Oefenexamen Politicologie:
Kennisvragen:
1. Noem de 4 soorten van partijsystemenen
1. Een-partijsysteem
2. Tweepartijsysteem
3. Meerpartijsysteem
4. Dominante partijsysteem
1. Een politiek systeem 2. Een politiek systeem 3. Een politiek systeem 4. Een politiek systeem
waarin slechts één waarin twee grote waarin er meer dan waarin er meerdere
politieke partij is politieke partijen twee belangrijke politieke partijen zijn,
toegestaan om deel te domineren en politieke partijen zijn maar één partij
nemen aan consistent de die actief deelnemen domineert consequent
verkiezingen en de meerderheid van de aan verkiezingen en de politieke arena door
controle over de stemmen behalen. invloed hebben op het herhaaldelijk
regering uit te Derde partijen hebben politieke landschap. verkiezingen te winnen
oefenen. Andere doorgaans weinig Coalities tussen en een stabiele
politieke partijen zijn kans op succes en partijen zijn vaak regering te vormen.
verboden of hebben kunnen moeilijk nodig om een Andere partijen
weinig invloed. concurreren met de meerderheid te hebben minder invloed
twee dominante vormen en een en moeite om de
partijen. regering te vormen. dominante partij uit te
dagen.
2. Noem 2 systemen die aangeven welke positie het middenveld inneemt in een
democratisch systeem
1. Pluralisme
2. Corporatisme
Pluralisme verwijst naar een systeem waarin er (Neo-)Corporatisme kenmerkt zich door de
een groot aantal onafhankelijke organisaties betrokkenheid van een beperkt aantal groepen,
betrokken is bij de besluitvorming. De macht is vaak georganiseerd in koepelorganisaties, bij de
domeinspecifiek en verspreid, wat betekent dat beleidsvorming. De macht is
er geen significante machtsconcentratie is. Het domeinoverschrijdend, maar er is vaak sprake
systeem is open voor nieuwkomers, competitief van machtsconcentratie bij enkele
en volatiel. Voorbeelden van landen met een geïnstitutionaliseerde groepen. Het systeem is
pluralistisch systeem zijn de Verenigde Staten gesloten, met bevoorrechte toegang tot overleg,
en het Verenigd Koninkrijk. en het is geïnstitutionaliseerd met regelmatige
betrokkenheid van dezelfde organisaties.
Voorbeelden van landen met (neo-)corporatisme
zijn België en Nederland.
3. Noem de 3 soorten van legitimiteit die het respect voor regels kunnen verklaren
1. Input legitimiteit
, 2. Throughput legitimiteit
3. Output legitimiteit
Input-legitimiteit heeft Throughput-legitimiteit richt Output-legitimiteit heeft
betrekking op de legitimiteit die zich op de legitimiteit die betrekking op de legitimiteit die
voortkomt uit de manier voortkomt uit de kwaliteit van voortkomt uit de efficiëntie en
waarop de samenleving besluitvormingsprocedures. effectiviteit van de regels die
signalen geeft en rekening Het gaat hierbij om de zijn gemaakt. Het gaat hierbij
wordt gehouden met de procedures die worden gevolgd om het vermogen van de regels
voorkeuren van burgers. Dit bij het tot stand komen van om problemen op te lossen, de
omvat het laten horen van regels en hoe transparant en welvaart te verhogen en
voorkeuren via verkiezingen, inclusief deze procedures zijn. responsief te zijn naar de
participatie en representatie. Hoe beter de kwaliteit van de behoeften van de samenleving.
Bijvoorbeeld, burgerpanels besluitvorming, hoe meer De mate waarin de uitkomst
kunnen worden gebruikt om acceptatie en respect er is voor van de regels als
input te verzamelen voor de de regels en het gezag dat probleemoplossend wordt
besluitvorming, maar het is deze regels ervaren en geaccepteerd,
belangrijk dat deze input vertegenwoordigen. bepaalt het respect en gezag
representatief is voor de dat aan de overheid of staat
bredere samenleving. wordt toegekend.
4. Noem 4 (van de 6) mogelijke disfuncties van politieke partijen
1. Verdelende werking
2. Pluralisme vermindering
3. Verstarring maatschappelijke ontwikkeling
4. Oligarchisering partij
5. Particratisering
6. Verstatelijking
Verdelende werking:
● Politieke partijen kunnen verdeeldheid veroorzaken in de samenleving, waarbij burgers zich
sterk identificeren met specifieke partijen en ideologieën, wat de sociale cohesie kan
verminderen.
Pluralisme vermindering:
● Partijen kunnen het pluralisme verminderen door de diversiteit aan meningen en belangen
te beperken, waardoor alternatieve stemmen en perspectieven ondervertegenwoordigd zijn
in het politieke debat.
