Zehra
Mevrouw S. Russo
Keizerstraat 14
7400 GJ Deventer
BSN: 22334455
College van burgemeester en wethouders van de gemeente Deventer
Afdeling Juridische Zaken en Inkopen
Postbus 5000, 7400 GC Deventer
Datum: 18 januari 2024, Deventer
Betreft: bezwaar op besluit herziening, terugvordering van uw algemene
bijstandsuitkering en oplegging van een bestuurlijke boete
Geachte meneer/mevrouw,
Door middel van deze brief maak ik bezwaar tegen het genomen besluit op 15
december 2023.
Bij besluit van 30 juli 2023 is er besloten om een algemene bijstandsuitkering te
verstrekken op grond van de participatiewet. Dit betreft een bedrag van €1.216,62
per maand.
Uit uw onderzoek is gebleken dat over de maanden augustus en september 2023
extra inkomsten zijn gegenereerd. Mevrouw heeft deze later dan de 15 e maand
doorgegeven en zou hiermee art 17 lid 1 PW hebben geschonden. Dit heeft zware
consequenties voor mevrouw gehad. Mevrouw. Russo maakt mede deze brief
bezwaar tegen dit besluit.
Op grond van art 54 lid 3 PW is de algemene bijstandsuitkering herzien voor de
maanden augustus en september 2023. Vanwege de bijverdiensten in augustus en
september, zijn de uitkeringsbedragen verlaagd op grond van art 58 PW. U haalt art
58 lid 8 PW aan, waarbij er geen reden zou zijn voor het afzien van de
terugvordering. Bij het nemen van dit besluit is het zorgvuldigheidsbeginsel niet
voldoende in acht genomen. Alle relevante factoren en omstandigheden zijn niet
meegenomen bij de voorbereiding van het besluit (art 3:2 Awb). Mijn cliënt is
belanghebbende (art 1:2 Awb) haar belangen zijn direct betrokken bij het besluit en
deze zijn niet in voldoende maten afgewogen.
‘’Intrekking van bijstand is een voor de betrokkene belastend besluit. Daarom rust de
bewijslast om aannemelijk te maken dat aan de voorwaarden voor intrekking (van
bijstand) is voldaan in beginsel op de bijstandsverlenende instantie. Dit betekent dat
de bijstandsverlenende instantie de nodige kennis over de relevante feiten moet
verzamelen. Het ligt daarom op de weg van het college om aan de hand van uit
onderzoek verkregen gegevens aannemelijk te maken dat, en in welk opzicht,
appellante in de te beoordelen periode de ingevolge artikel 17, eerste lid, van de PW
op haar rustende inlichtingenverplichting niet of niet naar behoren is nagekomen
door geen, onvolledige of onjuiste mededeling te doen van feiten of omstandigheden
die van invloed zijn of kunnen zijn op het recht op bijstand’’ (CrVB 28 februari 2023,
ECLI:NL:CRVB:2023:393).
, Zehra
Mevrouw Russo, heeft een moeilijk traject achter zich wat betreft het zoeken naar
werk. Mevrouw heeft een WW-periode doorlopen, maar heeft toen niet kunnen re-
integreren. Door de financiële schaarste en de overlast van de buren, wat nu speelt,
heeft ze last van stress. De begeleiding naar werk heeft mevrouw op vele vlakken
goed gedaan. Mevrouw heeft nu nog veel last van haar buren en hierdoor serieuze
slaapproblemen. Het voorgenomen besluit voor de herziening, terugvordering van de
bijstandsuitkering en de bestuurlijke boete die er bovenop komt, zou ervoor kunnen
zorgen dat mevrouw weer een terugval krijgt in het alcoholgebruik. Dit door het
ontstaan van opnieuw een financiële schaarste, nadat ze alles heeft moeten
opbouwen. In het kader van het naleven van de materiële zorgvuldigheid, is het
uitgangspunt dat het individu zo weinig mogelijk schade ondervindt van de
maatregelen die zijn genomen. Zoals geciteerd uit jurisprudentie is het terugvorderen
van bijstand zeer belastend voor de burger. Dit beginsel is dus niet nageleefd.
Voordat deze maatregel überhaupt opgelegd had mogen worden, moest mevrouw in
de gelegenheid gesteld worden om haar zienswijze naar voren te brengen. Dit is
echter niet gebeurd. Hiermee is art 3 lid 1 Afstemmingsverordening Participatiewet,
IOAW en IOAZ Gemeente Deventer 2022 geschonden. Dit geldt zowel voor de
herziening als de terugvordering van haar uitkering. Er zijn geen uitzonderingen
hierop, zoals benoemd in art 3 lid 2.
In dit geval acht ik het redelijk om mevrouw af te staan met een waarschuwing (art 18
a lid 4 PW).
