“What happens in the womb, can last a lifetime”.
Achtergrond/geschiedenis
Iedereen is ouder dan hij zichzelf ziet of denkt te zijn, omdat het leven in de baarmoeder ook
meetelt.
Maternal impression
De overtuiging dat aan het ongeboren kind een afwijking kan worden gegeven door een sterke
emotie van de zwangere moeder, meestal door een waarneming. Dit werd vroeger gebruikt als
verklaring voor geboortedefecten. Bijvoorbeeld:
Een vrouw was aanwezig toen de arm van een zesjarig kind werd geamputeerd nadat hij
verminkt was geraakt bij een verkeersongeluk. Haar kind werd zonder linkerhand en pols
geboren.
Een andere zwangere vrouw was getuige van een brand en beviel van een kind met rood
haar.
Een zwangere vrouw die plotseling schrikt van een wegspringende haas, krijgt een baby met
een hazenlip.
Fetal programming hypothese (Barker)
De omgeving in de baarmoeder kan de ontwikkeling van de foetus beïnvloeden tijdens bepaalde
sensitieve periodes. De ontwikkeling is dus geleid door zowel genen als invloeden van
omgevingssignalen.
Het gaat fout bij het kind als de programming die in de baarmoeder heeft plaatsgevonden niet past
bij de wereld/het leven buiten de baarmoeder, waardoor ziekten en afwijkingen kunnen ontstaan.
Bijvoorbeeld: de stress van de moeder tijdens de zwangerschap heeft de HPA-as van het kind
gevoeliger gemaakt/scherper gezet. Hierdoor heeft het kind een sterke reactie op weinig stress.
De HPA-as: het cortisol van de moeder wordt tegengehouden door de placenta, behalve
wanneer er teveel cortisol is. Het cortisol van de moeder hangt samen met de cortisol van
het kind. Gevolg: HPA-as van het kind is hoger afgesteld, meer cortisol vrijlating bij moeilijke
of frustrerende situaties wat schadelijk kan zijn.
Dierenstudies
Dierenstudies hebben voordelen ten opzichten van mensstudies. Tijdens de experimenten waren er
zwangere vrouwtjes (rat, varken, aap) die werden blootgesteld aan stressoren (bijvoorbeeld:
elektrische schokken, onverwachte harde geluiden en te krappe ruimtes). Het direct toedienen van
glucocorticoïden aan de drachtige dieren moest de respons verlagen.
De reactie van de moeders op de stressoren resulteerden bij de nakomelingen in vertraagde
motorische ontwikkeling, minder exploratie en adaptief gedrag, sterkere emotionele en angstreacties
in nieuwe situaties, verstoorde cognitieve functies (aandacht en leren) en verandering in sociaal en
seksueel gedrag.
De resultaten van dierenstudies kunnen niet zomaar gegeneraliseerd worden naar mensen. Ratten
zijn veel gevoeliger voor de invloed van cortisol dan mensen en de timing van hersenontwikkeling
verloopt bij ratten anders dan bij mensen.