Hoofdstuk 5: inhoud van verbintenissen uit
overeenkomst
Inhoud
Hoofdstuk 5: inhoud van verbintenissen uit overeenkomst.........................1
5.1 inleiding..............................................................................................2
5.2 bewoordingen van de overeenkomst..................................................2
5.3 algemene voorwaarden: algemeen....................................................3
5.4 algemene voorwaarden: toepasselijkheid en bescherming................3
5.5 redelijkheid en billijkheid....................................................................4
5.6 onvoorziene omstandigheden.............................................................4
, 5.1 inleiding
Een bepaalbare verbintenis in de zin van artikel 6:227 BW betekent
dat de inhoud van de verbintenis (wat partijen van elkaar mogen
verwachten) voldoende bepaalbaar is, ook al is die nog niet tot in detail
vastgelegd.
Volgens artikel 3:40 BW leidt strijdt met een dwingende wetsbepaling tot
nietigheid van het betreffende onderdeel van de overeenkomst.
Bijzondere overeenkomst = benoemde overeenkomst omdat het in
boek 7, 7a en 8 BW besproken wordt. Koop-, arbeid, en huurovereenkomst
zijn benoemd.
6:248 BW bepaalt dat een overeenkomst niet alleen de gevolgen heeft die
partijen met elkaar afspreken (de overeengekomen rechtsgevolgen), maar
ook die welke naar aard van de overeenkomst van de wet, de gewoonte en
de redelijkheid en billijkheid voortvloeien.
Redelijkheid en billijkheid wordt ook benoemd in artikel 6:248 BW.
Als een overeenkomst over een bepaald punt onduidelijk is en partijen
twisten over de vraag wat er nu precies is afgesproken, kan de rechter tot
het oordeel komen dat de redelijkheid en billijkheid de overeenkomst,
omdat de afspraken van partijen niet duidelijk genoeg zijn, moeten
aanvullen.
Redelijk en billijkheid: dat wat normale, verstandige mensen objectief
bezien in deze situatie zouden hebben afgesproken.
De gevolgen van een overeenkomst worden op grond van artikel
6:248 BW bepaald door de volgende factoren:
1. Hetgeen partijen hebben afgesproken.
2. De wet
3. De gewoonte
4. De redelijkheid en billijkheid.
5.2 bewoordingen van de overeenkomst
3:35 BW: Wanneer partijen andere dingen verstaan, wat hun de
overeenkomst geschreven staat dan kon een partij er gerechtvaardigd op
vertrouwen dat dit bedoeld werd en niet dat, dan kan hij zijn tegenpartij
hieraan houden.
Haviltex-criterium: een zuiver taalkundige uitleg van een woord in een
overeenkomst niet beslissend is, komt vanuit de hoge raad.