9.1 WHITNIN-SUBJECTS EXPERIMENTS AND INTERNAL VALIDITY
CHARACTERISTICS OF WSD
= kenmerken van binnen-subject ontwerpen
- bepalende kenmerk => dat het 1 enkele groep deelnemers gebruikt en elk individu
test of observeert in alle verschillende behandelingen die worden vergeleken
- in sommige experimenten worden verschillende behandelingen opeenvolgend
toegediend, waarbij deelnemers eerst de ene behandel conditie krijgen en op een
later tijdstip de volgende
- vb. onderzoek naar het effect van vloeken op de pijnervaring
- in het onderzoek werd de deelnemers gevraagd om 1 hand in ijskoud water te
houden zolang ze de pijn kunnen verdragen
- 1 conditie => participanten moesten hun favoriete scheldwoord opnieuw
herhalen zolang hun handen in het water waren
- 2 conditie =>participanten moesten een neutraal woord herhalen dat vloeken
pijntolerantie verhoogde en de waargenomen pijn verminderde
- in andere experimenten worden de verschillende behandelings condities allemaal
tegelijk toegediend in 1 experimentele sessie (9.1b)
- waarbij 'trials' voor de ene conditie worden vermengd met die van de andere
conditie(s)
- vb. deelnemers kregen een lijst met een mix van humoristische en
niet-humoristische zinnen
- erna vroeg men aan hen om er zoveel mogelijk te herinneren
- resultaten toonden aan dat meer humoristische zinnen werden herinnerd
- onderzoeker wisselde heen en weer tussen de 2 behandelings condities
(humoristisch en niet-humoristisch) met slechts enkele seconden tussen
zinnen van de ene behandeling en volgende
- belangrijkste element van WSD is dat alle individuen in 1 steekproef deelnemen aan
alle behandelings omstandigheden
- WSD is in zekere zin de ultieme vorm van equivalente groepen, aangezien dezelfde
deelnemers in elke behandelings conditie worden gebruikt
- stappen die we in een WSD moeten nemen om confounding door individuele
verschillen te elimineren, zijn daarom hier niet nodig
- repeated measures design = term voor dat een persoon meerde condities
ondergaat en meerde resultaten oplevert (hetzelfde als WSD)
- in dit hoofdstuk onderzoeken we het WSD met herhaalde metingen, waarbij dezelfde
deelnemers aan verschillende behandelings condities worden blootgesteld
- In de terminologie van experimenteel onderzoek houdt een WSD in dat dezelfde
groep deelnemers wordt blootgesteld aan alle niveaus van de onafhankelijke
variabele, waardoor elke deelnemer elk niveau ervaart
- experimenteel ontwerp met WSD is ook geschikt voor andere, niet-experimentele
typen onderzoek die veranderingen in de loop van de tijd onderzoeken
- vb. studies naar menselijke ontwikkeling observeren vaak 1 groep individuen
op verschillende leeftijden om de ontwikkeling in de loop van tijd te volgen
- within subject experimental design/repeated-measures experimental d =
vergelijkt 2 of meer verschillende behandelings omstandigheden (of vergelijkt een
1
, behandeling en een controle) door dezelfde groep individuen te observeren of te
meten in alle behandelings omstandigheden die worden vergeleken
- zoekt dus naar verschillen tussen behandelings omstandigheden binnen
dezelfde groep deelnemers
- om als experiment te kwalificeren, moet het ontwerp voldoen aan alle andere
vereisten van experimentele onderzoeksstrategie, zoals manipulatie van een
onafhankelijke variabele en controle van externe variabelen
THREATS TO INTERNAL VALIDITY OF WS EXPERIMENTS
= bedreigingen voor de interne validiteit van WS experimenten
- wanneer in een experimenteel WSD verschillende behandelingen op verschillende
tijdstippen worden toegediend, moet men rekening houden met bedreigingen voor
interne validiteit
- deze kunnen ontstaan door omgevingsvariabelen en tijdgerelateerde factoren die
systematisch veranderen tussen behandelingen en zo scores van deelnemers
beïnvloeden
er zijn 2 belangrijke bronnen van potentiële verstorende factoren voor WSD:
1. verstoring door omgevingsvariabelen
a. omgevingsvariabelen zijn kenmerken van de omgeving die kunnen
veranderen van de ene behandelings conditie naar de andere
b. zo kan de ene behandeling 's ochtends worden geëvalueerd en de andere 's
middags
c. zulke variabelen kunnen verschillen in scores veroorzaken tussen de