Verstarring maatschappelijke ontwikkeling:
● Als politieke partijen te sterk vasthouden aan bestaande ideologieën en beleidslijnen, kan
dit leiden tot stagnatie in de maatschappelijke ontwikkeling, met weerstand tegen
verandering en innovatie.
Oligarchisering partij:
● Partijen kunnen een oligarchische structuur ontwikkelen waarin een kleine groep leiders of
elites een onevenredige invloed uitoefent, waardoor de interne democratie van de partij
wordt aangetast.
Particratisering:
● Particratisering verwijst naar het overheersen van partijbelangen boven algemene
belangen, waarbij beleidsbeslissingen vooral gericht zijn op het behouden of vergroten van
de macht van de partij, zelfs als dit niet in het belang is van de bredere samenleving.
Verstatelijking:
● Verstatelijking betekent dat politieke partijen te veel verweven raken met de staat,
, waardoor de grens tussen de partij en de overheid vervaagt en dit kan leiden tot
machtsmisbruik en een gebrek aan checks and balances.
5. Noem 4 van de 6 kenmerken van de liberale parlementaire democratie
1. Parlement
2. Algemeen stemrecht
3. Pluralisme
4. Beperking staatsmachten
5. Scheiding der machten
Parlement:
● Het parlement, bestaande uit verkozen vertegenwoordigers, speelt een centrale rol in de
besluitvorming en wetgeving. Wetten worden doorgaans aangenomen na debatten en
goedkeuring in het parlement.
Algemeen stemrecht:
● Alle burgers hebben het recht om te stemmen bij verkiezingen. Het algemeen stemrecht
bevordert de inclusiviteit en participatie van de burgers in het democratische proces.
Pluralisme:
● Pluralisme verwijst naar de erkenning en acceptatie van diverse opvattingen, belangen en
groepen in de samenleving. Verschillende politieke partijen en maatschappelijke
organisaties hebben ruimte om hun standpunten naar voren te brengen.
Beperking staatsmachten:
● De bevoegdheden van de staat zijn beperkt door grondwettelijke principes en wetten om de
individuele vrijheden te beschermen. Dit beperkt de kans op machtsmisbruik.
Scheiding der machten:
● De machten van de staat zijn verdeeld over drie onafhankelijke takken: de wetgevende,
uitvoerende en rechterlijke macht. Dit systeem, bekend als de scheiding der machten,
beoogt machtsconcentratie te voorkomen en checks-and-balances te waarborgen.
6. De 4 soorten partijen:
1. Kaderpartij
2. Massapartij
3. Volkspartij
4. Kartelpartij
Kaderpartij: Massapartij: Volkspartij: Kartelpartij:
Een kaderpartij is een Een massapartij is een Een volkspartij is Een kartelpartij is een
partij die is gevormd ideologisch ontstaan na WOII en moderne partij die
door en voor de elite, geïnspireerde partij streeft ernaar de evolueert vanuit de
georganiseerd langs die zich richt op het belangen van volkspartij. Het heeft
persoonlijke lijnen. Het vestigen of gebruiken verschillende een centrale
belangrijkste doel is van algemeen bevolkingsgroepen te organisatie,
het verdelen van kiesrecht om de behartigen. Het professionele
privileges onder de belangen van de ontstaat buiten het omkadering en richt
aanhang. De macht is massa parlement, vanuit een zich op het aantrekken
geconcentreerd bij de (arbeidersklasse) te massapartij, en van kiezers. Het
top (kaders), en deze behartigen. De leden kenmerkt zich door ideologische profiel is
partijen proberen hebben een grote rol pragmatische gericht op het
banden te smeden in mobilisatie en ideologische koers, vergroten van de
, met kiezers voor sturing, en de partij is breed programma, competitiviteit en
herverkiezing. vaak sterk verankerd centralere aantrekken van
in de samenleving. besluitvorming en volatiele kiezers. Het
lossere banden met de kan ook verwijzen
maatschappij. naar een electorale
alliantie tussen twee
of meer partijen.
Proefexamen 1:
MEERKEUZE:
● Wat maakt GEEN deel uit van de definitie van breuklijnen?
a) Dat ze de samenleving duurzaam verdelen
b) Dat breuklijnen de oorzaak zijn van alle politieke problemen.
c) Dat het om georganiseerde groepen aan beide zijden gaat.
