Centraal staan de perspectieven om menselijk gedrag te verklaren:
1. Biologische (de mens wordt gestuurd door biologische processen), blz. 1
2. Psychodynamische (de mens wordt gecontroleerd door innerlijke processen), blz. 13
3. Behavioristische (de mens wordt gevormd door de omgeving), blz. 30
4. Cognitivistisch (de mens is een denker en denken stuurt gedrag), blz. 43
5. Humanistische (de mens is een vrij wezen dat streeft naar zelfactualisatie), blz. 61
6. Socioculturele (de mens is een sociaal wezen ingebed in een cultuur), blz. 79
Hoorcollege 1, 10/11/2025, Biologische perspectief
Overzicht hoorcollege:
1. Biologisch perspectief op gedrag (aanpassing door evolutie, erfelijkheid en omgeving)
2. Visie op persoonlijkheid en werkelijkheid
3. Is intelligentie biologisch bepaald
1. Biologisch perspectief op gedrag
Visie op de aard van de mens:
De mens wordt gestuurd door biologisch processen
Ofwel, ons gedrag komt vooral voort uit wat er in ons lichaam gebeurt: vooral in de
hersenen/zenuwstelsel
Oorzaken van gedrag:
Genetische en evolutionaire (automatische gedragsneigingen: angst voor gevaar bijv.)
invloeden
Hersen- en biochemische processen (gedrag hangt samen met hoe onze hersenen
functioneren. Ook hormonen beïnvloeden emoties en gedrag)
1
,Mensbeeld:
De biologisch geprogrammeerde mens (onze biologische omgeving heeft de grootste
invloed op ons gedrag, niet de omgeving)
Aanpassing door evolutie
Al het leven op aarde is aan elkaar gerelateerd: tree of life
Evolutie door natuurlijke selectie:
(Soorten veranderen omdat de natuur selecteert welke eigenschappen het beste zijn om te
overleven):
1. Individuen verschillen biologisch door genetische variatie (verschillende genen) en
mutaties (verandering in het DNA).
2. Sommige biologische kenmerken hangen samen met kans op overleven
3. Behoud van variant indien grotere kans op overleving in specifieke omgeving
(degenen met voordeel hebben meer kans om te overleven en kinderen te krijgen:
die kinderen krijgen dezelfde gunstige eigenschap)
4. Geleidelijk proces van verandering in de soort als aanpassing van de omgeving (de
soort past de omgeving aan doordat de gunstige eigenschappen vaker voorkomen in
de populatie)
Charles Darwin: natuuronderzoeker die het idee van evolutie door natuurlijke selectie
uitlegde.
Overgeërfde gedragsaanpassingen
Welk gedrag vertonen organismen in een omgeving waarin ze dat gedrag niet hebben
kunnen leren?
Overgeërfde gedragsaanpassingen: aangeboren gedragingen
Ethologie (gedragsleer) Studie van het (natuurlijke) gedrag van dieren
Vast actiepatroon: Vast actiepatroon – niet-geleerde (overgeërfde) reactie die automatisch
wordt geactiveerd door een stimulus
VB. Automatisch vast actiepatroon
Zilvermeeuwen krijgen voedsel als ze op de rode stip van de bek van de ouders pikken. De
rode stip is de stimulus die het vaste actiepatroon activeert. Pikken wordt niet aangeleerd ->
maar is aangeboren gedrag.
2
, Evolutie en de mens
Menselijke soort is uitvloeisel van zeer langzaam en zeer langdurig proces van
verandering
Menselijke soort deelt heel veel met andere diersoorten (evolutie bouwt voort op
wat er al is)
Menselijke soort heeft eigen, relatief unieke eigenschappen en adaptatie- principes
(evolutie creëert nieuwe)
Drievoudig brein door Paul McLean
Breinlaag Functie Andere naam Voorbeeldgedrag
Reptilian Instinctive Reptielenbrein Vecht/vlucht, routine, instinct
Zoogdierenbrei Emoties, sociaal gedrag,
Mammalian. Emotional
n motivatie
Logisch denken, plannen, taal,
New Analytical Mensenbrein
creativiteit
3
, Evolutionaire psychologie
Psychologische eigenschappen zijn biologische aanpassingen aan uitdagingen uit de
omgeving. Eigenschappen die in alle culturen voorkomen laten zien dat deze evolutionair
nuttig zijn. Evolutie is telkens een aanpassing aan de omgeving (overleving/samenwerken).
Voorbeelden:
Afleiden emoties van anderen.
Emoties kunnen we meestal herkennen aan een gezichtsuitdrukking, kunnen mensen
uit een andere cultuur dit ook herkennen? -> Ja.
Onderscheid (niet)verwanten (verschil tussen familie en niet-familie: je geeft eerder
bescherming aan je zus dan aan een onbekende)
Samenwerking met anderen
Behoefte om ‘erbij te horen’
Vermogen om taal te leren
Eenvoudige wiskundige taken
Seksuele partnerselectie (hoe individuen partners kiezen voor voortplanting)
Kenmerken overgedragen door seksuele reproductie
Wat zijn de paringsstrategieën van mensen?
Is dit biologisch bepaald?
Controversieel onderwerp!
Theorie = hypothese
Theorie ≠ feit
Kritiek komt aan de orde
4