100% satisfaction guarantee Immediately available after payment Both online and in PDF No strings attached 4.6 TrustPilot
logo-home
Class notes

Alle hoorcolleges, ZO's en VO's van 1C3 helder beschreven!

Rating
-
Sold
-
Pages
28
Uploaded on
30-06-2021
Written in
2020/2021

Samenvatting van alle hoorcolleges, ZO's en VO's van 1C3. Heldere samenvatting van alle essentiele stof, ideaal als voorbereiding op je tentamen. Heel veel succes met leren!

Institution
Course










Whoops! We can’t load your doc right now. Try again or contact support.

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Uploaded on
June 30, 2021
File latest updated on
July 1, 2021
Number of pages
28
Written in
2020/2021
Type
Class notes
Professor(s)
Diversen
Contains
All classes

Subjects

Content preview

Grote samenvatting 1C3

Contents
Hormonen & assen.................................................................................................................................1
Receptoren.............................................................................................................................................3
GPCRs (membraanreceptoren)...........................................................................................................3
Kernreceptoren..................................................................................................................................4
Syndroom van Cushing (svC)..................................................................................................................5
Behandeling zvC:................................................................................................................................6
Hyper- & hypocortisolisme.....................................................................................................................6
Microscopie & anatomie........................................................................................................................8
Andere afwijkingen.................................................................................................................................9
Endocriene hypertensie....................................................................................................................10
Schildklier uitgelicht.............................................................................................................................11
Schildklieraandoeningen......................................................................................................................12
Schildkliernodus...............................................................................................................................14
Hyper- en hypo(para)thyreoidie...........................................................................................................15
Hyperthyreoidie................................................................................................................................16
Hypothyreoidie.................................................................................................................................16
Hypofysetumoren.................................................................................................................................17
Fysiologie van bot.................................................................................................................................18
Osteoporose.........................................................................................................................................20
Nierstenen & koliekpijn........................................................................................................................22
De geriatrische patiënt.........................................................................................................................24
Geriatric Giants.................................................................................................................................25
Farmacokinetiek bij ouderen................................................................................................................26
Voeding................................................................................................................................................27
Maatschappelijke gevolgen van veroudering.......................................................................................28
2 belangrijke systemen: zenuwstelsel + endocrien systeem. Er is ook paracrien (2 nabije cellen) of
autocriene communicatie. Feedback op verschilllende plaatsen: hormoon op hypofyse of
hypothalamus, of hypofyse op hypothalamus  homeostase.

Hormonen & assen
Hormonen circuleren in bloed, werken op doelwitcellen op afstand. Effect is afhankelijk van
geprogrammeerde respons van de doelwitcel.

- Hypothalamus-hypofyse bijnier as: Hypothalamus maakt CRH (peptide 41 aa)  stimuleert
hypofyse voorkwab tot ACTH (peptide 39 aa, afgesplitst uit POMC) afgifte  bijnier wordt
gestimuleerdt tot afgifte van cortisol en bijnierandrogenen (aldosteron niet door ACTH).

, Cortisol (=hydrocortison) regelt eigen afgifte door negatieve feedback op
hypothalamus/hypofyse. Vasopressine(ADH) kan hetzelfde effect als CRH geven. Ook cAMP
kan via stimulatie van PKA ACTH en calciumverhoging geven  verhoging van
bijnierenzymen.
- Hypothalamus-hypofyse schildklier as: TRH uit hypothalamus stimuleert voorkwab tot
afgifte TSH  schildklier maakt schildklierhormoon (SKH) T4 wat perifeer wordt omgezet in
biologisch actieve hormoon T3.
- Hypothalamus-hypofyse GH as: uit hypothalamus komt somatostatine (-) en GHRH (+) 
hypofyse geeft GH af  lever geeft IGF-1 af, zorgt voor cel- en botgroei. Ghreline heeft hier
invloed op door GH afgifte te stimuleren via voorkwab (direct) en GHRH stimulatie (indirect).
- Hypothalamus-hypofyse gonaden as: uit hypothalamus komt GnRH  hypofyse geeft LH/FSH
af  testes en ovarium gaan steroid hormonen produceren zoals testosteron, oestradiol en
progesteron die zelf ook feedback geven.
- Prolactine: dopamine remt chronisch prolactine  bereikt via bloedbaan voorkwab waar het
lactotrope cellen remt. Bij zoogreflex meer prolactine door minder dopamine afgifte en meer
oxytocine afgifte (geeft ook uterus contractie).

