Oefentoets hoofdstuk 3 Verzorgingsstaat - §4 t/m 6
§ 4 Is school ook noodzakelijk?
§5 Scoort de Nederlandse verzorgingsstaat goed?
§6 Is de verzorgingsstaat toekomst-proof?
Multiple-choice
1. Naar school gaan zorgt voor:
a) Het versterken van de verbindingsfunctie van de staat.
b) Het verkleinen van de sociale ongelijkheid.
c) Het vergroten van de sociale cohesie.
2. Welke type omschrijving hoort bij welk type verzorgingsstaat?
1. De kernwaarde is gelijkheid.
2. Niet het individu, maar het traditionele gezin neemt een centrale
plaats in.
3. Er is veel ruimte voor de markt en er is dus nauwelijks sprake van
decommodificatie.
a. conservatief corporatistische verzorgingsstaat
b. liberale verzorgingsstaat
c. sociaaldemocratische verzorgingsstaat
3. Bij welke uitspraak is sprake van individualisering?
a) Kerkgemeenschappen, families en buurten worden steeds hechter
en komen daardoor minder in contact met anderen.
b) Mensen maken zich los van kerkgemeenschappen, families en
buurten maar houden zich nog wel aan alle tradities.
c) Kerkgemeenschappen, families en buurten worden minder hecht en
er tradities krijgen minder waarde.
Zie volgende bladzijde voor de rest van de vragen.
§ 4 Is school ook noodzakelijk?
§5 Scoort de Nederlandse verzorgingsstaat goed?
§6 Is de verzorgingsstaat toekomst-proof?
Multiple-choice
1. Naar school gaan zorgt voor:
a) Het versterken van de verbindingsfunctie van de staat.
b) Het verkleinen van de sociale ongelijkheid.
c) Het vergroten van de sociale cohesie.
2. Welke type omschrijving hoort bij welk type verzorgingsstaat?
1. De kernwaarde is gelijkheid.
2. Niet het individu, maar het traditionele gezin neemt een centrale
plaats in.
3. Er is veel ruimte voor de markt en er is dus nauwelijks sprake van
decommodificatie.
a. conservatief corporatistische verzorgingsstaat
b. liberale verzorgingsstaat
c. sociaaldemocratische verzorgingsstaat
3. Bij welke uitspraak is sprake van individualisering?
a) Kerkgemeenschappen, families en buurten worden steeds hechter
en komen daardoor minder in contact met anderen.
b) Mensen maken zich los van kerkgemeenschappen, families en
buurten maar houden zich nog wel aan alle tradities.
c) Kerkgemeenschappen, families en buurten worden minder hecht en
er tradities krijgen minder waarde.
Zie volgende bladzijde voor de rest van de vragen.