verschillende behandelingen en bieden daarom een alternatieve verklaring
voor de verschillen tussen de behandelingen
2. verstoring door tijdgerelateerde variabelen
a. in de tijd tussen de 1ste meting en laatste meting kunnen deelnemers worden
beïnvloed door verschillende factor => andere factoren kunnen scores van
deelnemers beïnvloeden
b. dit bedreigt de interne validiteit van het onderzoek => omdat een verandering
in score van een deelnemer van de ene behandeling naar de andere kan
worden veroorzaakt door een externe factor in plaats van door de
verschillende behandelingen
er zijn 5 tijdgerelateerde bedreigingen voor de interne validiteit:
geschiedenis:
- verwijst naar omgevings gebeurtenissen buiten de behandeling die in de loop van de
tijd veranderen en scores tijdens de ene behandelings conditie anders kunnen
beïnvloeden dan tijdens een andere
- gebeurtenissen die zich voordoen in het leven van deelnemers thuis, op school of op
het werk => kunnen hun prestaties/gedrag in verschillende delen van het onderzoek
beïnvloeden
- bv. als een onderzoek dat zich over meerdere dagen uitstrekt met elke dag een
andere behandelings conditie
- kan worden beïnvloed door een externe gebeurtenis die waarschijnlijk sommige
deelnemers op een bepaalde dag beïnvloedt, maar niet op een andere dag
- in dat geval kan de gebeurtenis een verklaring bieden voor ongebruikelijke prestaties
op die specifieke dag
2
, - geschiedenis effect wordt een confounding variabele als het ten minste 1
behandelings conditie beïnvloedt en genoeg deelnemers beïnvloed om effect te
hebben op de algehele groepsprestaties
- bv. onderzoeken die werden uitgevoerd toen de infecties met het
COVID-19-virus snel toenamen
- logisch dat dit de manier waarop deelnemers op een taak reageren heeft
beïnvloed, doordat hun algemene angstniveau ten opzichte van hun
omgeving toenam
- wanneer het onderzoeksontwerp er voor zorgt dat deze invloed in alle
condities gelijk is, vormt het verhoogde angstniveau geen confounding
variabele
- dat zou het geval zijn wanneer in alle condities een vergelijkbaar percentage
deelnemers de taken uitvoerde ná het begin van de COVID-19-crisis
- geschiedenis: wanneer een groep deelnemers wordt getest in een reeks
behandelings condities kan elke externe gebeurtenis die scores in de ene conditie
anders beïnvloedt dan in een andere conditie
- vormt een bedreiging voor interne validiteit, omdat eventuele verschillen tussen de
behandelings condities dan het gevolg kunnen zijn van deze externe gebeurtenissen
in plaats van van de behandeling zelf
maturation/rijping/maturatie:
- rijping = wanneer een groep deelnemers wordt getest in een reeks behandelings
condities, kunnen fysiologische/psychologische veranderingen die optreden
gedurende het onderzoek scores beïnvloeden
- vormt een bedreiging voor interne validiteit => omdat waargenomen verschillen
tussen behandelings condities hierdoor kunnen ontstaan in plaats van door de
behandeling zelf
- bijzonder belangrijk wanneer de deelnemers die meedoen jonge kinderen of oudere
volwassenen zijn
- jonge kinderen kunnen nieuwe kennis/vaardigheden opdoen of in korte tijd
groter en sterker worden
- gevolg => de prestaties van deelnemers aan het einde van een reeks
behandelings condities kunnen sterk verschillen van hun prestaties aan het
begin
- deze verandering kan het gevolg zijn van rijping en hoeft dus niet door de
behandelingen zelf veroorzaakt te zijn
- rijping is van bijzonder belang in onderzoeks situaties waarin de reeks
behandelingen zich over een relatief lange tijd uitstrekt
instrumentatie:
- instrumentatie = verwijst naar veranderingen in het meetinstrument die optreden
tijdens een onderzoek waarin deelnemers worden gemeten in een reeks
behandelings omstandigheden
- vormt een bedreiging voor interne validiteit => omdat waargenomen verschillen
tussen behandelings omstandigheden kunnen worden veroorzaakt door
veranderingen in het meetinstrument in plaats van door de behandelingen
- instrumentatie komt vaker voor bij gedragsobservatie metingen dan bij andere
soorten metingen
- bv. onderzoeker die een groep kinderen observeert en gevallen van agressief
gedrag registreert
3