Week 1.4 koolhydraten en vetten verteren en metabolisme
Spijsvertering = vindt plaats in het maagdarmkanaal. Voedsel afbreken
in voedingsstoffen (koolhydraten in monosachariden), zodat het
opgenomen kan worden
Absorptie = het transporteren van voedingsstoffen van het
maagdarmkanaal naar de darmcel (enterocyt) en uiteindelijk naar het
bloed
Metabolisme = vindt plaats in cellen en is samengesteld uit anabolisme
en katabolisme:
- Anabolisme = grotere moleculen opbouwen uit kleinere moleculen,
glycogeen uit glucose maken
- Katabolisme = afbraak van grotere moleculen in kleinere
moleculen, glycogeen in glucose afbreken of eiwitten in aminozuren
Spijsvertering en metabolisme van vet:
Structuur formule van een vet / tryglyceride (3 vetzuren)
Links is een glycerolmolecuul, waaraan rechts 3 vetzuren vastzitten.
Afhankelijk van hun lengte noemen we deze; langeketenvetzuren,
middellange ketenvetzuren of korteketenvetzuren.
Langeketenvetzuren zijn NIET oplosbaar in water! Ze zijn hydrofoob. Je
lichaam moet dit probleem overkomen om ze te kunnen verteren en
absorberen.
Stappen vertering in het kort:
- Emulgatie (galzuren) -> kleine vetdruppels maken uit grote
vetdruppels. Als dit gebeurt wordt het oppervlakte voor de vertering
groter. Een groot oppervlak maakt vertering veel makkelijker. Dit is
niet de échte vertering van vetten. Dit gebeurt door enzymen.
- Enzymen (lipasen) splitsen triglyceriden (TG) in vetzuren (FA of FFA)
en monoglyceriden en een beetje glycerol
1
, De volgende stap is de absorptie van deze 3 door darmepitheel ->
resynthese tot triglyceriden, TG gecombineerd met cholesterol tot
chylomicronen (= lipiden- en eiwitcomplex);
Je vindt ze eerst in je lymfestelsel en later in je bloed. Via deze wegen
vindt ook het transport van de chylomicronen plaats.
Chylomicronen passeren de lever niet, maar geven hun triglyceriden af
aan spier- en vetweefsel; de rest wordt door de lever opgenomen
Op de onderstaande afbeelding kun je deze vertering in een beeld zien.
1. Links gaat vet vanuit je maag je dunne darm in (vetdruppels =
geel)
2. De toevoeging van gal door je galblaas maakt de grote vetdruppels
kleiner, maar het is nog steeds vet
3. Lipase wordt afgescheiden door je alvleesklier en wordt
getransporteerd naar je dunne darm. Lipase wordt ook afgescheiden
door je maag en mond
4. Lipase maakt van tryglyceriden -> vrije vetzuren en
monoglyceriden (er zal maar een beetje glycerol zijn)
5. Deze vrije vetzuren en monoglyceriden (bevatten nog steeds LCFA)
worden omgezet in micellen. Deze hebben een hydrofiele
buitenkant en hydrofobe binnenkant en kunnen daardoor worden
opgenomen door je darmcellen
2
Spijsvertering = vindt plaats in het maagdarmkanaal. Voedsel afbreken
in voedingsstoffen (koolhydraten in monosachariden), zodat het
opgenomen kan worden
Absorptie = het transporteren van voedingsstoffen van het
maagdarmkanaal naar de darmcel (enterocyt) en uiteindelijk naar het
bloed
Metabolisme = vindt plaats in cellen en is samengesteld uit anabolisme
en katabolisme:
- Anabolisme = grotere moleculen opbouwen uit kleinere moleculen,
glycogeen uit glucose maken
- Katabolisme = afbraak van grotere moleculen in kleinere
moleculen, glycogeen in glucose afbreken of eiwitten in aminozuren
Spijsvertering en metabolisme van vet:
Structuur formule van een vet / tryglyceride (3 vetzuren)
Links is een glycerolmolecuul, waaraan rechts 3 vetzuren vastzitten.
Afhankelijk van hun lengte noemen we deze; langeketenvetzuren,
middellange ketenvetzuren of korteketenvetzuren.
Langeketenvetzuren zijn NIET oplosbaar in water! Ze zijn hydrofoob. Je
lichaam moet dit probleem overkomen om ze te kunnen verteren en
absorberen.
Stappen vertering in het kort:
- Emulgatie (galzuren) -> kleine vetdruppels maken uit grote
vetdruppels. Als dit gebeurt wordt het oppervlakte voor de vertering
groter. Een groot oppervlak maakt vertering veel makkelijker. Dit is
niet de échte vertering van vetten. Dit gebeurt door enzymen.
- Enzymen (lipasen) splitsen triglyceriden (TG) in vetzuren (FA of FFA)
en monoglyceriden en een beetje glycerol
1
, De volgende stap is de absorptie van deze 3 door darmepitheel ->
resynthese tot triglyceriden, TG gecombineerd met cholesterol tot
chylomicronen (= lipiden- en eiwitcomplex);
Je vindt ze eerst in je lymfestelsel en later in je bloed. Via deze wegen
vindt ook het transport van de chylomicronen plaats.
Chylomicronen passeren de lever niet, maar geven hun triglyceriden af
aan spier- en vetweefsel; de rest wordt door de lever opgenomen
Op de onderstaande afbeelding kun je deze vertering in een beeld zien.
1. Links gaat vet vanuit je maag je dunne darm in (vetdruppels =
geel)
2. De toevoeging van gal door je galblaas maakt de grote vetdruppels
kleiner, maar het is nog steeds vet
3. Lipase wordt afgescheiden door je alvleesklier en wordt
getransporteerd naar je dunne darm. Lipase wordt ook afgescheiden
door je maag en mond
4. Lipase maakt van tryglyceriden -> vrije vetzuren en
monoglyceriden (er zal maar een beetje glycerol zijn)
5. Deze vrije vetzuren en monoglyceriden (bevatten nog steeds LCFA)
worden omgezet in micellen. Deze hebben een hydrofiele
buitenkant en hydrofobe binnenkant en kunnen daardoor worden
opgenomen door je darmcellen
2