Recht is het geheel van wetten en regels zowel geschreven als ongeschreven.
Soms staat er ook in op welke manier je iets moet doen. Sommige regels zijn opgeschreven in wetten. Het geheel
van regels dat een samenleving aan de ene kant geeft en aan de andere kant zelf nodig heeft wordt de
rechtsorde genoemd.
Functies van het recht
● Normatieve functie
● Instrumentele functie - door normen te stellen kun je iets bereiken
● Geschil oplossende functie - het geeft leidraad bij oplossen van problemen
● Additionele functie - in het recht zoeken hoe je iets kan doen. Waarin je het niet voorziet.
Recht kun je onderverdelen in:
● Internationaal vs nationaal recht.
Je hebt EU verdrag of EVRM (supranationale verdragen). Internationale verdragen kunnen directe of
indirecte werking hebben. Nationaal recht geldt binnen Nederland (wet, jurisprudentie, gewoonterecht en
verdragen)
● Privaatrecht vs Publiek (overheid vs personen/bedrijven en overheid onderling)
● Materieel vs formeel. Materieel voorziet op inhoud. Formeel is de procedure.
● Dwingend vs Aanvullend
● Objectief (regels voor iedereen) vs Subjectief (persoon)
Twee rechtsgebieden:
● Publiekrecht
De overheid regelt alles voor iedereen. Rechtspraak via: de afdeling bestuursrechtspraak van de raad van
state (= hoogste rechter, interpreteren de regelgeving en procedures.) Dwingend recht!
● Privaatrecht (of civiel recht, burgerrecht genoemd)
Regelt zaken tussen burgers onderling. Rechtspraak van hogere rechter = de hoge raad.
Overheid in publiek en privaatrecht:
Welke pet heeft de overheid op? Dit bepaald of de situatie privaat of publiek is.
Tweewegenleer overheid = ze mag het privaatrecht in, als het echt niet anders kan en er gekeken is:
● of handhaving langs de publiekrechtelijke weg mogelijk is;
● of de publiekrechtelijke weg meer waarborgen aan de burger biedt;
● of de publiekrechtelijke handhaving tot een vergelijkbaar resultaat leidt als de privaatrechtelijke handhaving
(optreden als private partij);
Het moet gaan om handelingen die exclusief een overheidstaak zijn en niet door burgers verricht kunnen worden.
Vb: opleggen verkeersboete of afgeven van een vergunning.
Rechtsbedeling: (wijze van) toepassing van het recht, dus voor welk rechtsgebied is welke rechter bevoegd?
● Kantongerecht
● Arrondissementsrechtbank
● Gerechtshof
● De Hoge Raad
Overheidsmacht = macht van de overheid.
Overheidsgezag = bevoegdheid van de overheid om ergens beslissingen over te nemen.
Specifieke rechtsgebieden binnen het publiekrecht zijn: staatsrecht, bestuursrecht en strafrecht,
strafprocesrecht, belastingrecht, verkeersrecht
Staatsrecht en bestuursrecht 1
,1. Staatsrecht
Regelt kernpunten van de organisatie van de staat en zijn organen alsmede de bevoegdheden van deze organen.
De verhouding van burgers tot de Staat en de mogelijkheden die burgers hebben om invloed uit te oefenen op het
functioneren van de diverse staatsorganen.
Grondwet (GW) is het belangrijkste wettelijke fundament in het staatsrecht. Ontstaan in 1815 en de laatste
ingrijpende wijziging heeft plaatsgevonden in 1983. Belangrijk is het eerste hoofdstuk. met daarin grondrechten die
berusten op de gedachte dat de mens meer is dan onderdeel van de staat (denk aan vrijheidsrecht en kiesrecht).
De Wet op de Raad van State en de Ambtenarenwet zijn voorbeelden van organieke wetten. Dit zijn wetten die
een uitwerking bevatten van bepalingen die zich in de GW bevinden.
Een wijziging van de Grondwet verloopt in twee fasen. De procedure staat in de Grondwet art. 137 e.v.:
1. Eerst moeten de Eerste en Tweede Kamer het eens worden over de wijziging die zij noodzakelijk achten.
Dit moet gebeuren via het aannemen van een wet waarin de wijziging wordt vastgelegd, waarover men het
eens is, met de argumenten daarvoor. Men legt dus bij gewone meerderheid de tekst vast van het
wijzigingsvoorstel.
