100% satisfaction guarantee Immediately available after payment Both online and in PDF No strings attached 4.2 TrustPilot
logo-home
Summary

Samenvatting Hoorcolleges - Recht van de Europese Unie (RGBEE10010), cijfer: 8

Rating
-
Sold
-
Pages
53
Uploaded on
24-03-2025
Written in
2024/2025

Cijfer behaald: 8 Uitgebreide samenvatting van de hoorcolleges van Recht van de Europese Unie

Institution
Module











Whoops! We can’t load your doc right now. Try again or contact support.

Written for

Institution
Study
Module

Document information

Uploaded on
March 24, 2025
Number of pages
53
Written in
2024/2025
Type
Summary

Subjects

Content preview

Samenvatting hoorcolleges
Week 1
Inleiding tot de interne markt
Het EU-recht heeft een gelaagde structuur waarin onderscheid wordt gemaakt tussen primair recht
(EU-verdragen) en secundair recht (wetgeving en overige handelingen van de EU-instellingen o.g.v.
de EU-verdragen).

De lidstaten van de Unie hebben gemeenschappelijke doelstellingen. De Unie heeft als doel de
vrede, haar waarden en het welzijn van haar volkeren te bevorderen. De Unie brengt een interne
markt tot stand voor dit doel (art. 1 en 3 lid 1 VEU). De interne markt omvat een ruimte zonder
binnengrenzen waarin het vrije verkeer van goederen, personen, diensten en kapitaal is
gewaarborgd volgens de bepalingen van de Verdragen (art. 26 lid 2 VWEU). De waarden en
beginselen van de interne markt staan in art. 3 lid 3 VEU.

De interne markt bestaat uit:
- Vrij verkeer van goederen (art. 30, 34-36 en 110 VWEU)
- Vrij verkeer van diensten, vestiging en kapitaal (week 2)
- Vrij verkeer van personen (werknemers & zelfstandigen) en Unieburgerschap (week 3)
- Een systeem van onvervalste mededinging (week 4)

Positieve en negatieve integratie; harmonisatie
Het EU-recht kent positieve en negatieve integratie. Integratie is het maken, groeien of opnemen in
een groter geheel; het tot een eenheid maken.

Negatieve integratie is de verboden in het Verdrag. De Verdragen vertellen lidstaten d.m.v.
verboden wat ze niet mogen doen. De focus ligt op de nationale wetgeving die het functioneren van
de interne markt belemmert.

Positieve integratie (harmonisatie) is het secundair EU-recht. Nationale regelgeving wordt
vervangen door uniforme EU-standaarden. De focus ligt op EU-standaarden die het functioneren
van de markt bevorderen.

Wanneer er geen harmonisatie is, vormen de verboden het beoordelingskader van de nationale
regels. Wanneer er wel harmonisatie is, vormt de Europese secundaire wetgeving het
beoordelingskader van nationale regels.

Harmonisatie op EU-niveau probeert belemmeringen weg te nemen. Dit kan in elk rechtsgebied
terugkomen. Bijvoorbeeld in het privaatrecht in de vorm van Brussel II-bis.

Constitutionalisering van de Verdragen
Het Hof van Justitie heeft een methode om Europese integratie te doen slagen: integratie door
recht, oftewel constitutionalisering van de Verdragen. Namelijk: autonomie van het EU-recht,
rechtstreekse werking en voorrang op het nationale recht.

Essentieel hierin is de zogenoemde prejudiciële vraagprocedure, art. 267 VWEU: het HvJ is van de
EU is bevoegd, bij wijze van prejudiciële beslissing, een uitspraak te doen over de uitlegging van de
Verdragen en de handelingen van de instellingen/organen/instanties van de Unie.
 “Indien een vraag wordt onderworpen voor een rechterlijke instantie van een der lidstaten,
kan deze instantie, indien zij een beslissing op dit punt noodzakelijk acht voor het wijzen
van haar vonnis, het Hof verzoeken hierover uitspraak te doen. […]”

Autonomie en rechtstreekse werking van het EU-recht volgt uit Van Gend en Loos
(jurisprudentiebundel p. 299):
Het EU-recht kan rechten scheppen of verplichtingen opleggen aan individuele burgers,
onafhankelijk van de wetgeving van lidstaten; er is dus een autonome rechtsorde. Dit leidt het Hof
af uit het bestaan van de prejudiciële vraagprocedure. Monisme en dualisme (scheiding kabinet en
parlement) zijn irrelevant voor de inroepbaarheid van het Unierecht in de lidstaten. Dit is
autonomie.


