Baby/Zuigeling: 0-1 jaar
Peuter:1-4 jaar
Kleuter:4-6 jaar
Schoolkind: 6-12 jaar
Puber:12-16 jaar
Adolescent: 16-19 jaar
Baby De zuigelingenfase leren ze melk te drinken(moedermelk). Een kind tot 1 jaar
wordt ook wel zuigeling genoemd.
Bewegen: Vanaf de 6e week zijn zuigelingen in staat om hun hele lichaam heen en
weer te bewegen. Rond de 20 weken, kunnen ze handen en voeten en het hoofd
afzonderlijk bewegen. Rond een maand of 8 leren ze kruipen.
De eerste bewegingen die ze maken noemen we reflexen. Deze vinden plaats door
bepaalde prikkels. (Zuigreflex, knijpreflex, ademhalingsreflex).
Waarneming: De nadruk ligt op verkennen van omgeving door te voelen, bewegen,
aanraken. Personen bestaan alleen als de zuigeling er lijfelijk contact mee heeft.
Gevoelsleven en relaties: Vertrouwen, volledige afhankelijkheid van kinderen.
Fysieke en motorische ontwikkeling.
Snelle toename van lengte en groei: hoofd is relatief groot.
Wekt de behoefte om verzorgd en beschermd te worden
Grove motoriek: Rollen, draaien, zitten, staan, kruipen, lopen
Fijne motoriek: Grijpen naar dingen, bewegen en aanraken.
Cognitieve ontwikkeling, objectconstantie:
Een kind gaat beelden vormen, zonder dat hij het ziet, voor de geest halen hoe iets
eruitziet. Kind weet hoe mama eruitziet ook al is ze er niet.
Gaan sneller leren.
Taal: brabbelen, een woord-zinnen, korte, makkelijke zinnen.
Psychosociale ontwikkeling:
Gezichtsuitdrukking om emotie te laten zien en begrijpen. Voelen stemming aan.
Begin van hechtingsgedrag: De behoefte om dichtbij iemand te hebben, erop te
vertrouwen dat iemand voor ze zorgt. Zoals het geven Voeding en veiligheid.
Hoe doen ze dat? Gebruikt hiervoor geluidjes en glimlachen.
Na 6-7 maanden tijdelijk zeer eenkennig. Glimlacht alleen nog naar de mensen die
hij/zij vertrouwt. Angst voor vreemden ontstaat rond deze periode.
Rond 8e maand ontstaat scheidingsangst. Dit gedrag wordt vertoond als kinderen
plots van hun ouders gescheiden worden. Mocht dit op lang termijn of definitief zijn,
kunnen kinderen zichzelf terugtrekken of zelfs contact met de omgeving afwijzen.
Onveilige hechting:
Onveilig vermijdend hechting: Geen vertrouwen in beschikbaarheid van opvoeder.
Kind vermijdt contact, reageert nauwelijks als moeder terugkomt. Kind blijft op
speelgoed gericht en verkend omgeving minder.