Hoorcollegeaantekeningen Saxion
Hogeschool (2025)
Inhoud
Table of Contents
Biological Psychology Hoorcollegeaantekeningen Saxion Hogeschool
(2025)..........................................................................................................1
Inhoud..........................................................................................................1
Week 1: De Biologische basis van gedrag................................................1
Week 2 : Neuronen en Actiepotentiaal......................................................2
Week 3: Genetica, Ontwikkeling en Plasticiteit.........................................7
Week 4: De synaps.................................................................................15
Week 5: Anatomie en onderzoeksmethoden...........................................21
Week 6: het visueel systeem..................................................................26
Week 7: Overige sensorische systemen..................................................34
Week 1: De Biologische basis van gedrag
Biologische Psychologie = wetenschappelijke studie van de biologische
basis van psyche en gedrag
Verwante termen:
- Neuropsychologie
- Psychofysiologie
- Cognitieve neurowetenschappen etc
Vraagstukken in de BP:
- Bewustzijn als concept onderzoeken
- Genetische invloed vs. Omgevingsinvloed ‘G x E’ model
- Verklaring vinden voor gedrag
Predispositie = aanleg in genenbasis om bijv. depressie te ontwikkelen,
maar hoeft niet altijd zo te zijn. Kan getriggerd worden door
omgevingsfactoren.
,4 biologische verklaringsmodellen
Fysiologische verklaring -> Focus op gedrag gerelateerd aan
lichamelijke processen
Ontogenetische verklaring -> Focus op beschrijving hoe het gedrag
zich kon ontwikkelen; kijken naar het zijn.
Evolutionaire verklaring -> Focus op gedrag als gevolg v.d. evolutie
van een soort.
Functionele verklaring -> Focus op doel van het gedrag; waarom is
het zo ontwikkeld?
Feiten v. evolutie
- Genen muteren random
- ‘Fittest’ = best aangepast aan de omgeving
- Reproductie van genen van belang
- Er is geen ‘doelgerichte selectie’. Wie beste genen heeft die passen
bij de omgeving (op genniveau), heeft grootste overlevingskansen.
Week 2 : Neuronen en Actiepotentiaal
Neuronen (zenuwcellen) -> informatie of prikkeloverdracht
Gliacellen (steuncellen) -> diverse ondersteunende functies
CZ -> hersenen + ruggenmerg
PZS -> connectie CZ en zintuigen, organen, spieren
- Somatisch zenuwstelsel (onder bewuste controle v. CZ)
- Autonome zenuwstelsel (onbewust; hartslag, bloeddruk,
ademhaling)
Sympathisch (fight-flight response; actief bij stress, stelt
lichaam in staat om te reageren in stressvolle situatie)
Parasympatisch (rest and digest; rustsysteem)
Neuron (zenuwcel) :
, - Informatie overdragen aan andere zenuwcellen, spieren of organen;
informatie ontvangen/doorgeven.
- Via elektrische en/of chemische prikkeloverdracht.
- Samengenoemd zenuwen
- 86 miljard a. neuronen gemiddeld in brein
Structuur neuron:
Dendrieten -> ontvangt informatie in neuron (input)
Cellichaam -> bevat organellen,
waaronder celkern en chromosomen.
Celkern -> DNA opgeslagen.
Axon -> ‘uitloper’, geeft informatie door
(output)
Axon uiteinde -> waar informatie
overgaat van ene naar volgende cel
door chemische prikkeloverdracht.
Myeline -> gewikkeld om axon, zorgt
voor witte stof (in brein). Zorgt dat
informatie snel verzonden kan worden.
Knoop van Renvier -> regelmatige onderbrekingen in myeline-
omhulsel rond axon. Verhogen snelheid v.d. geleiding van
actiepotentialen.
Soorten neuronen:
1. Sensorische neuronen (afferent) -> naar hersenen toe
CZ, zintuigen
1. Motorische neuronen (efferent) -> van hersenen weg
CZ, spieren en klieren
1. Interneuron (intrinsic)
‘Schakelcel’, verbindt, kan beide kanten opstromen
Vorm neuron door functie:
, - Neuronen in cerebellum integreren informatie uit andere neuronen -
> veel dendrieten aanwezig
- Neuronen in retina (netvlies) krijgen input van weinig zenuwcellen ->
weinig dendrieten aanwezig
- Neuronen veranderen
voortdurend de dendrieten ->
leren + aanpassen.
Verbindingen die weinig worden
gebruikt verdwijnen, wat zorgt
voor efficiëntie.
Gliacellen
= steuncellen
Zorgen voor ondersteunende functies voor hersenweefsel:
Zorgt voor stevigheid
Maken isolatielaag myeline
Opruimen afgestorven neuronen
Betrokken bij instand houden van bloed-hersenbarrière (BHB)
Soorten gliacellen:
Astrocyten
Vormen bouwstenen BHB en zijn verantwoordelijk voor chemische
omgeving v. zenuwcellen
Microglia:
Immuunsysteem, verwijderen afvalproducten & virussen
Oligodendrocyten (CZ)
Maken samen met cellen van Schwann (PZS) myeline om
verbindingen tussen zenuwcellen te beschermen.
Bloed-hersenbarrière
= ondoordringbare wand van bloedvaten. Bevindt zich in bloedvaten v.
hersenen. Beschermt de hersenen.
Maakt onderscheid tussen noodzakelijke (voedingsstoffen) en schadelijke
stoffen. Laat voedingsstoffen door en houdt schadelijke stoffen (virussen,
bacteriën) tegen. Maar, weigert hierdoor soms ook medicatie, bijv.