● Partijen hebben doorgaans 3 doelen, dat zijn…
d) aan de regering deelnemen, de partij bestendigen, verkiezingen winnen
e) de staat consolideren, beleid bepalen, verkiezingen winnen
f) aan de regering deelnemen, beleid bepalen, verkiezingen winnen
● Welke uitspraak is correct?
a) Het idee achter de quota wetgeving voor parlementen is dat representatie
beter verzekerd kan worden via afspiegeling
Kennisvragen:
1. Noem de 4 soorten van partijsystemenen
1. Een-partijsysteem
2. Tweepartijsysteem
3. Meerpartijsysteem
4. Dominante partijsysteem
1. Een politiek systeem 2. Een politiek systeem 3. Een politiek systeem 4. Een politiek systeem
waarin slechts één waarin twee grote waarin er meer dan waarin er meerdere
politieke partij is politieke partijen twee belangrijke politieke partijen zijn,
toegestaan om deel te domineren en politieke partijen zijn maar één partij
nemen aan consistent de die actief deelnemen domineert consequent
verkiezingen en de meerderheid van de aan verkiezingen en de politieke arena door
controle over de stemmen behalen. invloed hebben op het herhaaldelijk
regering uit te Derde partijen hebben politieke landschap. verkiezingen te winnen
oefenen. Andere doorgaans weinig Coalities tussen en een stabiele
politieke partijen zijn kans op succes en partijen zijn vaak regering te vormen.
verboden of hebben kunnen moeilijk nodig om een Andere partijen
weinig invloed. concurreren met de meerderheid te hebben minder invloed
twee dominante vormen en een en moeite om de
partijen. regering te vormen. dominante partij uit te
dagen.
2. Noem 2 systemen die aangeven welke positie het middenveld inneemt in een
democratisch systeem
1. Pluralisme
2. Corporatisme
Pluralisme verwijst naar een systeem waarin er (Neo-)Corporatisme kenmerkt zich door de
een groot aantal onafhankelijke organisaties betrokkenheid van een beperkt aantal groepen,
betrokken is bij de besluitvorming. De macht is vaak georganiseerd in koepelorganisaties, bij de
domeinspecifiek en verspreid, wat betekent dat beleidsvorming. De macht is
er geen significante machtsconcentratie is. Het domeinoverschrijdend, maar er is vaak sprake
systeem is open voor nieuwkomers, competitief van machtsconcentratie bij enkele
en volatiel. Voorbeelden van landen met een geïnstitutionaliseerde groepen. Het systeem is
pluralistisch systeem zijn de Verenigde Staten gesloten, met bevoorrechte toegang tot overleg,
en het Verenigd Koninkrijk. en het is geïnstitutionaliseerd met regelmatige
betrokkenheid van dezelfde organisaties.
Voorbeelden van landen met (neo-)corporatisme
zijn België en Nederland.
3. Noem de 3 soorten van legitimiteit die het respect voor regels kunnen verklaren
1. Input legitimiteit
, 2. Throughput legitimiteit
3. Output legitimiteit
Input-legitimiteit heeft Throughput-legitimiteit richt Output-legitimiteit heeft
betrekking op de legitimiteit die zich op de legitimiteit die betrekking op de legitimiteit die
voortkomt uit de manier voortkomt uit de kwaliteit van voortkomt uit de efficiëntie en
waarop de samenleving besluitvormingsprocedures. effectiviteit van de regels die
signalen geeft en rekening Het gaat hierbij om de zijn gemaakt. Het gaat hierbij
wordt gehouden met de procedures die worden gevolgd om het vermogen van de regels
voorkeuren van burgers. Dit bij het tot stand komen van om problemen op te lossen, de
omvat het laten horen van regels en hoe transparant en welvaart te verhogen en
voorkeuren via verkiezingen, inclusief deze procedures zijn. responsief te zijn naar de
participatie en representatie. Hoe beter de kwaliteit van de behoeften van de samenleving.
Bijvoorbeeld, burgerpanels besluitvorming, hoe meer De mate waarin de uitkomst
kunnen worden gebruikt om acceptatie en respect er is voor van de regels als
input te verzamelen voor de de regels en het gezag dat probleemoplossend wordt
besluitvorming, maar het is deze regels ervaren en geaccepteerd,
belangrijk dat deze input vertegenwoordigen. bepaalt het respect en gezag
representatief is voor de dat aan de overheid of staat
bredere samenleving. wordt toegekend.
4. Noem 4 (van de 6) mogelijke disfuncties van politieke partijen
1. Verdelende werking
2. Pluralisme vermindering
3. Verstarring maatschappelijke ontwikkeling
4. Oligarchisering partij
5. Particratisering
6. Verstatelijking
Verdelende werking:
● Politieke partijen kunnen verdeeldheid veroorzaken in de samenleving, waarbij burgers zich
sterk identificeren met specifieke partijen en ideologieën, wat de sociale cohesie kan
verminderen.
Pluralisme vermindering:
● Partijen kunnen het pluralisme verminderen door de diversiteit aan meningen en belangen
te beperken, waardoor alternatieve stemmen en perspectieven ondervertegenwoordigd zijn
in het politieke debat.
