikkelingsafwijkingen

, 2


kunnen zorgen voor inadequate verwerking (coping) van de prikkels, met als gevolg
problemen in de agressieregulatie en in gedrag.
3. Handhavende of in stand houdende factoren: bv. aangeleerd gedrag met een bepaalde
functie, die door omstandigheden bekrachtigd en beloond wordt. Deze factoren houden het
gedrag in stand.

Onder biologische aspecten worden afwijkingen in het centrale zenuwstelsel bedoeld die vaak te
maken hebben met het ontstaan van een verstandelijke beperking, zoals beschadigingen van
bepaalde hersengebieden.
Onderscheid tussen vier basale affectieve toestanden
1. Irritatie: heeft te maken met aan lage frustratiedrempel, boosheid, ongeduld, vijandige attitude
en agressieve ontladingen. Irritatie komt opvallend vaak voor bij mensen met ernstige en zeer
ernstige VB, ook wel ‘organisch irritatie syndroom’.
2. Hyperarousal: ook wel psychische spanning of alertheid die de persoon klaar maakt voor actie
(fight, flight, freeze reactie). Vaak bij ADHD, pervasieve stoornis, beschadigingen van de
hersenstam en bij bepaalde syndromen.
3. Excitatie: toestand van opwinding, waarbij de persoon zoekt naar stimulerende activiteiten.
Kenmerken zijn rusteloosheid, versnelling van de motorische activiteiten en impulsiviteit. Vaak
een verhoogde dopaminerge activiteit in de mesolimbische gebieden.
4. Woede: toestand van boosheid, gekenmerkt door ‘blinde’ impulsieve agressie en destructie.
Vaak bij hersenbeschadigingen (hersenschors, hypothalamus, amygdala en septumnuclei),
verhoogde activiteiten.

Schema van emotionele en persoonlijkheidsontwikkeling
Op ieder niveau van persoonlijkheidsontwikkeling kan agressie door een andere soort factoren
uitgelokt worden en een andere vorm aannemen.
1. Op het niveau van homeostase (0-6 maanden)
Agressie wordt uitgelokt door boosheid en woede; is voornamelijk tegen zichzelf gericht en is
diffuus  affectieve agressie (zeer verstandelijk beperkt)
2. Op het niveau van hechting (6-18 maanden)
Agressie wordt voornamelijk door frustraties uitgelicht; gericht tegen de hechtingsfiguur of
tegen zichzelf (ernstig verstandelijk beperkt)
3. Op het niveau van zelf-ander differentiatie (18-36 maanden)
Agressie ontstaat als reactie op boosheid en angst, is impulsief, gericht op anderen en is niet
gecontroleerd.
4. Op het niveau van ego-vorming (3-7 jaar)
Agressie ontstaat als reactie op boosheid en angst of kan aangeleerd zijn om een bepaald
doel te bereiken. De agressie kan impulsief maar ook gecontroleerd zijn; gericht op objecten
en mensen.
5. Op het niveau van realititeitsvorming (7-12 jaar)
Agressie kan ontstaan door boosheid en angst en kan aangeleerd zijn om een bepaald doel te
bereiken. De agressie wordt vaak verbaal uitgedrukt, is gericht tegen bepaalde mensen of
objecten en is meestal gecontroleerd.
 Hoe lichter de beperking, hoe meer doelgerichte agressie.

Het is belangrijk om onderscheid te maken tussen impulsiviteit en impulscontrolestoornissen.
Impulsiviteit is de aanleg hebben om snel, ongepland te reageren op interne of externe prikkels,
ongeacht de negatieve gevolgen van deze reactie voor de persoon zelf of voor anderen. Het kan dus
gezien worden als een individuele trek.

Impulscontrolestoornis is een psychische stoornis en word gerubriceerd als een psychiatrische
diagnose. Wordt bij mensen met een normale cognitie gekenmerkt door plotselinge ontlading van
agressief gedrag of door gedrag dat door sublimatie van agressie ontstaat; emotionele lading 
spanning  ontspanning  spijt.
Mensen met een ernstige verstandelijke beperking missen hierin het spijt gedeelte. Vaak komt dat
doordat er een gat is tussen de emotionele en cognitieve ontwikkeling.

