Filosofen per Tijd en Periode – Examen Filosofie 2025
🏺 PREMODERNITEIT (Oudheid en Middeleeuwen)
Socrates
Filosofie = praktische levenswijsheid
Centrale vraag: Wat is het goede leven?
Maakt gebruik van de rede voor moreel zelfinzicht
Kritisch gesprek (dialoog) als methode
Plato
Filosofie = spirituele verheffing via de rede
Dualisme: ideeënwereld (waarheid) vs. zintuiglijke wereld (illusie)
Drieledige ziel: rede, eerzucht, begeerte
De filosoof-heerser kent het Idee van het Goede
Allegorie van de Grot = metafoor voor ware kennis
Staat: 3 klassen + 3 deugden (wijsheid, moed, matigheid)
Codificatie van de rede (Gellner): koppeling kennis, macht en orde
Aristoteles
Filosofie = wetenschappelijke ordening van kennis
Hylemorfisme: vorm + materie zijn één
Vier oorzaken (materieel, formeel, efficiënt, finaal)
Doel: eudaimonia (geluk) via deugd en phronèsis (praktische wijsheid)
Polis essentieel voor moreel leven
Staatvormen: goed vs. geperverteerd (algemeen belang vs. eigenbelang)
Epicurus
Materialisme, geen goddelijke inmenging
Doel: ataraxia (gemoedsrust) en aponia (pijnloosheid)
Genot = afwezigheid van lijden
Stoïcijnen (Zeno, Epictetus, Seneca, Marcus Aurelius)
Deugd = hoogste goed
Emoties controleren, leven volgens natuur
Amor fati: berusting in het lot
Sceptici (Pyrrho, Montaigne, Hume gedeeltelijk)
Oordeel opschorten (epochè)
Ware kennis is onmogelijk
🏺 PREMODERNITEIT (Oudheid en Middeleeuwen)
Socrates
Filosofie = praktische levenswijsheid
Centrale vraag: Wat is het goede leven?
Maakt gebruik van de rede voor moreel zelfinzicht
Kritisch gesprek (dialoog) als methode
Plato
Filosofie = spirituele verheffing via de rede
Dualisme: ideeënwereld (waarheid) vs. zintuiglijke wereld (illusie)
Drieledige ziel: rede, eerzucht, begeerte
De filosoof-heerser kent het Idee van het Goede
Allegorie van de Grot = metafoor voor ware kennis
Staat: 3 klassen + 3 deugden (wijsheid, moed, matigheid)
Codificatie van de rede (Gellner): koppeling kennis, macht en orde
Aristoteles
Filosofie = wetenschappelijke ordening van kennis
Hylemorfisme: vorm + materie zijn één
Vier oorzaken (materieel, formeel, efficiënt, finaal)
Doel: eudaimonia (geluk) via deugd en phronèsis (praktische wijsheid)
Polis essentieel voor moreel leven
Staatvormen: goed vs. geperverteerd (algemeen belang vs. eigenbelang)
Epicurus
Materialisme, geen goddelijke inmenging
Doel: ataraxia (gemoedsrust) en aponia (pijnloosheid)
Genot = afwezigheid van lijden
Stoïcijnen (Zeno, Epictetus, Seneca, Marcus Aurelius)
Deugd = hoogste goed
Emoties controleren, leven volgens natuur
Amor fati: berusting in het lot
Sceptici (Pyrrho, Montaigne, Hume gedeeltelijk)
Oordeel opschorten (epochè)
Ware kennis is onmogelijk