NK
Filosofen over Emoties & Begrippen
Filosofie VWO5
Hoofdstuk 1 t/m 5.2
- Martha Nussbaum: “Emoties zijn gevoelige gedachten, ze hebben een cognitieve,
evaluatieve lading. Ze zijn verbonden met kennis of ten minste met
informatieverwerking en waardeoordelen. Er zijn vier factoren bij emoties:
1. emoties hebben een object, ze gaan ergens over
2. wij interpreteren dat object op een bepaalde manier
3. het is niet zomaar een manier van zien: er zijn overtuigingen die zeer complex zijn
4. er zijn altijd waarden in het spel, object is waardevol”
“Lichamelijke verschijnselen komen wel voor als er een emotie speelt, maar ze zijn
geen wezenlijk onderdeel ervan: boosheid kan ook zonder uit ons vel te springen.”
Nussbaum betwijfelt de reductionistische conclusies van Ekman en ze heeft moeite
met radicaal constructivisme.
Nussbaum: “Ik wil niet gaan tot het feit dat emoties geen biologische basis hebben en
er van overtuigd zijn dat ze van cultuur tot cultuur radicaal verschillen. Er zijn
universele emoties, als verdriet, die per cultuur verschillend geuit worden. Als er
emoties zijn waar in een bepaalde cultuur geen woord voor is, dan wil dat niet zeggen
dat die cultuur de betreffende emotie niet zou kennen.”
Nussbaum neigde meer richting de cognitivistische kant.
- Robert Solomon: “Het is een misverstand te denken dat emoties lichamelijke
verschijnselen zijn.”
Hij vindt dat onze ervaringen afhangen van wat de taal ons toestaat.
- Nussbaum en Solomon: “Emoties hebben een rationele lading.”
- William James: “Emoties zijn lichamelijke gewaarwordingen en aangename of
onaangename gevoelens; oftewel arousal !"#$%&'("#)*(+ ,-#**("./+ 0-+ 1(23&&3+ 4((5+
('63#(+7658(-+"#$%&'("#)*+4(96("+:+&-6;2&"/<
Dit is het tegenovergestelde van wat Nussbaum en Solomon zeggen.
- Paul Ekman: “Gelaatsexpressies zijn het soort jamesiaans-lichamelijke veranderingen
die duidelijk maken wat emoties zijn. Ze zijn dus bepalend voor emoties.”
Bekendste onderzoeken op het gebied van basisemoties.
Resultaat studie van Ekman over gezichtsuitdrukkingen: “Darwin had gelijk.”
Hier kan kritiek op geleverd worden:
1. Is het juist om te onderstellen dat gezichtsuitdrukkingen en emoties nauw met
elkaar verbonden zijn?
2. We brengen onze emoties niet altijd tot gezichtsuitdrukking, ze zijn dus niet
perse op ons gezicht af te lezen.
Uiteindelijk heeft Ekman schuld en schaamte aan zijn lijst basisemoties gevoegd.
Ekman: “Basisemoties moeten niet begrepen worden als één enkele emotie, maar als
begrippen die de familie van emoties vertegenwoordigen.”
, NK
Ekman: “Basisemoties zijn universeel, omdat het tot de menselijke natuur behoort om
ze te hebben.”
Uiteindelijk kwam Ekman tot de conclusie dat je sommige emoties overal ter wereld
aan kunt treffen.
Ekman: “Precies die emoties die niet afgeleid kunnen worden van andere emoties zijn
universeel, het zijn niet-afleidbare emoties, omdat ze bij de menselijke natuur horen.
Ekman neigde meer richting de fysiologische kant.
- Charles Darwin: “Menselijke gezichtsuitdrukkingen hebben een erfelijke basis, deze
zou een revolutionaire oorsprong hebben.”
“Gezichtsuitdrukkingen zijn overal hetzelfde, sommige emoties en
gelaatsuitdrukkingen zijn daarom universeel.”
Darwin: “Basisemoties zijn universeel, omdat het tot de menselijke natuur behoort om
ze te hebben.”
- René Descartes: “Er zijn zes basisemoties: verwondering, liefde, haat, begeerte,
vreugde en droefheid. Deze gaan gepaard met veranderingen in het hart en bloed.”