2. Daarna wordt de Tweede Kamer ontbonden en worden verkiezingen gehouden. De nieuwe 2e en 1e
Kamer samen moet nu met een 2/3 meerderheid besluiten over de invoering van het bij wet aangenomen
wijzigingsvoorstel, door het als wet aan te nemen. Dit moet zonder amendement gebeuren. Het
wijzigingsvoorstel mag wel worden gesplitst.
2. Bestuursrecht (ook wel administratief recht)
Heeft de juridische bestuursactiviteit van de overheid tot onderwerp. Verhouding tussen overheid en burger.
De Algemene wet bestuursrecht (AwB) is de belangrijkste wettelijke regeling. Hierin staat bijvoorbeeld dat een
bestuursorgaan (een orgaan dat opereert binnen het bestuursrecht) een beschikking kan uitvaardigen. Een
beschikking is een besluit van een bestuursorgaan dat betrekking heeft op één individu (vergunning/visum). Is er
iets mis met een beschikking, dan verleent de bestuursrechter de burger rechtsbescherming, welke is geregeld in
het bestuursprocesrecht.
3. Strafrecht
Bedreigt bepaalde gedragingen met straf en kan onderverdeeld worden in twee categorieën:
− Materieel strafrecht
Wat overtredingen en misdrijven zijn en welke straffen daarop staan - Wetboek van Strafrecht (Sr).
− Formeel strafrecht (ook wel: strafprocesrecht)
Hoe daders vervolgt kunnen worden, ofwel de gang van zaken bij het strafproces. Ook in Sr.
Staatsrecht en bestuursrecht 2
, Verschillende soorten wetten/ regelgeving
Wet is de belangrijkste rechtsbron. Te herkennen aan de considerans begint met: ‘Wij koningin/koning der
Nederlanden’ en de naam: Wet of Wetboek.
Wetten worden gemaakt door regering en de staten generaal (1e+2e kamer).
Belangrijkste is de grondwet.
Wet in formele zin = kenmerk is dat het een procedure moet doorlopen art.81 GW:
Ministerie Wetsvoorstel door een minister (soms meerdere) ingediend bij de ministerraad.
Het voorstel wordt door de ministerraad besproken en eventueel gewijzigd.
Raad van State =hoogste adviesorgaan van de regering (ministers + koning)
Aan de RVS wordt juridisch advies gevraagd. Benoemd bij KB
Tweede kamer De regering dient uiteindelijke wetsvoorstel in bij de 2e kamer en zij hebben recht
(staten generaal) van amendement (recht om te wijzigen). Het al dan niet gewijzigde voorstel gaat
naar de 1e kamer.
Eerste kamer Kan enkel afwijzen of aanvaarden, geen recht van amendement
(staten generaal) Novelle = Als eerste kamer wetsvoorstel wil verwerpen, maar de minister geeft
aan dat hij een nieuw wetsvoorstel (novelle) zal indienen dan zegt de 1e kamer
dat ze onder die voorwaarde bereid zijn het voorstel aan te nemen.
Bekrachtiging Koning staatshoofd zet de handtekening, contrasigneren
Publicatie Bekendmaking in het staatsblad (hierna geldt de regel)
Datum inwerkingtreding daarna inwerkingtreding
(Koning is zelf niet verantwoordelijk, daarom medeondertekening door ministers).
Wet in materiële zin
Deze wetten kijken naar de inhoud van de regel, maar niet hoe de wet tot stand kwam. Deze wetten zijn gevuld
met regels waar alle burgers zich aan moeten houden (algemeen bindend recht voor iedereen) Deze wetten
moeten gemaakt zijn door een bestuursorgaan wat ervoor bevoegd is (niet alleen regering en staten generaal).
Namen van deze regelgeving zijn: verordening, AMVB, beschikking of wet.
Wet in formele zin
Wet is vastgesteld door regering en Staten-Generaal, maar is niet voor alle burgers (goedkeuring huwelijk Willem
en Maxima, 2 keer met troonopvolging, begrotingswetten).
Wet formeel en materieel
Wet in formele zin is bijna altijd een wet in materiële zin (aan een groep)
Wet vastgesteld door regering en Staten-Generaal en geldt voor alle burgers (AWB, BW, Wetboek van strafrecht)
kieswet, provinciewet, wetboek van strafrecht. Algemeen bindend recht voor iedereen.
Wet niet formeel, niet materieel
Wet is niet door de regering en Staten-Generaal vastgesteld en geldt ook niet voor iedereen (reglement 2 e kamer).
Staatsrecht en bestuursrecht 3