1

,Die individuen kunnen dit onafhankelijk van hun nationale recht inroepen voor de nationale rechter,
dit heeft directe werking. Het praktisch nut is dat hierdoor de werkzaamheid vergroot wordt van de
individuen op de verzekering van hun rechten en op de doelmatige controle van wat er in het
Verdrag staat.
Dit leidt tot een definitie van rechtstreekse werking: het inroepen van het EU-recht door een burger
tegenover de nationale rechter, mits de bepaling:
- Duidelijk en onvoorwaardelijk is;
- Negatieve verplichtingen schept voor de lidstaat;
- Geen voorbehouden bevat;
- Leent voor directe werking.

Het inroepen van een bepaling tegen de lidstaat is verticale rechtstreekse werking. Bij het inroepen
tegenover andere burgers ligt het aan de specifieke bepaling of dit mogelijk is; dit is horizontale
rechtstreekse werking.

Wanneer een nationale maatregel conflicterend is met het EU-recht, is in Costa/ENEL bepaald dat
het EU-Recht voorrang heeft. Deze voorrang is absoluut. Nationale rechters moeten dan alle
conflicterende nationale regels buiten toepassing laten. In art. 4 lid 3 VEU staat namelijk het
loyaliteitsbeginsel, waarin staat dat lidstaten zich loyaal moeten gedragen richting elkaar en jegens
de Unie. Dit geldt voor alle entiteiten van de lidstaten (nationale rechters, bestuursorganen, etc.).

Bevoegdheidsverdeling
De Unie heeft alleen de bevoegdheden die de lidstaten aan haar hebben toegedeeld (art. 4 lid 1
VEU). Krachtens het beginsel van bevoegdheidstoedeling handelt de Unie slechts binnen de
grenzen van haar bevoegdheden om de daarin bepaalde doelstellingen te verwezenlijken (art. 5 lid
1 en 2 VEU). Dat vertaalt zich in drie soorten bevoegdheden:
1. Art. 3 VWEU: de Unie heeft exclusieve bevoegdheid – de lidstaten hebben niet veel te
zeggen.
2. Art. 4 VWEU: de Unie heeft gedeelde bevoegdheden met de lidstaten. In beginsel ligt de
bevoegdheid bij de lidstaat tot dit niet meer werkt.
3. Art. 6 VWEU: de Unie heeft ondersteunende bevoegdheden – bevoegdheid ligt bij lidstaat,
de Unie biedt ondersteuning.

De verboden in de Verdragen (negatieve integratie) kunnen meteen worden toegepast op
maatregelen van lidstaten. Voor positieve integratie is nadere (secundaire) wetgeving van de Unie
nodig binnen de grenzen van de bevoegdheidsverdeling. Secundaire wetgeving vereist een
specifieke rechtsgrondslag in de Verdragen.

Een grondslag is een bepaling die voorschrijft welke nadere maatregelen de Unie mag nemen,
welke procedure hiervoor gebruikt moet worden en welke EU-instellingen deze maatregel kunnen
aannemen. Een aantal voorbeelden:
 Art. 113 VWEU: de Raad stelt, na raadpleging van het Europees Parlement en […] met
eenparigheid van stemmen, volgens een bijzondere wetgevingsprocedure de bepalingen
vast inzake de harmonisatie van […] indirecte belastingen.
 Art. 114 VWEU: het Europees Parlement en de Raad stellen volgens de gewone
wetgevingsprocedure […] de maatregelen vast inzake de onderlinge aanpassingen van de
wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van de lidstaten die de instelling en de werking
van de interne markt betreffen.
 Art. 192 VWEU: het Europees Parlement en de Raad stellen volgens de gewone
wetgevingsprocedure, na raadpleging van […], de activiteit vast die de Unie moet
ondernemen om de doelstellingen van […] te verwezenlijken.

Casus positieve integratie; Tabaksreclamerichtlijn (jurisprudentiebundel p. 253)
Eind jaren negentig werd door de Unie een richtlijn aangenomen op de rechtsgrondslag die uit art.
114 VWEU volgt; harmonisatie van de interne markt.




