Aantekeningen
thema 13
Céline Post
1
,Inhoud
Stralingsdeskundigheid .................................................................................................................... 4
Straling (+toestellen) ........................................................................................................................ 4
Radioactiviteit...................................................................................................................................... 7
Wisselwerking ................................................................................................................................... 11
Afscherming....................................................................................................................................... 18
Dosimetrie .......................................................................................................................................... 21
Detectie ............................................................................................................................................... 23
Radiobiologie..................................................................................................................................... 27
Inwendige besmetting ..................................................................................................................... 32
Wet- en regelgeving ......................................................................................................................... 35
2
,Handig om te hebben:
3
, Stralingsdeskundigheid
Straling (+toestellen)
Straling: elke overdracht van energie vanuit een bron naar de omgeving zonder dat hiervoor
een medium nodig is
Stralingsbronnen
Toestellen
- Rontgenapparatuur
- Deeltjes versenllers o.a.:
• Lineaire versneller
• Cyclotron
Radioactieve bronnen:
- Ingekapselde bronnen (;hermetisch afgesloten en RA kan zich niet verder
verspreiden)
- Niet-ingekapselde bronnen (‘open’ bronnen) (;zenden straling uit)
Ioniserende straling
; is in staat om biologische effecten te veroorzaken, maar je ziet, ruikt, proeft, hoort en voelt
het niet.
Gebruik bij medische toepassingen
- Kijken in de patiënt
• Radiodiagnostiek
▪ X-foto’s
▪ CT
• Nucleaire geneeskunde
- Doden van cellen
• Radiotherapie
• Nucleaire Geneeskunde
Soorten straling
Elektro magnetische straling (fotonen)
- = Massaloze energie pakketjes
- Niet ioniserend: radiogolven, microgolven, licht, IR, UV-A en UV-B
- Ioniserend: UV-C, röntgen, gamma straling Y
- fotonen, vertegenwoordigen de hoeveelheid energie en wanneer de energie per
pakketje over een bepaalde drempel gaat dan gaat het van niet-ioniserende straling
naar ioniserende straling. Dat betekent in de praktijk dat het in staat is om in
interactie met elektronen te gaan en dus elektronen uit hun schil te kunnen schieten,
en daardoor ioniserende straling schadelijk.
• Verschil tussen gamma en röntgen straling: röntgen bestaat doordat je
elektronen op een bepaald target materiaal schiet en dan gaan die elektronen
in wisselwerking met materie en ontstaat er röntgenstraling. Gamma straling
ontstaat in de kern van de radioactieve stof. Uit de kern van een RA stof =
gamma straling, energie verlies elektronen = röntgenstraling
• Gamma straling onderscheidt zich van röntgenstraling door de herkomst.
Gamma: NG
Röntgen: RD/CT, RT
4
thema 13
Céline Post
1
,Inhoud
Stralingsdeskundigheid .................................................................................................................... 4
Straling (+toestellen) ........................................................................................................................ 4
Radioactiviteit...................................................................................................................................... 7
Wisselwerking ................................................................................................................................... 11
Afscherming....................................................................................................................................... 18
Dosimetrie .......................................................................................................................................... 21
Detectie ............................................................................................................................................... 23
Radiobiologie..................................................................................................................................... 27
Inwendige besmetting ..................................................................................................................... 32
Wet- en regelgeving ......................................................................................................................... 35
2
,Handig om te hebben:
3
, Stralingsdeskundigheid
Straling (+toestellen)
Straling: elke overdracht van energie vanuit een bron naar de omgeving zonder dat hiervoor
een medium nodig is
Stralingsbronnen
Toestellen
- Rontgenapparatuur
- Deeltjes versenllers o.a.:
• Lineaire versneller
• Cyclotron
Radioactieve bronnen:
- Ingekapselde bronnen (;hermetisch afgesloten en RA kan zich niet verder
verspreiden)
- Niet-ingekapselde bronnen (‘open’ bronnen) (;zenden straling uit)
Ioniserende straling
; is in staat om biologische effecten te veroorzaken, maar je ziet, ruikt, proeft, hoort en voelt
het niet.
Gebruik bij medische toepassingen
- Kijken in de patiënt
• Radiodiagnostiek
▪ X-foto’s
▪ CT
• Nucleaire geneeskunde
- Doden van cellen
• Radiotherapie
• Nucleaire Geneeskunde
Soorten straling
Elektro magnetische straling (fotonen)
- = Massaloze energie pakketjes
- Niet ioniserend: radiogolven, microgolven, licht, IR, UV-A en UV-B
- Ioniserend: UV-C, röntgen, gamma straling Y
- fotonen, vertegenwoordigen de hoeveelheid energie en wanneer de energie per
pakketje over een bepaalde drempel gaat dan gaat het van niet-ioniserende straling
naar ioniserende straling. Dat betekent in de praktijk dat het in staat is om in
interactie met elektronen te gaan en dus elektronen uit hun schil te kunnen schieten,
en daardoor ioniserende straling schadelijk.
• Verschil tussen gamma en röntgen straling: röntgen bestaat doordat je
elektronen op een bepaald target materiaal schiet en dan gaan die elektronen
in wisselwerking met materie en ontstaat er röntgenstraling. Gamma straling
ontstaat in de kern van de radioactieve stof. Uit de kern van een RA stof =
gamma straling, energie verlies elektronen = röntgenstraling
• Gamma straling onderscheidt zich van röntgenstraling door de herkomst.
Gamma: NG
Röntgen: RD/CT, RT
4