Fysiologie en pathofysiologie van de urinewegen
Hoofdstuk 1: fysiologie en pathofysiologie van de
hoge urinewegen
1.1. De urinewegen
Ø Hoge urinewegen
- Nieren urine productie: homeostase
- Kelken/ calices urine collectie + transport
- Bekken/ pyelum
- Ureter
Ø Lage urinewegen urine opslag + lozing (mictie)
- Blaas
- Urethra
1.2. Anatomie van de hoge urinewegen
1.2.1. Pyelocaliciëel stelsel (PCS)
ð Opvang van urine
ð Nierpapil
- Nierkelken: calices minores en majores
- Pyelum: de grote kelken è monden uit in het nierbekken
- Ureter
1.2.2. Pyelo-ureterale junctie (PUJ)
ð Plaats dat urine van pelvis overgaat naar ureters
ð Meestal goed doorgankelijk
ð Vermoedelijk geen klepfunctie (mucosale plooi)
ð Belangrijke plaats waar obstructie kan ontstaan
ð Overgang tussen PCD en ureter
1.2.3. Ureters
ð Transporteren urine naar de blaas
ð Bilaterale, retropertineaal gelegen
ð 22-30 cm lang
ð Diameter: 1,5 – 6 mm
ð Drie segmenten:
- Abdominaal: van PUJ tot aan de ilacale vaten
- Pelvien: van iliacale vaten tot aan de blaas
Overkruising van a uterina (cave iatrogene letsels)
, - Intramuraal (schuin verloop in blaaswand)
1.2.4. Vesico-ureterale junctie
ð Plaats waar ureter terecht komt in de blaas
- Uitmonding in ureter ostium
ð Ureter eindigt thv de vesico-ureterale junctie (VUJ)
ð Sheet van waldeyer:
- Musculaire laag (longitudinaal) rond distale ureter
- Versmelten met detrusorvezels van de blaas
ð Intramurale ureter loopt schuin door de blaas
- Lengte 1,2-2,5 cm
ð Urterostium: opening van ureter in de blaas
1.2.5. Klinische anatomie
ð Cytoscopie
ð Endoscopisch zicht van de ureter
ð Aanprikken van nefrostomie in de juiste kelk
ð Vernauwingen
1.2.5.1. Cytoscopie
• Met endoscoop doorheen plasbuis tot aan de blaas
- Hierbij zie je de plaats waar de ureter in de blaas terecht komt =
ureter-ostia
• Flexibele cytoscopie: insepectie urethra, blaashals en blaas (VUJ)
1.2.5.2. Endoscopisch zicht ureter
• Flexibele ureterorendoscopie: inspectie ureter en PCS
- Naar nieren kiijken
- Je gaat dus verder doorheen het eindpunt van de flexibele
cytoscopie (ostium ureter)
- Retrograde uretroscopie (camera met endoscoop)
1.2.5.3. Aanprikken van nefrostomie in de juiste kelk
• Bij het aanprikken van de kelken moet vermeden worden om de
(interlobulaire) arteries aan de te prikken
- Moet mooi in de papil zijn
• Vb bij het plaatsen van een drain of voor percutane steen
behandeling
1.2.5.4. Vernauwingen
• 3 relevante vernauwingen op verloop ureter:
- PUJ
- Overkruising iliacale vaten
, - Intramurale deel van de ureter
= 3 plaatsen waar nierstenen vast kunnen komen te zitten
(ureterobstructies)
1.3. Fysiologie van de hoge urinewegen
Ø Opvangen (PCS) van de urine die geproduceerd wordt door de nier en e_iciënt
transporteren (ureters) naar de blaas
Ø belangrijk
- geen resorptie van water, elektrolyten, afvalsto_en meer door specialisatie
van het urotheel
- actief proces van urinetransport door de ureters: peristalsis
- geen stase van urine
- geen reflux van urine van de blaas naar de hogere urinewegen
Ø de ureter transporteert urine van het PCS naar de blaas
- barrière functie: mucosa met gespecialiseerd urotheel
transitioneel celepitheel
continue met urotheel van de blaas
- actieve propulsie van urine
binnenste longitudinale gladde spierlaag
buitenste circulaire gladde spierlaag
1.3.1. peristalitische contracties van de ureter
ð pacemaker cellen in renale pelvis
- pacemaker cellen gaan op vast ritme elektrische signalen produceren
ð de gladde spiercellen van de ureter functioneren als een syncytium
- elektrische activtieit verspreidt via gap juncties in gladde spiercellen
(myogeen)
- traag (2-6 cm/s)
ð excitatie contractie koppeling: stimulus è contractie gladde spieren
- excitatie door conductie van elektrische activiteit (AP) van naburige cel
of door externe stimulus (elektrisch, mechanisch, chemisch)
- actiepotentiaal
plateau type actiepotentiaal (L-type Ca-kanalen)
stijging intracellulaire Ca door influx en vrijzetting uit interne stores
- calcium geïnduceerde gladde spiercontractie
contractie vrij cytoplasmatisch Ca in regio actine en myosine bepaalt
de contractiestatus
1.3.2. actieve urine propulsie in de ureter
ð urine in nierkelken: gaan wat uitzetten è pacemaker activiteit è