Deze is namelijk in beginsel niet afgegeven, er is direct volstaan met een herziening
en vervolgens, een terugvordering. Hierna heeft ze een bestuurlijke boete opgelegd
gekregen. Deze is conform art 18a lid 1 jo art 2 lid 1 en 2 van het Boetebesluit
socialezekerheidswetten vastgesteld. Deze boete bedraagt 100% van het
benadelingsbedrag van 801,40eu. Bij de vaststelling van de hoogte van de
bestuurlijke boete is als uitgangspunt lid art 2 lid 2 Boetebesluit
socialezekerheidswetten gebruikt. Lid 9 van dit artikel luidt: ‘’Het bestuursorgaan
dient de aanwezigheid van opzet of grove schuld te stellen en te bewijzen. Het
bestuursorgaan kan zich voor het bewijs baseren op door hem gestelde, en door
betrokkene niet of niet voldoende weerlegde vermoedens die gebaseerd zijn op
feiten (Wetten.nl - Regeling - Boetebesluit socialezekerheidswetten - BWBR0011708,
2018).’’ In het besluit is niet gemotiveerd aan de hand van welk feiten en
omstandigheden opzet bewezen is. Hiermee is ook niet voldaan aan het
motiveringsbeginsel art 3.47 Awb. Mevrouw heeft nog veel last van serieuze
slaapproblemen die haar op allerlei manieren negatief beïnvloeden. Dit komt doordat
de buren de gewoonte hebben om ’s nachts om 3 uur hun ‘influencer filmpjes’
opnemen. In deze situatie is er geen sprake van opzet of grove schuld. (Art 2a lid 1
Boetebesluit socialezekerheidswetten) bij deze foutieve beoordeling had gekeken
moeten worden naar de omstandigheden waarin mevrouw zich verkeerde, op het
moment dat ze de inlichtingenverplichting had moeten nakomen. De situatie omtrent
haar slaapproblemen, speelden op dat moment een rol. Al met al heeft mevrouw
geen mogelijkheden gehad om op te komen voor haar belangen. Dit gaat tegen het
fair play beginsel in art 2.4 Awb. De mogelijkheden om voor haar belang op te
komen, zijn namelijk wel ontnomen.
Het proces dat is doorlopen voor de totstandkoming van deze beschikking is niet
zoals deze beschreven is in Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens
en de fundamentele vrijheden art 6. Deze proces tot het opleveren van sancties is,
Mevrouw S. Russo
Keizerstraat 14
7400 GJ Deventer
BSN: 22334455
College van burgemeester en wethouders van de gemeente Deventer
Afdeling Juridische Zaken en Inkopen
Postbus 5000, 7400 GC Deventer
Datum: 18 januari 2024, Deventer
Betreft: bezwaar op besluit herziening, terugvordering van uw algemene
bijstandsuitkering en oplegging van een bestuurlijke boete
Geachte meneer/mevrouw,
Door middel van deze brief maak ik bezwaar tegen het genomen besluit op 15
december 2023.
Bij besluit van 30 juli 2023 is er besloten om een algemene bijstandsuitkering te
verstrekken op grond van de participatiewet. Dit betreft een bedrag van €1.216,62
per maand.
Uit uw onderzoek is gebleken dat over de maanden augustus en september 2023
extra inkomsten zijn gegenereerd. Mevrouw heeft deze later dan de 15 e maand
doorgegeven en zou hiermee art 17 lid 1 PW hebben geschonden. Dit heeft zware
consequenties voor mevrouw gehad. Mevrouw. Russo maakt mede deze brief
bezwaar tegen dit besluit.
Op grond van art 54 lid 3 PW is de algemene bijstandsuitkering herzien voor de
maanden augustus en september 2023. Vanwege de bijverdiensten in augustus en
september, zijn de uitkeringsbedragen verlaagd op grond van art 58 PW. U haalt art
58 lid 8 PW aan, waarbij er geen reden zou zijn voor het afzien van de
terugvordering. Bij het nemen van dit besluit is het zorgvuldigheidsbeginsel niet
voldoende in acht genomen. Alle relevante factoren en omstandigheden zijn niet
meegenomen bij de voorbereiding van het besluit (art 3:2 Awb). Mijn cliënt is
belanghebbende (art 1:2 Awb) haar belangen zijn direct betrokken bij het besluit en
deze zijn niet in voldoende maten afgewogen.
