DM-behandeling medicatie:
Koolhydraten:
- Zetmeel
- Suikers
- Melksuiker (lactose).
- Vruchtensuiker (fructose)
Vertering van koolhydraten ongeacht de vorm levert (bloed)glucose op.
Normaalwaarde ligt tussen de 4-8 mmol/l.
Van bloedsuiker moet cel glucose gemaakt worden, via de doorgang van insuline. Via
de mitochondriën ontstaat er menselijke energie: AMP, ADP, ATP.
Wanneer suiker te laag wordt, krijg je een hypoglykemie.
Wanneer suiker te hoog wordt, krijg je een hyperglykemie.
Type diabetes:
Geen insuline
Te weinig insuline
Verkeerde insuline/insulineresistent
Medicatie:
Anti diabetica:
- 1.Pept de alvleesklier op tot hogere insulineproductie.
- 2.Vertraagd de koolhydratenopname in de darmen.
- 3.Maakt de cel gevoelig voor insuline.
Insuline spuiten:
Langwerkend insuline, wordt voornamelijk gebruikt voor de vitale functies.
Kortwerkende insuline, wordt gebruikt om de koolhydraten uit de maaltijd weg te
halen uit de bloedbaan.
Behandeling voeding:
Gewichtsvermindering. Wat is de link tussen insuline en gewicht: elke cel heeft
insuline nodig. Wanneer je meer celmassa hebt, heb je meer insuline nodig om alle
cellen te doen overleven.
- Schijf van 5: vetbeperkt, alcohol beperkt, suikerbeperkt en bewegen.
- Koolhydraat arm in combinatie met sporten.
Orale antidiabetica:
- 0,5-2,5 tabletten per dag. Vergelijkbaar met nummer 1, regelmatig eten.
- 3-6 tabletten per dag. Koolhydraten moeten geteld worden.
Insuline spuiten (3):
Meest voorkomende spuitschema’s:
1x langwerkend, vaak in combinatie met orale anti diabetica. Koolhydraten moeten
geteld worden en vet wordt beperkt (werkt 24 uur).
2x Kortwerkend en langwerkend insuline combinatie. De kortwerkende wordt kort na
de maaltijd en na 3 uur weergegeven. Voor de hoeveelheid koolhydraten wordt er