Verstarring maatschappelijke ontwikkeling:
● Als politieke partijen te sterk vasthouden aan bestaande ideologieën en beleidslijnen, kan
dit leiden tot stagnatie in de maatschappelijke ontwikkeling, met weerstand tegen
verandering en innovatie.
Oligarchisering partij:
● Partijen kunnen een oligarchische structuur ontwikkelen waarin een kleine groep leiders of
elites een onevenredige invloed uitoefent, waardoor de interne democratie van de partij
wordt aangetast.
Particratisering:
● Particratisering verwijst naar het overheersen van partijbelangen boven algemene
belangen, waarbij beleidsbeslissingen vooral gericht zijn op het behouden of vergroten van
de macht van de partij, zelfs als dit niet in het belang is van de bredere samenleving.
Verstatelijking:
● Verstatelijking betekent dat politieke partijen te veel verweven raken met de staat,
, waardoor de grens tussen de partij en de overheid vervaagt en dit kan leiden tot
machtsmisbruik en een gebrek aan checks and balances.
5. Noem 4 van de 6 kenmerken van de liberale parlementaire democratie
1. Parlement
2. Algemeen stemrecht
3. Pluralisme
4. Beperking staatsmachten
5. Scheiding der machten
Parlement:
● Het parlement, bestaande uit verkozen vertegenwoordigers, speelt een centrale rol in de
besluitvorming en wetgeving. Wetten worden doorgaans aangenomen na debatten en
goedkeuring in het parlement.
Algemeen stemrecht:
● Alle burgers hebben het recht om te stemmen bij verkiezingen. Het algemeen stemrecht
bevordert de inclusiviteit en participatie van de burgers in het democratische proces.
Pluralisme:
● Pluralisme verwijst naar de erkenning en acceptatie van diverse opvattingen, belangen en
groepen in de samenleving. Verschillende politieke partijen en maatschappelijke
organisaties hebben ruimte om hun standpunten naar voren te brengen.
Beperking staatsmachten:
● De bevoegdheden van de staat zijn beperkt door grondwettelijke principes en wetten om de
individuele vrijheden te beschermen. Dit beperkt de kans op machtsmisbruik.
Scheiding der machten:
● De machten van de staat zijn verdeeld over drie onafhankelijke takken: de wetgevende,
uitvoerende en rechterlijke macht. Dit systeem, bekend als de scheiding der machten,
beoogt machtsconcentratie te voorkomen en checks-and-balances te waarborgen.
6. De 4 soorten partijen:
1. Kaderpartij
2. Massapartij
3. Volkspartij
4. Kartelpartij
Kaderpartij: Massapartij: Volkspartij: Kartelpartij:
Een kaderpartij is een Een massapartij is een Een volkspartij is Een kartelpartij is een
partij die is gevormd ideologisch ontstaan na WOII en moderne partij die
door en voor de elite, geïnspireerde partij streeft ernaar de evolueert vanuit de
georganiseerd langs die zich richt op het belangen van volkspartij. Het heeft
persoonlijke lijnen. Het vestigen of gebruiken verschillende een centrale
belangrijkste doel is van algemeen bevolkingsgroepen te organisatie,
het verdelen van kiesrecht om de behartigen. Het professionele
privileges onder de belangen van de ontstaat buiten het omkadering en richt
aanhang. De macht is massa parlement, vanuit een zich op het aantrekken
geconcentreerd bij de (arbeidersklasse) te massapartij, en van kiezers. Het
top (kaders), en deze behartigen. De leden kenmerkt zich door ideologische profiel is
partijen proberen hebben een grote rol pragmatische gericht op het
banden te smeden in mobilisatie en ideologische koers, vergroten van de
, met kiezers voor sturing, en de partij is breed programma, competitiviteit en
herverkiezing. vaak sterk verankerd centralere aantrekken van
in de samenleving. besluitvorming en volatiele kiezers. Het
lossere banden met de kan ook verwijzen
maatschappij. naar een electorale
alliantie tussen twee
of meer partijen.
Proefexamen 1:
MEERKEUZE:
● Wat maakt GEEN deel uit van de definitie van breuklijnen?
a) Dat ze de samenleving duurzaam verdelen
b) Dat breuklijnen de oorzaak zijn van alle politieke problemen.
c) Dat het om georganiseerde groepen aan beide zijden gaat.
● Partijen hebben doorgaans 3 doelen, dat zijn…
d) aan de regering deelnemen, de partij bestendigen, verkiezingen winnen
e) de staat consolideren, beleid bepalen, verkiezingen winnen
f) aan de regering deelnemen, beleid bepalen, verkiezingen winnen
● Welke uitspraak is correct?
a) Het idee achter de quota wetgeving voor parlementen is dat representatie
beter verzekerd kan worden via afspiegeling