Bevat: Theorie H1+H2+H3+H4. Muziek op maat H1+H2
Theorie Hoofdstuk 1: ritme
- Bovenste cijfer in de maatsoort geeft aan hoeveel tellen er zijn
- Onderste cijfer in de maatsoort geeft aan welke notenwaarde 1 tel
is(teleenheid)
- Tweedelige maatsoort: maatsoort waarin de hoeveelheid tellen per
maat 2 of 4 is (voorbeeld: 2/4, 4/4, 2/2, 6/8, 12/8)
- Driedelige maatsoort: maatsoort waarin de hoeveelheid tellen per
maat 3 of 9 is (voorbeeld: 3/8, 3 /4, 9/8, 3/2)
- Onregelmatige maatsoort: maatsoorten waarbij het bovenste getal
niet door 2 of 3 te delen is (voorbeeld: 5/4, 7/8)
- Zwaar maatdeel: het meest opvallende moment in de maat,
meestal de 1e tel.
- Licht maatdeel: alle maatdelen die geen zware maatdelen zijn.
Theorie Hoofdstuk 2: toonhoogte
- noten onder de middelste lijn notenbalk: stok omhoog
- noten boven middelste lijn notenbalk: stok omlaag
- f-sleutel: stip raakt de notenbalk op de f
- g-sleutel: stip raakt de notenbalk op de g
- stamtonen: alle witte toetsen op een piano
- voortekens kunnen gewoon voor de noot maar ook voor de kantlijn
staan.
- Herstellingsteken is alleen geldig voor de toonhoogte voor de toon
waarvoor het teken staat.
- Volgorde voortekens:
o Kruizen: Fis, Cis, Dis, Gis, Ais, Eis, Bis
o Mollen: Bes, Es, As, Des, Ges, Ces, Fes
o Ezelsbruggetje: de afstand van het ene voorteken naar de
andere is elke keer een kwart. Je hoeft dus alleen de 1e mol en
kruis te weten.
- Intervallen:
o 1: prime
o 2: secunde
o 3: terts
o 4: kwart
o 5: kwint
o 6: sext
o 7: septiem
, o 8: octaaf
o 9: none
- Interval benoemen: begin OP de laagste toon te tellen, dus tel de
laagste toon mee!!!!
- Grote secunde: een hele toon afstand
- Kleine secunde: een halve toon afstand
Theorie Hoofdstuk 3: toonladders
- Diatonische toonladder: altijd 8 tonen, kleine en grote secunden.
Majeur en mineur.
- Majeur- toonladder heeft patroon 1-1-1/2-1-1-1-1/2
- Mineur-toonladder heeft patroon 1-1/2-1-1-1-1/2-1
- Ezelsbruggetje: afstand tussen kruizen is iedere keer een kwint en
bij de mollen een kwart
- Grondtoon:1e toon van de ladder
- Toonladders met zelfde grondtoon: gelijknamig
- Toonladders met zelfde voortekens: parallel
- Toonsoort opzoeken: laatste toon van het stuk, dan voortekens
bekijken, toonsoort zoeken in schema. Bij meerdere laatste tonen
kies je de laagste.
- Leidtoon: verhoogde 7e toon
- Harmonisch mineur: mineur met verhoogde 7e toon
- Melodisch mineur: mineur met verhoogde 6e en 7e toon (dalend
vervallen verhoogde 6e en 7e toon)
Theorie Hoofdstuk 4: modi
- Modi:
o Dorisch: mineur, + 1 kruis of – 1 mol
o Phrygisch: mineur, - 1 kruis of + 1 mol
o Lydisch: majeur, + 1 kruis of – 1 mol
o Mixolydisch: majeur, - 1 kruis of + 1 mol.
Theorie Hoofdstuk 5:
Drieklanken:
Een akkoord bestaat uit minimaal drie tonen.
De meest gebruikte drieklank is opgebouwd uit een grondtoon, een
terts, en een kwint.
De naam van het akkoord wordt bepaald door de grondtoon.
Tertsen:
Grote terts = 4 kleine sekunden.