Volgens hem hebben emoties een lichamelijke oorsprong, hierom is ‘verwondering’
een twijfelgeval (het heeft met kennis te maken).
Descartes over hoop: “Hoop is een toestand van de ziel die haar neiging heeft te
geloven dat wat ze naar verlangt of begeert ook daadwerkelijk zal gebeuren.”
Descartes neigde dus meer richting de fysiologische kant.
- Benedictus Spinoza: “Er zijn drie basisemoties: begeerte, blijdschap en droefheid.
Haat leidt bijvoorbeeld terug tot droefheid.”
Volgens hem zijn emoties gedachten, hierom kan hij tot een cognitivistische denker
gerekend worden. Hij beschouwt deze gedachten als vergissingen, een bron van
dwaling.
Spinoza onderscheidt verschillende kennisniveaus (op volgorde van hoogte):
1. schouwende, wetenschappelijke kennis
2. rationele kennis
3. empirische kennis; verbeelding speelt een hoofdrol: kennis niet betrouwbaar
Spinoza neigde meer richting de cognitivistische kant.
- Jesse Prinz: “Emotieonderzoekers die zich vooral richten op nature-aspecten van
emoties noem je reductionisten, omdat ze proberen emoties te herleiden tot een
biologische basis.”
- Edward Sapir en Benjamin Whorf: “Er bestaat een nauw verband tussen hoe een
bepaalde taal in elkaar zit en hoe een spreker die taal als moedertaal heeft.”
- Catherine Lutz: “Elk spreken over emoties gaat tegelijkertijd over de samenleving -
over politiek, over familiebanden, over huwelijk, over wat als normaal wordt beschouwd
en wat als afwijkend.”
Lutz: “Het heeft geen zin om emoties louter als biologische feiten te bekijken en ze te
bestuderen zonder de gehele maatschappelijke context waarin ze vorm krijgen.”
Ze zet zich af tegen Darwin en Ekman, die emoties wel als aangeboren feiten
beschouwen.
Filosofen over Emoties & Begrippen
Filosofie VWO5
Hoofdstuk 1 t/m 5.2
- Martha Nussbaum: “Emoties zijn gevoelige gedachten, ze hebben een cognitieve,
evaluatieve lading. Ze zijn verbonden met kennis of ten minste met
informatieverwerking en waardeoordelen. Er zijn vier factoren bij emoties:
1. emoties hebben een object, ze gaan ergens over
2. wij interpreteren dat object op een bepaalde manier
3. het is niet zomaar een manier van zien: er zijn overtuigingen die zeer complex zijn
4. er zijn altijd waarden in het spel, object is waardevol”
“Lichamelijke verschijnselen komen wel voor als er een emotie speelt, maar ze zijn
geen wezenlijk onderdeel ervan: boosheid kan ook zonder uit ons vel te springen.”
Nussbaum betwijfelt de reductionistische conclusies van Ekman en ze heeft moeite
met radicaal constructivisme.
Nussbaum: “Ik wil niet gaan tot het feit dat emoties geen biologische basis hebben en
er van overtuigd zijn dat ze van cultuur tot cultuur radicaal verschillen. Er zijn
universele emoties, als verdriet, die per cultuur verschillend geuit worden. Als er
emoties zijn waar in een bepaalde cultuur geen woord voor is, dan wil dat niet zeggen
dat die cultuur de betreffende emotie niet zou kennen.”
Nussbaum neigde meer richting de cognitivistische kant.
- Robert Solomon: “Het is een misverstand te denken dat emoties lichamelijke
verschijnselen zijn.”
Hij vindt dat onze ervaringen afhangen van wat de taal ons toestaat.
- Nussbaum en Solomon: “Emoties hebben een rationele lading.”
- William James: “Emoties zijn lichamelijke gewaarwordingen en aangename of
onaangename gevoelens; oftewel arousal !"#$%&'("#)*(+ ,-#**("./+ 0-+ 1(23&&3+ 4((5+
('63#(+7658(-+"#$%&'("#)*+4(96("+:+&-6;2&"/<
Dit is het tegenovergestelde van wat Nussbaum en Solomon zeggen.