‘’Intrekking van bijstand is een voor de betrokkene belastend besluit. Daarom rust de
bewijslast om aannemelijk te maken dat aan de voorwaarden voor intrekking (van
bijstand) is voldaan in beginsel op de bijstandsverlenende instantie. Dit betekent dat
de bijstandsverlenende instantie de nodige kennis over de relevante feiten moet
verzamelen. Het ligt daarom op de weg van het college om aan de hand van uit
onderzoek verkregen gegevens aannemelijk te maken dat, en in welk opzicht,
appellante in de te beoordelen periode de ingevolge artikel 17, eerste lid, van de PW
op haar rustende inlichtingenverplichting niet of niet naar behoren is nagekomen
door geen, onvolledige of onjuiste mededeling te doen van feiten of omstandigheden
die van invloed zijn of kunnen zijn op het recht op bijstand’’ (CrVB 28 februari 2023,
ECLI:NL:CRVB:2023:393).
, Zehra
Mevrouw Russo, heeft een moeilijk traject achter zich wat betreft het zoeken naar
werk. Mevrouw heeft een WW-periode doorlopen, maar heeft toen niet kunnen re-
integreren. Door de financiële schaarste en de overlast van de buren, wat nu speelt,
heeft ze last van stress. De begeleiding naar werk heeft mevrouw op vele vlakken
goed gedaan. Mevrouw heeft nu nog veel last van haar buren en hierdoor serieuze
slaapproblemen. Het voorgenomen besluit voor de herziening, terugvordering van de
bijstandsuitkering en de bestuurlijke boete die er bovenop komt, zou ervoor kunnen
zorgen dat mevrouw weer een terugval krijgt in het alcoholgebruik. Dit door het
ontstaan van opnieuw een financiële schaarste, nadat ze alles heeft moeten
opbouwen. In het kader van het naleven van de materiële zorgvuldigheid, is het
uitgangspunt dat het individu zo weinig mogelijk schade ondervindt van de
maatregelen die zijn genomen. Zoals geciteerd uit jurisprudentie is het terugvorderen
van bijstand zeer belastend voor de burger. Dit beginsel is dus niet nageleefd.
Voordat deze maatregel überhaupt opgelegd had mogen worden, moest mevrouw in
de gelegenheid gesteld worden om haar zienswijze naar voren te brengen. Dit is
echter niet gebeurd. Hiermee is art 3 lid 1 Afstemmingsverordening Participatiewet,
IOAW en IOAZ Gemeente Deventer 2022 geschonden. Dit geldt zowel voor de
herziening als de terugvordering van haar uitkering. Er zijn geen uitzonderingen
hierop, zoals benoemd in art 3 lid 2.
In dit geval acht ik het redelijk om mevrouw af te staan met een waarschuwing (art 18
a lid 4 PW).
Deze is namelijk in beginsel niet afgegeven, er is direct volstaan met een herziening
en vervolgens, een terugvordering. Hierna heeft ze een bestuurlijke boete opgelegd
gekregen. Deze is conform art 18a lid 1 jo art 2 lid 1 en 2 van het Boetebesluit
socialezekerheidswetten vastgesteld. Deze boete bedraagt 100% van het
benadelingsbedrag van 801,40eu. Bij de vaststelling van de hoogte van de
bestuurlijke boete is als uitgangspunt lid art 2 lid 2 Boetebesluit
socialezekerheidswetten gebruikt. Lid 9 van dit artikel luidt: ‘’Het bestuursorgaan
dient de aanwezigheid van opzet of grove schuld te stellen en te bewijzen. Het
bestuursorgaan kan zich voor het bewijs baseren op door hem gestelde, en door
betrokkene niet of niet voldoende weerlegde vermoedens die gebaseerd zijn op
feiten (Wetten.nl - Regeling - Boetebesluit socialezekerheidswetten - BWBR0011708,
2018).’’ In het besluit is niet gemotiveerd aan de hand van welk feiten en
omstandigheden opzet bewezen is. Hiermee is ook niet voldaan aan het
motiveringsbeginsel art 3.47 Awb. Mevrouw heeft nog veel last van serieuze
slaapproblemen die haar op allerlei manieren negatief beïnvloeden. Dit komt doordat
de buren de gewoonte hebben om ’s nachts om 3 uur hun ‘influencer filmpjes’
opnemen. In deze situatie is er geen sprake van opzet of grove schuld. (Art 2a lid 1
Boetebesluit socialezekerheidswetten) bij deze foutieve beoordeling had gekeken
moeten worden naar de omstandigheden waarin mevrouw zich verkeerde, op het
moment dat ze de inlichtingenverplichting had moeten nakomen. De situatie omtrent
haar slaapproblemen, speelden op dat moment een rol. Al met al heeft mevrouw
geen mogelijkheden gehad om op te komen voor haar belangen. Dit gaat tegen het
fair play beginsel in art 2.4 Awb. De mogelijkheden om voor haar belang op te
komen, zijn namelijk wel ontnomen.
Het proces dat is doorlopen voor de totstandkoming van deze beschikking is niet
zoals deze beschreven is in Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens
en de fundamentele vrijheden art 6. Deze proces tot het opleveren van sancties is,