Par 1 absolutisme
In Staten-Generaal werden 3 standen vertegenwoordigd: adel, geestelijkheid en stedelijke burgerij.
Het was een overleg orgaan bij de koningen.
Begin 17e eeuw Fa koningen streefden naar uitbreiding van hun macht en versterking van het
centraal gezag. 1614 tot 1789 vergaderingen van staten-generaal niet meer bijeengeroepen door
koningen.
Koning probeerde de macht van adel te beperken:
staten generaal niet meer bij elkaar roepen
Uitbreiding Ambtenarenapparaat. Zodat adellijke bestuurders en rechters steeds minder
taken hadden
Belasting rechtstreeks heffen, zonder tussenkomst van de adel
In 1661 kreeg Lodewijk XIV zelf de touwtjes in handen, hij voerde het absolutisme door
Absolutisme:
politiek: koning neemt alle beslissingen zelf en accepteert geen tegenspraak
Militair: ontstaan van beroepsleger
Economisch: mercantilisme ( de export bevorderen en de import beperken)
Religieus: koning streefde naar eenvormigheid. Hij wilde dat iedereen katholiek werd ->
hugenoten (Franse protestanten) vluchten naar buitenland
Koning was plaatsvervanger van God op aarde -> droit divin: goddelijk recht, koning was niemand
behalve God verantwoording schuldig
Rusland
1613-1917 macht in handen van 1 familie (Romanovs)
Beperkten zeggenschap geestelijkheid en adel
Afschaffing zelf bestuur
Militaire en administrative taken in handen tsaar
Kerk instrument in handen van de staat
Leger gereorganiseerd tot een modern, sterk leger
1 geloof
Pruisen
leger gemoderniseerd
Ambtenarenapparaat gemoderniseerd
Vernieuwd belastingstelsel-> leger en ambtenarij goed en op tijd betaald
Geloofsvrijheid: Grenzen open voor mensen die elders werden vervolgd
Republiek
niet 1 vorst aan het hoofd
Geloofsvrijheid
Engeland
parlement breidde zijn macht uit
Burgerij en lage adel hadden de meeste invloed in parlement
Hoge adel voelde zich bedreigd en steunde koning -> werd verslagen in burgeroorlog ->
levert 2 belangrijke filosofische werken op.