HOE INDIVIDU EN GROEP ELKAAR BEÏNVLOEDT
ALS DE INDIVIDUELE PRESTATIES IDENTIFICEERBAAR ZIJN
De aanwezigheid van anderen kan onze prestatie positief of negatief beïnvloeden
Positief beïnvloeden:
- sportlui presteren beter voor publiek, dan als ze individueel trainen
- muzikanten spelen vaak beter tijdens optreden dan bij repetitie
Negatief beïnvloeden:
- stotteren als je tekst, die je goed kent, moet voordragen voor publiek
- tijdens examen antwoord niet weten, direct daarna terug wel
SOCIALE FACILITATIE
Sociale facilitatie
= een prestatie die verbetert wordt door de aanwezigheid van soortgenoten, ongeacht of
zij
hetzelfde soort gedrag stellen, alleen maar toekijken of gewoon aanwezig zijn
≠ het is niet dat de handeling makkelijker wordt
Triplett (psycholoog)
→ wordt gezien als grondlegger van de sociale psychologie
→ heeft als eerste onderzoek gedaan in de sociale psychologie
! merkte dat wielrenners snellere tijd neerzette als ze per twee/in groep reden dan
individueel
in beide situaties bedoeling dat ze maximaal presteren
Hengelspoel-experiment:
- opdracht: binnen bepaalde tijd zoveel mogelijk omwentelingen maken met
hengelspoel
- twee condities: 1. Alleen conditie
2. Sociale conditie
Conclusie
= Ze presteerde beter/sneller in de sociale conditie, ook al werden ze in beide
gevallen ertoe
aangezet hun best te doen
‘is toch gewoon competitie?’
DUS derde conditie: er is iemand bij die een andere taak doet
= zelfde resultaat: ook als er geen competitie mogelijk is, blijft in sociale conditie
resultaat beter
, nadien nog veel experimenten uitgevoerd:
○ Chen
- met mieren
- individuele meer verplaats meer zandkorrels in een sociale conditie, dan alleen
○ De Castro
- met eetgedrag
- blijkbaar eten mensen meer in gezelschap met andere mensen, dan alleen
SOCIALE BELEMMERING
Sociale belemmering
= een prestatie wordt belemmerd of bemoeilijkt door de aanwezigheid van soortgenoten,
ongeacht of
zij hetzelfde soort gedrag stellen, alleen maar toekijken of gewoon aanwezig zijn
≠ het is niet dat handeling moeilijker wordt
o Husband
Houten doolhof-experiment:
- proefpersoon werd geblinddoekt, moest met vinger zo snel mogelijk
uitgang vinden
ingewikkelde taak: hebben doolhof nog nooit gezien
- twee condities: 1. Alleen conditie
2. Sociale conditie: geblinddoekt, maar wist dat iem.
aanwezig was
Conclusie
= in sociale conditie deden proefpersonen er veel langer over
= sociale belemmering
o Ader & Tatum
Rode knop-experiment:
- proefpersonen, met elektrodes, aan tafel geplaats: gevraagd om niets te
doen
- Op tafel stond er een rode knop
- twee condities: 1. Alleen conditie
2. Sociale conditie: met twee aan een tafel
“ Hoeveel tijd hebben proefpersonen nodig, in alleen of sociale conditie, om te
leren dat ze
shocken kunnen vermijden door op de rode knop te drukken?”
Conclusie
= in de sociale conditie duurde het veel langer of gewoon niet voordat ze op
knopt drukte
= sociale belemmering
DE SOCIALE ACTIVERINGSHYPOTHESE