3.1 SOORTEN LICHAAMSBEDEKKING
HUID
De huid bedekt het hele lichaam aan de buitenkant.
Functie: bescherming tegen uitdroging, infecties, zonlicht en verwondingen.
Bestaat uit meerdere lagen (o.a. opperhuid en lederhuid).
LAGEN VAN DE HUID (CUTIS)
OPPERHUID (EPIDERMIS) EPITHEELCELLEN ONTSTAAN
UIT STAMCELLEN IN DE
o Bovenste laag.
ONDERSTE LAAG VAN HET
o Meerdere lagen dekcellen (plaveiselepitheel) EPITHEEL, EN WORDEN
VOORTDUREND VERNIEUWD
o Voornamelijk opgebouwd uit hoorncellen OMDAT ZE SNEL SLIJTEN.
(keratinocyten)
o Bescherming: onderlinge verbinding van hoorncellen (desmosomen) zorgt
ervoor dat het moeilijk te doordringen is.
o Geen bloedvaten
HOORNLAAG
- De hoornlaag is waterdicht (bovenste laag opperhuid)
Beschermd tegen uitdroging, binnendringen van bacteriën en virussen
en beetje schadelijke stoffen.
De hoorncellen zijn dood en gevuld met keratine wat taai is en stevigheid
geeft doordat het een eiwit is en vochtverlies voorkomt
- De cellen van de hoornlaag worden voortdurend vervangen. Nieuwe
cellen ontstaan in de stratum basale BASALE LAAG (onderste laag van
de opperhuid), goed doorbloed vanuit de lederhuid. Via de stekelcellaag
(stratum spinosum) en korrellaag (stratum granulosum) schuiven de
cellen naar het huidoppervlak, vullen zich steeds meer met keratine,
veranderen van kubus- naar platte vorm, verliezen hun celkern, sterven
en schilferen uiteindelijk af.
OPPERHUID 2
MELANOCYTEN
Ligging: in stratum basale (onderste laag van de opperhuid).
Functie: produceren melanine (pigment).
Doel: beschermen tegen UV-straling en kleur geven aan huid en haar.
MELANINE
Pigment gemaakt door melanocyten.
, Kleur: bruin/zwart.
Functie: absorbeert UV-straling en beschermt DNA van huidcellen.
CELLEN VAN LANGERHANS
Ligging: in stratum spinosum (stekelcellaag).
Functie: afweer → herkennen indringers zoals bacteriën en virussen.
MERKELCELLEN
Ligging: stratum basale.
Functie: tastzin → registreren druk en aanraking.
LEDERHUID (DERMIS)
Ligging: onder de opperhuid (epidermis).
Bestaat uit stevig bindweefsel met bloedvaten, zenuwen, haarwortels,
zweet-en talgklieren, en fagocyten.
Functies: stevigheid, voeding van de opperhuid, tastzin, elasticiteit, warmte-
regulatie, afweer.
LEDERHUID BESTAAT UIT:
1. PAPILLAIRE LAAG (STRATUM PAPILLARE )
Bovenste dunne laag, grenst aan epidermis.
Bevat losmazig bindweefsel, kleine bloedvaatjes, zenuwuiteinden,.
Vormt huidpapillen → vingerafdrukken.
Functie:
o Voeding van de epidermis.
o Tastzin.
o Grip door papillen.
2. RETICULAIRE LAAG (STRATUM RETICULARE )
Dikkere, diepere laag van dicht bindweefsel.
Bevat collageen- en elastinevezels, grotere bloedvaten, zenuwen, zweet-
en talgklieren, haarwortels, fagocyten.
Functie: