TOEKOMST
22.1 BOUWTEKENING
VEEL FOSSIELEN
Uit verschillende bronnen kunnen wetenschappers informatie over de bouw en leefwijze
van uitgestorven dieren. Bijvoorbeeld uit slagtanden of kiezen uit de zee, bevroren resten
vlees uit Siberië of zelfs een complete maaginhoud.
KLEINE OREN EN EEN DIKKE NEK
Wolharige mammoeten hebben kleine oren en achterpoten en een dikke vacht. Uit de
verspreiding van gevonden skeletten hebben wetenschappers afgeleid dat vrouwelijke
dieren met jongen kuddes vormen onder leiding van een ouder vrouwtje. Mannetjes
leefden solitair. Gedrag onderzoek van uitgestorven dieren gebeurd indirect.
VERWANTSCHAP
Het mtDNA bevat onder andere informatie over enzymen betrokken bij de aerobe
dissimilatie. Mammoeten zijn 4 miljoen jaar geleden ontstaan in zuidelijk Afrika. Het
droger wordende klimaat dreef de onbehaarde dieren naar noordelijk Afrika en Europa.
Door gevonden mtDNA te koppelen aan de leeftijd van het fossiel is vastgesteld dat
Amerikaanse wolharige mammoeten meer dan 44 000 jaar naar Europa trokken. Slechts
3 populaties overleefde de opwarming van de aarde, ieder met een uniek stukje mtDNA
wat ze onderscheidt van beide groepen. Analyse van het genoom van mammoeten laat
verwantschappen met olifanten, klipdassen en zeekoeien zien.
CLADES
Verwantschappen worden weergeven in stambomen en/of cladogrammen. Hierbij wordt
gelet op het DNA en de morfologische kenmerken. Alle slurfdragers vormen, samen met
de gemeenschappelijke voorouders een clade. Binnen een clade zijn verschillende andere
clades te onderscheiden.
GENOOM
DNA gaat snel verloren, na een tiental jaren is het meeste verdwenen. Het mammoet-
DNA is vaak ook vermengd met DNA van micro-organismen die op en in het dier leefden.
DNA uit haren is beschermd door keratine, hier kunnen de organismen niet doorheen.
MAMMOETEIWITTEN
Veel diersoorten hebben vrijwel gelijke eiwitten met vaak dezelfde functie. Bij bepaalde
eiwitten zijn sommige delen van het eiwit exact gelijk qua aminozuursamenstelling. Een
verandering leidt direct tot een niet-functioneel eiwit. Toch hebben onderzoekers bij de
wolharige mammoet een afwijkend aminozuur gevonden in een vast deel van het rabl-2-
eiwit. Dit eiwit is kenmerkend voor wolharige mammoeten, geen enkel ander organisme
heeft dit afwijkende aminozuur.
22.2 MAMMOETFYSIOLOGIE
GEBIT MAMMOET
Gedurende het leven van een mammoet groeien de definitieve slagtanden aan de basis
van de tand in de pulpaholte. Dit is de holte waar alle zenuwen en bloedvaten lopen. De
pulpa voegt iedere dag vanaf de basis een dun omgekeerd ijshoorntje tandbeen toe aan
de slagtand. In de lente en zomer groeit de tand harder dan in de herfst en de winter,