Andere voorbeelden van verklaringen
 Behavioural inhibition system: verstoring van de BIS leidt tot impulscontrolestoornis.

, 3


 Arousal attack neuronale circuits: herhaaldelijk voorkomende intensieve emotionele
ervaringen de vorming van vaste verbindingen tussen bepaalde systemen en zenuwcellen tot
gevolg hebben.

Bron: Didden H1 (2017)

Mensen met een verstandelijke beperking hebben een verhoogde kans om op enig moment in hun
leven een psychische stoornis te ontwikkelen. Ze moeten leven in een ingewikkelde maatschappij met
hoge eisen.

Prevalentie van psychische stoornissen en risicofactoren
Kinderen en jongvolwassenen met een licht verstandelijke beperking hebben een grote kans op een
psychische stoornis. Bij volwassenen is het onderzoek niet eenduidig. Waarom is de kans op
psychische stoornissen bij een licht verstandelijke beperking groter?
 Doordat het aantal risicofactoren groter en de beschermende factoren geringer zijn bij mensen
met een lichte verstandelijke beperking  onder andere beperkingen sociale en
oplossingsvaardigheden, affectieregulatie en aanpassingsvermogen.
 Bij een licht verstandelijke beperking vaker somatische en genetische afwijkingen waarvan
bekend is dat ze samenhangen met psychische stoornissen. Het gaat om problemen met
informatieverwerking, aandacht en zelfredzaamheid die deze mensen vatbaar maken.

Bio-psychosociale model
Een psychische stoornis is het gevolg van ingewikkeld samenspel van genetische factoren,
persoonlijkheidskenmerken en omgevingsinvloeden. Psychische stoornissen komen voort uit een
individueel bepaalde interactie tussen risico- en beschermende factoren. Bij mensen met lvb is de
emotionele ontwikkeling een belangrijke factor.

Oorzaken
 Familiair, genetische aanleg
 Fysieke en sociale omgeving: verwaarlozing, mishandeling
 Neurobiologisch

Vaak hebben mensen met een licht verstandelijke beperking comorbiditeit met bijvoorbeeld een
andere stoornis. Vaak worden er dan meerdere behandelingen ingezet op de verschillende
classificaties. Maar steeds meer stemmen gaan op om bij de behandeling uit te gaan van
transdiagnostische factoren en symptoomnetwerken. Er wordt dan naar gemeenschappelijke
risicofactoren of vaardigheidstekort gekeken.

Didden H7 – De Kok (2017)

De verhoogde kans op psychische stoornissen bij mensen met een licht verstandelijke beperking komt
voort uit de interactie tussen de biologische, psychologische, omgevings- en ontwikkelingsfactoren.
Dergelijke risicofactoren komen vaker voor bij mensen met een licht verstandelijke beperking.
Kinderen en jeugdigen met een licht verstandelijke beperking lijken een 3 tot 4 keer grotere kans te
hebben op ODD en CD

Risicofactoren
 Genetische afwijkingen
 Executief disfunctioneren
 Moeilijk temperament
 Lage verbaliteit
 Verminderend sociaal inzicht en sociale vaardigheden
 Armoede
 Mishandeling en verwaarlozing
 Verstoorde primaire hechtingsrelaties
 Lage sociaaleconomische status



Diagnostiek
$7.16
Get access to the full document:

100% satisfaction guarantee
Immediately available after payment
Both online and in PDF
No strings attached


Also available in package deal

Get to know the seller

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
SFB98 Erasmus Universiteit Rotterdam
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
247
Member since
6 year
Number of followers
148
Documents
2
Last sold
4 weeks ago

3.9

19 reviews

5
6
4
8
3
2
2
3
1
0

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Frequently asked questions