perstaltische contracties
Hoofdstuk 1: fysiologie en pathofysiologie van de
hoge urinewegen
1.1. De urinewegen
Ø Hoge urinewegen
- Nieren urine productie: homeostase
- Kelken/ calices urine collectie + transport
- Bekken/ pyelum
- Ureter
Ø Lage urinewegen urine opslag + lozing (mictie)
- Blaas
- Urethra
1.2. Anatomie van de hoge urinewegen
1.2.1. Pyelocaliciëel stelsel (PCS)
ð Opvang van urine
ð Nierpapil
- Nierkelken: calices minores en majores
- Pyelum: de grote kelken è monden uit in het nierbekken
- Ureter
1.2.2. Pyelo-ureterale junctie (PUJ)
ð Plaats dat urine van pelvis overgaat naar ureters
ð Meestal goed doorgankelijk
ð Vermoedelijk geen klepfunctie (mucosale plooi)
ð Belangrijke plaats waar obstructie kan ontstaan
ð Overgang tussen PCD en ureter
1.2.3. Ureters
ð Transporteren urine naar de blaas
ð Bilaterale, retropertineaal gelegen
ð 22-30 cm lang
ð Diameter: 1,5 – 6 mm
ð Drie segmenten:
- Abdominaal: van PUJ tot aan de ilacale vaten
- Pelvien: van iliacale vaten tot aan de blaas
Overkruising van a uterina (cave iatrogene letsels)
, - Intramuraal (schuin verloop in blaaswand)
1.2.4. Vesico-ureterale junctie
ð Plaats waar ureter terecht komt in de blaas
- Uitmonding in ureter ostium
ð Ureter eindigt thv de vesico-ureterale junctie (VUJ)
ð Sheet van waldeyer:
- Musculaire laag (longitudinaal) rond distale ureter
- Versmelten met detrusorvezels van de blaas
ð Intramurale ureter loopt schuin door de blaas
- Lengte 1,2-2,5 cm
ð Urterostium: opening van ureter in de blaas
1.2.5. Klinische anatomie
ð Cytoscopie
ð Endoscopisch zicht van de ureter
ð Aanprikken van nefrostomie in de juiste kelk
ð Vernauwingen
1.2.5.1. Cytoscopie
• Met endoscoop doorheen plasbuis tot aan de blaas
- Hierbij zie je de plaats waar de ureter in de blaas terecht komt =
ureter-ostia
• Flexibele cytoscopie: insepectie urethra, blaashals en blaas (VUJ)
1.2.5.2. Endoscopisch zicht ureter
• Flexibele ureterorendoscopie: inspectie ureter en PCS
- Naar nieren kiijken
- Je gaat dus verder doorheen het eindpunt van de flexibele
cytoscopie (ostium ureter)
- Retrograde uretroscopie (camera met endoscoop)
1.2.5.3. Aanprikken van nefrostomie in de juiste kelk
• Bij het aanprikken van de kelken moet vermeden worden om de
(interlobulaire) arteries aan de te prikken
- Moet mooi in de papil zijn
• Vb bij het plaatsen van een drain of voor percutane steen
behandeling
1.2.5.4. Vernauwingen
• 3 relevante vernauwingen op verloop ureter:
- PUJ
- Overkruising iliacale vaten
, - Intramurale deel van de ureter
= 3 plaatsen waar nierstenen vast kunnen komen te zitten
(ureterobstructies)
1.3. Fysiologie van de hoge urinewegen
Ø Opvangen (PCS) van de urine die geproduceerd wordt door de nier en e_iciënt
transporteren (ureters) naar de blaas
Ø belangrijk
- geen resorptie van water, elektrolyten, afvalsto_en meer door specialisatie
van het urotheel
- actief proces van urinetransport door de ureters: peristalsis
- geen stase van urine
- geen reflux van urine van de blaas naar de hogere urinewegen
Ø de ureter transporteert urine van het PCS naar de blaas
- barrière functie: mucosa met gespecialiseerd urotheel
transitioneel celepitheel
continue met urotheel van de blaas
- actieve propulsie van urine
binnenste longitudinale gladde spierlaag
buitenste circulaire gladde spierlaag
1.3.1. peristalitische contracties van de ureter
ð pacemaker cellen in renale pelvis
- pacemaker cellen gaan op vast ritme elektrische signalen produceren
ð de gladde spiercellen van de ureter functioneren als een syncytium
- elektrische activtieit verspreidt via gap juncties in gladde spiercellen
(myogeen)
- traag (2-6 cm/s)
ð excitatie contractie koppeling: stimulus è contractie gladde spieren
- excitatie door conductie van elektrische activiteit (AP) van naburige cel
of door externe stimulus (elektrisch, mechanisch, chemisch)
- actiepotentiaal
plateau type actiepotentiaal (L-type Ca-kanalen)
stijging intracellulaire Ca door influx en vrijzetting uit interne stores
- calcium geïnduceerde gladde spiercontractie
contractie vrij cytoplasmatisch Ca in regio actine en myosine bepaalt
de contractiestatus
1.3.2. actieve urine propulsie in de ureter
ð urine in nierkelken: gaan wat uitzetten è pacemaker activiteit è
perstaltische contracties