Bindende eiwitten bepalen voor groot deel hormoonspiegels. Vooral steroïdhormonen en SKH
binden in circulatie aan eiwitten. Hoeveelheid vrij hormoon neemt kort af  wordt weer
gecorrigeerd. Bij klein beetje minder binding wordt t0,5 wel snel kleiner. Eiwitbinding voorkomt dus
activiteit, maar ook afbraak. Serumconcentratie wordt bepaald door de MCR (Metabolic Clearance
Rate). Verband tussen hoeveelheid bindend eiwit en hormoon: Ka = [hormoon-bindend eiwit]
/[hormoon] x [bindend eiwit]. A is de associatieconstante.

De hormonen uit bijnier (3 lagen cortex + medulla) worden gevormd vanuit 1 precursor: cholesterol
met 6 ringen. Omzetting vindt plaats in bijnier, in mitochondriën (mt) en glad ER. Hierin zitten
enzymen die omzetting bevorderen. Cholesterol bindt aan LDLr op bijnier  receptoren clusteren en
endocytose  cholesterol komt vrij in vesicle en moet mt membraan passeren mbv transporteiwit
StAR  CytP450 heeft een cleavage enzym: CYP11A, dit is de snelheidsbeperkende stap. Andere
belangrijke enzymen:

- CYP11B2 zet corticosteon om in aldosteron, wordt ook wel aldosteron synthase genoemd
- CYP17 zet precursors om richting cortisol, en zit in zona fasciculata én reticulosa. Uiteindelijk
worrdt cortisol gemaakt door CYP11B1. In zona reticulosa is cofactor b5 aanwezig waardoor
androgenen gevormd worden.

In nacht stijgt cortisol door cry1 en cry2 (lichtreceptoren). Cortisol beïnvloedt glucose-, eiwit- en
vetmetabolisme. Het remt eiwitsynthese, stimuleert gebruik van vetzuren, verlaagt glucosegebruik,
stimuleert gluconeogenese en verhoogt bloedsuikerspiegel. Bij langdurig hoog cortisol is er
compenserende stijging van insuline (anders DM). Cortisol is voor 95% gebonden aan transcortine
(CBG, wordt niet afgebroken) en albumine. Wordt vooral gemetaboliseerd in lever (reductie dubbele
bindingen) en nier (oxidatie 11-B-OH groep). Prednison heeft remmend effect op ACTH (is synthetisch
cortisol) dus vermindert cortisol en androsteendion productie.
De CRH receptor is een G-eiwit gekoppelde receptor die het POMC-gen activeert, toename van cAMP
en MAP-Kinase cascade stimuleert. ACTH bindt in bijnieren aan de MC2 receptor, bij acute effecten
mbv StAR. Feedback: cortisol bindt aan receptor en gaat als ligand-receptor complex naar celkern 
interactie met DNA  transcriptie van CRH en POMC onderdrukt. Stress veroorzaakt meer CRH en
ADH uit hypothalamus en sympatisch gestuurde afgifte van catecholaminen.
Steroidhormonen lijken op elkaar en kunnen binden aan dezelfde receptoren. Toch heeft cortisol
geen invloed op bloeddruk want wordt in nier omgezet in cortison (inactief) door HSD II.

