Voor hoge power output is het ATP-CP systeem
het belangrijkste
Tijdens anaerobe sporten bijvoorbeeld powerliften
wordt ook gebruik gemaakt van het anaerobe
systeem bijv. tijdens de rustmomenten.
De doelen van krachttraining kunnen we verdelen in:
- Aanpassingen in het centrale zenuwstelsel
(post activatie potentiatie, synchronisatie, vuursnelheid motor units, rekrutering grote
motorische eenheden)
- Aanpassingen in de spieren zelf
(vergroting hoeveelheid spiermassa, betere weerstand tegen vermoeidheid)
Motor neuron – motorische eenheid = motor unit
Motorneuron (blauw), vanuit hier wordt
actiepotentiaal over het axon verstuurd om
de spiervezels aan te spreken
Kleine motor unit – controleert 3 spiervezels (type
1)
Grote motor unit – controleert 6 spiervezels (type
2)
1
, Size principal = je schakelt meer motor units in als je meer
kracht nodig hebt
- Kleine motor units inschakelen als je weinig krachtnodig
hebt
- Grote EN kleine motor units inschakelen als je veel kracht
nodig hebt
De snelheid van kracht leveren gaat in grote motor units veel
sneller, in kleine motor units gaat dit minder snel.
Wanneer de snelheid van spiercontractie hoog is (bijv. sprint),
dan schakel je OOK de grote motor units in.
Ook als je traint tot falen, dan schakel je eerst de kleine motor units in, die raken op een
gegeven moment vermoeid. Dan schakel je de grote motorunits in.
Postactivation potentation (acute adaptatie aan krachttraining) = het wakker maken
van je grote motorunits. Dit doe je met een warming up en dan gebruik je (bijv. bij
powerliften) als eenmaal een zwaarder gewicht zodat die grote motorunits al zijn
aangesproken.
Chronische adaptaties aan krachttraining:
Synchronisatie = meer motor units sturen op het zelfde moment spiervezels aan
om kracht te contraheren, hierdoor wordt de krachtoutput groter
Vuursnelheid van motorische eenheden = meer signalen gaan naar de spier
om te contraheren. Wanneer dit gebeurd wordt de krachtputput groter.
Rekrutering van grotere motorunits = Er is krachttoename doordat er
beschikking is tot grotere motorunits die er voor de krachttrainingen nog niet
waren.
Een traag contraherende spier kan meer kracht leveren
dan een snel contraherende spier. Als je heel veel
kracht moet leveren dan zal de spiercontractie laag
zijn, wanneer je heel erg snel wilt zijn is de
krachtoutput van de spier laag.
Aanpassingen in de spier zelf (door grotere, dikke spieren = spierhypertrofie):
Belangrijkste mechanisme voor spierhyperttrofie:
1. Mechanische spanning
2. Metabole stress
3. Spierschade
1/3: mechanische spanning:
- Ontstaat tijdens het concentrische deel van een spiercontractie
- Ook bij het exentrische deel van een spiercontractie
- Spierschade is niet nodig!
Toepassing:
- Zware gewichten
- 3 tot 8 reps
- Concentrisch en excentrisch
Dit zorgt voor de meeste mechanische spanning!
2