KA: de levenswijze van jager-verzamelaars.
Voor informatie over dit tijdvak zijn we afhankelijk van archeologie. Dit tijdvak eindigt
namelijk in 3000 v.Chr., de tijd dat het schrift ontstond. Over individuen, concrete
gebeurtenissen en hoe mensen dachten is niets bekend.
Jagen-verzamelen houdt in dat mensen hun voedsel niet zelf produceren maar
voedsel krijgen door het verzamelen van gewassen en door het jagen op wilde
dieren. Het nadeel van jagen-verzamelen is dat het voedsel na een tijd opraakt. Dit
leidt ertoe dat mensen wegtrekken (nomaden) zodra het voedsel in een gebied op
is.
Dit nomadisme heeft twee gevolgen:
Gelijkheid → ieder mens heeft weinig bezit door het steeds wegtrekken.
Simpele woningen → mensen besteden weinig tijd aan hun woning doordat ze
er na een tijd toch weer weggaan.
Er was een rolverdeling voor deze mensen: mannen jaagden en vrouwen zorgden
voor kinderen en verzamelden plantaardig voedsel. De bevolking was niet groot, voor
zoveel mensen was er geen voedsel in de natuur.
De meeste Europese jager-verzamelaars woonden in Zuid-Europa, hier zijn
verschillende muurschilderingen in grotten gevonden. Deze mensen noemen we
cromagnonmensen, naar een grot in de Dordogne.
De oudste bekende individuele mens in Europa wordt Ötzi genoemd, hij is gevonden
als mummie in de Alpen.
KA: het ontstaan van landbouw en landbouwsamenlevingen.
Onderzoekers vermoeden dat er landbouw is ontstaan door klimaatveranderingen
dat zachter en geschikter werd voor landbouw. Landbouw is de productie van
voedsel door het kweken van gewassen en het fokken van tamme dieren. Het
voordeel van landbouw is dat het niet meer na een tijd opraakt, waardoor mensen
niet meer hoeven rond te trekken (sedentaire leefwijze).
Twee gevolgen:
Meer ongelijkheid → doordat mensen niet meer rondtrekken, hebben ze bezit.
Stevige woningen → mensen besteden meer tijd aan hun woning omdat ze er
niet meer uit vandaan hoeven.
Door de landbouw was er meer voedsel en nam de grootte van de bevolking toe. Al
snel werden mensen afhankelijk van de landbouw. Er ontstond een nieuwe soort
samenleving → de agrarische/landbouwsamenleving. Deze ontwikkeling noemen
we de landbouwrevolutie. Boeren begonnen ook met het begraven (hunebedden)
en cremeren van de doden. Dit duidt erop dat de boeren een religie ontwikkeld
hadden.
KA: het ontstaan van de eerste stedelijke gemeenschappen.
Redenen ontstaan steden:
De landbouw in vruchtbare rivierdalen leverden genoeg op om een deel van
de bevolking vrij te stellen van het boerenleven.