- Paul Ekman: “Gelaatsexpressies zijn het soort jamesiaans-lichamelijke veranderingen
die duidelijk maken wat emoties zijn. Ze zijn dus bepalend voor emoties.”
Bekendste onderzoeken op het gebied van basisemoties.
Resultaat studie van Ekman over gezichtsuitdrukkingen: “Darwin had gelijk.”
Hier kan kritiek op geleverd worden:
1. Is het juist om te onderstellen dat gezichtsuitdrukkingen en emoties nauw met
elkaar verbonden zijn?
2. We brengen onze emoties niet altijd tot gezichtsuitdrukking, ze zijn dus niet
perse op ons gezicht af te lezen.
Uiteindelijk heeft Ekman schuld en schaamte aan zijn lijst basisemoties gevoegd.
Ekman: “Basisemoties moeten niet begrepen worden als één enkele emotie, maar als
begrippen die de familie van emoties vertegenwoordigen.”
, NK
Ekman: “Basisemoties zijn universeel, omdat het tot de menselijke natuur behoort om
ze te hebben.”
Uiteindelijk kwam Ekman tot de conclusie dat je sommige emoties overal ter wereld
aan kunt treffen.
Ekman: “Precies die emoties die niet afgeleid kunnen worden van andere emoties zijn
universeel, het zijn niet-afleidbare emoties, omdat ze bij de menselijke natuur horen.
Ekman neigde meer richting de fysiologische kant.
- Charles Darwin: “Menselijke gezichtsuitdrukkingen hebben een erfelijke basis, deze
zou een revolutionaire oorsprong hebben.”
“Gezichtsuitdrukkingen zijn overal hetzelfde, sommige emoties en
gelaatsuitdrukkingen zijn daarom universeel.”
Darwin: “Basisemoties zijn universeel, omdat het tot de menselijke natuur behoort om
ze te hebben.”
- René Descartes: “Er zijn zes basisemoties: verwondering, liefde, haat, begeerte,
vreugde en droefheid. Deze gaan gepaard met veranderingen in het hart en bloed.”
Volgens hem hebben emoties een lichamelijke oorsprong, hierom is ‘verwondering’
een twijfelgeval (het heeft met kennis te maken).
Descartes over hoop: “Hoop is een toestand van de ziel die haar neiging heeft te
geloven dat wat ze naar verlangt of begeert ook daadwerkelijk zal gebeuren.”
Descartes neigde dus meer richting de fysiologische kant.
- Benedictus Spinoza: “Er zijn drie basisemoties: begeerte, blijdschap en droefheid.
Haat leidt bijvoorbeeld terug tot droefheid.”
Volgens hem zijn emoties gedachten, hierom kan hij tot een cognitivistische denker
gerekend worden. Hij beschouwt deze gedachten als vergissingen, een bron van
dwaling.
Spinoza onderscheidt verschillende kennisniveaus (op volgorde van hoogte):
1. schouwende, wetenschappelijke kennis
2. rationele kennis
3. empirische kennis; verbeelding speelt een hoofdrol: kennis niet betrouwbaar
Spinoza neigde meer richting de cognitivistische kant.
- Jesse Prinz: “Emotieonderzoekers die zich vooral richten op nature-aspecten van
emoties noem je reductionisten, omdat ze proberen emoties te herleiden tot een
biologische basis.”
- Edward Sapir en Benjamin Whorf: “Er bestaat een nauw verband tussen hoe een
bepaalde taal in elkaar zit en hoe een spreker die taal als moedertaal heeft.”
- Catherine Lutz: “Elk spreken over emoties gaat tegelijkertijd over de samenleving -
over politiek, over familiebanden, over huwelijk, over wat als normaal wordt beschouwd
en wat als afwijkend.”
Lutz: “Het heeft geen zin om emoties louter als biologische feiten te bekijken en ze te
bestuderen zonder de gehele maatschappelijke context waarin ze vorm krijgen.”
Ze zet zich af tegen Darwin en Ekman, die emoties wel als aangeboren feiten
beschouwen.