, Aldosteron stimuleert in nier uitscheiden van kalium en natriumretentie. Renine stimuleert ook
aldosteron afgifte. Aldosteron is een mineralocorticoid en reageert op veranderingen in
plasmasamenstelling. Er kunnen, onafhankelijk van Ang concentratie, te sterke mineralocorticoide
effecten optreden:

- Remming of defect van 11b-hydroxysteroid-dehydrogenase 2 in de nier: cortisol kan dan de
MR bereiken zonder omgezet te zijn in cortison
- Onwerkzaamheid van 17a-hydroxylase, wat grote hoeveelheid desoxcorticosteron vormt,
met mineralocorticoide effecten. Dit kan worden tegengegaan door dexamethason, cortisol
of prednison.

TSH is 30 kDa (dit is groot, ACTH maar 4.5 kDa) en is geglycosyleerd. Heeft 2 subunits: alfa en beta.
De alfa subunit is gemeenschappelijk met familie (FSH, LH, hCG) en beta unit is hormoon specifiek.

Receptoren
GPCRs (membraanreceptoren)
2 typen:

- Kernreceptoren voor schildklier- en steroïdhormonen, ligand moet cel binnendringen om te
binden en receptor bindt dan direct aan DNA om transcriptie te initiëren.
- Membraanreceptoren voor wateroplosbare hormonen (glucagon etc), bindt op buitenkant

Het zijn G-eiwit gekoppelde receptoren (GPCR). GPCRs is grootste en meest veelzijdige familie van
membraan receptoren, dus doelwit voor medicijn ontwikkeling. Membraanreceptoren hebben 6
transmembraandomeinen (TMD) en 3 loops en een N- en C-terminaal deel. Het N-terminale deel zit
extracellulair en het C-terminale deel intracellulair. Deze onderdelen vormen 3 receptordomeinen:

- Hormoonbindingsdomein, geeft affiniteit en specificiteit van een hormoon. Dit domein is
opgebouwd uit N-terminale deel met 3 extracellulaire loops.
- Transmembraandomein, geeft verankering van receptor in membraan.
- Transductiedomein: doorgeven van signaal door 3 de intracellulaire loop die koppelt aan G-
eiwit.

Activatie kan komen door licht, calcium, eiwithormonen zoals TH of kleine moleculen. GPCRs zijn
geclassificeerd obv sequentie homologie:

- Familie 1 is de grootste klassen. Werken met klein ligand, diep in de pocket.
o Familie 1a. Minder binding met N-terminale deel, maar wel diep in pocket.
o 1b. Peptidehormonen zijn klein, het N-terminale deel ook. Er kan binding
plaatsvinden met extracellulaire loops.
o 1c. Hieraan kan TSH binden, heeft groot N-terminaal deel
- Familie 2: PTH en GnRH maken gebruik van deze GPCR
- Familie 2: receptoren die calcium binden

G-eiwit heeft alfa, beta en gamma subunit. De signaaltransductie van
ACTH en TSH lijken op elkaar, ze geven allebei een Gs (stimulerend G-
ewit) met adenlyl cyclase  zet ATP om in cAMP (amplificatie stap)
 PKA  fosforylering en genregulatie. Het verschil zit op de plaats
en celtype. Bij binding van ligand aan G-eiwit wordt GDP omgewisseld
met GTP en kan signaaltransductieroute van start gaan. Deze route
$7.75
Get access to the full document:

100% satisfaction guarantee
Immediately available after payment
Both online and in PDF
No strings attached

Get to know the seller
Seller avatar
IngeJB

Get to know the seller

Seller avatar
IngeJB Erasmus Universiteit Rotterdam
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
0
Member since
4 year
Number of followers
0
Documents
1
Last sold
-
Geneeskunde Samenvattingen

Beste geneeskundestudent, Van de blokken die ik volg aan de EUR maak ik beknopte samenvattingen die de essentie van de stof weergeven. De samenvattingen zijn handig om te gebruiken naast je eigen aantekeningen en bij het leren voor je tentamen. Heel veel succes met studeren!

0.0

0 reviews

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Frequently asked questions