Hoofdstuk 1
Inleiding
Vermogensrecht = geheel van zakelijke rechten + vorderingsrechten +
intellectuele rechten
Goederenrecht =
Onderdeel van het vermogensrecht
Regelt de verhouding tussen het rechtssubject en een rechtsobject
Rechtssubject (RS): Drager van rechten en plichten. Dit zijn natuurlijke
personen (mensen) en rechtspersonen (bv. vennootschappen, vzw’s).
Rechtsobject (RO): Goederen waarover rechten bestaan. Dieren zijn juridisch
gezien goederen, maar hebben een bijzonder statuut.
Zakelijke rechten: Rechten die een RS zeggenschap geven over een bepaald
RO (bv. eigendomsrecht).
Vorderingsrechten: Rechten waardoor een RS een prestatie kan eisen van een
ander RS (bv. huurrecht).
Definitie van goederen
Goederen = alles wat vatbaar is voor toe-eigening. (iets dat geschikt is om
in eigendom te worden genomen door iemand)
Personen en dieren zijn geen goederen.
Het gaat niet alleen om natuurlijke personen (dus ook rechtspersonen
vallen erbuiten).
Vroeger werden dieren juridisch als goederen beschouwd, maar dit is
veranderd door nieuwe regelgeving: dieren hebben nu een bijzondere
rechtspositie.
Indeling van goederen
Verschillende indelingen van goederen
De toepasselijke rechten hangen af van de indeling van het goed.
Lichamelijke en onlichamelijke goederen
Roerende en onroerende goederen
Publieke en private goederen
Gemene voorwerpen en goederen zonder eigenaar
Vervangbare goederen, verbruikbare goederen en soortgoederen
Goederen in en buiten handel
1
,Lichamelijke en onlichamelijke goederen
Lichamelijke goederen
Definitie: Goederen die je kunt waarnemen met je zintuigen (zien, horen,
ruiken, voelen, proeven).
Kenmerk: Tastbaar, fysiek aanwezig.
Voorbeelden:
o IJsje (proeven, zien, voelen)
o Parfum (ruiken, zien)
o Bank (zien, voelen)
Onlichamelijke goederen
Definitie: Goederen die je niet met je zintuigen kunt waarnemen.
Kenmerk: Niet tastbaar, maar ze bestaan juridisch wél als
vermogensbestanddeel.
Voorbeelden:
o Aandelen of obligaties
o Digitale producten (software, e-books, licenties)
o Tijd (bv. betaalde arbeidstijd)
o Cliënteel van een handelszaak
o Handelszaak zelf (je ziet het gebouw wel, maar niet de
winst/verliespositie)
Roerende en onroerende goederen
= belangrijkste indeling van goederen binnen goederenrecht!
Historische ontwikkeling:
Romeinen: fysiek criterium → (niet-)verplaatsbaarheid bepaalde of iets
roerend/onroerend was.
Feodaliteit: economisch criterium → onroerend = waardevol (land,
gebouwen → rijkdom, macht, aanzien).
BW 1804: mengeling van fysiek + economisch criterium.
BW 2020: vereenvoudiging, maar indeling blijft belangrijk.
Huidige regel (BW 2020)
Hoofdregel: Alles is roerend, tenzij het onroerend is.
Kenmerk roerend: verplaatsbaar.
Onroerend: niet-verplaatsbaar, verbonden aan de grond (bv. gebouwen,
grond).
1: Roerend/onroerend uit hun aard
2
, o Roerend uit aard = verplaatsbaar → bv. auto. Ook de zakelijke rechten
daarop (bv. vruchtgebruik op een auto) zijn roerend.
o Onroerend uit aard = niet-verplaatsbaar → grond (enige échte onroerende
goed uit aard).
2. Onroerend door incorporatie
o Wanneer iets duurzaam verbonden wordt met een onroerend goed, wordt
het ook onroerend.
o Voorbeeld: zonnepanelen op een huis → onroerend door incorporatie.
o Worden ze verwijderd, dan beschouwt men die als roerend (vervroegde
afbraak).
3. Tijdelijke fases – vervroegd roerend
o Bepaalde goederen zijn op een bepaald moment onroerend, maar worden
roerend van zodra de bedoeling bestaat ze te verplaatsen.
o Voorbeeld: graan in de grond → verbonden met grond (onroerend).
o Zodra het geoogst wordt of met oogstintentie wordt beschouwd → roerend
(om te verhandelen).
4. Rechten volgens de aard van het goed
o Eigendomsrecht op een onroerend goed = onroerend recht.
o Eigendomsrecht op een roerend goed = roerend recht.
Publieke en private goederen
Publieke goederen
o Definitie: Behoren toe aan publiekrechtelijke rechtspersonen (=
rechtspersonen opgericht door de overheid met een publiek doel en taken
van algemeen belang).
o Voorbeelden: Belgische staat, gemeenten, steden,
onderwijsinstellingen, ziekenhuizen, FAVV (voedselveiligheid).
o Functie: Worden gebruikt in het algemeen belang.
Onderverdeling van publieke goederen:
1) Behorend tot Publiek domein
o Voor iedereen toegankelijk, gebruikt voor algemeen nut.
o Niet vervreemdbaar (kan niet verkocht worden).
o Voorbeelden: pleinen, parken, wegen, fietspaden.
2) Behorend tot Privaat domein
o Wel eigendom van de overheid, maar niet zomaar vrij toegankelijk.
o Kunnen door de overheid beheerd/verhuurd/verkocht worden.
o Voorbeelden: sociale woningen, overheidsgebouwen (toegang enkel met
pas).
Private goederen
Behoren toe aan particulieren of private rechtspersonen.
Worden gebruikt voor privébelangen.
3
, Gemene voorwerpen en goederen zonder eigenaar
1. Gemene voorwerpen
Behoren aan niemand toe.
Worden gebruikt in het algemeen belang.
Voorbeelden: niet-territoriaal water, lucht, openbare stranden.
Kenmerk: je kunt er niet tegen zeggen dat het van jou is; ze zijn voor
iedereen toegankelijk.
2. Goederen zonder eigenaar
Goederen die nooit een eigenaar hebben gehad, of waarvan de eigenaar
afstand van heeft gedaan.
Voorbeelden:
o Afgevallen vruchten van een boom (geen eigenaar meer).
o Oude, verlaten boten of fietsen (kunnen door de gemeente worden
overgenomen).
Kenmerk: deze goederen kunnen door iemand worden toe-eigend als
niemand anders er aanspraak op maakt.
Vervangbare goederen, verbruikbare goederen en soortgoederen
Vervangbare goederen = Goederen die met elkaar uitwisselbaar zijn omdat ze
dezelfde essentiële kenmerken hebben.
Kenmerken:
Uitwisselbaarheid
Identieke eigenschappen
Gedeelde waarde
Juridisch belang: Invloed op:
- leveringsverplichtingen
- Schadevergoeding: bij vervangbare goederen kan schade vaak worden
vergoed door het leveren van hetzelfde goed.
Voorbeelden:
Vervangbaar: oplader van een gsm, standaard bouwmaterialen,
bulkgoederen zoals graan of olie.
Niet vervangbaar: unieke of op maat gemaakte goederen, zoals een
ketting van de Titanic. Vervangbare goederen sluiten niet altijd perfect op
elkaar aan; unieke eigenschappen kunnen vervangbaarheid beperken. (op
maat gemaakte dingen)
Verbruikbare goederen= Goederen die men slechts één keer kan gebruiken,
daarna tenietgaan.
Tenietgaan door:
Slijtage
Defect
Externe oorzaak
4