2

, “Richtlijn 98/43 betreffende de onderlinge aanpassing van de wettelijke en
bestuursrechtelijke bepalingen van de lidstaten op het gebied van reclame en sponsoring
voor tabaksproducten.” Vrijwel geheel verbod op reclame voor tabaksproducten.

In deze richtlijn wordt verstaan onder:
2. "reclame": elke vorm van commerciële mededeling die het aanprijzen van een
tabaksproduct tot doel dan wel rechtstreeks of onrechtstreeks tot gevolg heeft, met
inbegrip van de reclame die, zonder het tabaksproduct rechtstreeks te noemen, het
reclameverbod tracht te omzeilen door gebruik te maken van een naam, merk, symbool of
enig ander onderscheidend teken van een tabaksproduct;
3. "sponsoring": iedere openbare of particuliere bijdrage aan evenementen of activiteiten,
die het promoten van een tabaksproduct tot doel dan wel rechtstreeks of onrechtstreeks tot
gevolg heeft.
Dit arrest is een voorbeeld van vaststelling van de grenzen van bevoegdheid van de Unie. De vraag
rees of deze richtlijn niet eigenlijk over de bescherming van de volksgezondheid gaat. In art. 168 lid
5 VWEU staat een expliciet verbod op harmonisatie van de volksgezondheid en is er dus geen
bevoegdheid. Duitsland ging daarom tegen deze richtlijn in. Het Hof overweegt dat onderzocht
moet worden of de richtlijn werkelijk ertoe bijdraagt dat belemmering van het vrije verkeer van
goederen en de vrijheid van dienstverrichting worden weggenomen en de
mededingingsverstoringen worden opgeheven. Het Hof komt uiteindelijk tot de conclusie dat de
richtlijn niet vastgesteld kan worden o.g.v. art. 114 VWEU. Duitsland heeft gelijk gekregen.

Dit arrest leert ons het volgende over de reikwijdte van art. 114 VWEU (zie vanaf r.o. 86):
- Maatregelen moeten nationale regelgeving harmoniseren en dus verschillen tussen
nationale regels wegnemen;
- Het enkele feit dat nationale regels verschillen is niet voldoende om art. 114 als
rechtsgrondslag te rechtvaardigen;
- Toekomstige belemmeringen moeten waarschijnlijk zijn.

Dit zijn abstracte criteria. Maar wordt de Unie daadwerkelijk beperkt in haar
harmonisatiebevoegdheid in de praktijk? Dit komt terug in HC 9 over de bevoegdheidsuitoefening.

Casus negatieve integratie; Cassis de Dijon (jurisprudentiebundel p. 15)
Een Duitse supermarktketen importeert de vruchtenlikeur “Cassis de Dijon” uit Frankrijk en wil deze
in haar supermarkten verkopen. Het probleem is dat volgens de Duitse wetgeving deze
vruchtenlikeur niet op de Duitse markt gebracht mag worden, ter bescherming van de
volksgezondheid; moet namelijk een minimum percentage aan alcohol hebben.

Art. 34 VWEU: “Kwantitatieve invoerbeperkingen en alle maatregelen van gelijke werking zijn
tussen de lidstaten verboden.”

De vragen die in dit arrest naar boven kwamen waren het volgende (zie r.o. 8 e.v.):
1. Is dit een beperking van het vrij verkeer, is dit een maatregel van gelijke werking?
2. Is dit verboden onder art. 34 VWEU?

Het Hof heeft hierover het volgende gezegd:
1. Ja, dit is een MGW, want alle “producteisen” vallen hieronder door wederzijdse erkenning.
2. Niet per se, want een MGW kan gerechtvaardigd worden door de lidstaat als er een
“dwingende reden van algemeen belang” is die beschermd moet worden en de regel
noodzakelijk is om dit te bewerkstelligen.

Dwingende redenen van algemeen belang zijn bijvoorbeeld bescherming van de volksgezondheid of
het milieu. Dit wordt ook wel de “Cassis-rechtvaardiging” genoemd en bestaat naast art. 36 VWEU
als extra rechtvaardigingsgrond. Dit arrest wordt verder in week 1 nader besproken.

Vrij verkeer van goederen
Onder goederen valt alles met tastbaar fysieke eigenschappen. Hieronder vallen bijvoorbeeld ook
hooggewaardeerde kunstwerken, want deze zijn op geld waardeerbaar en als zodanig voorwerp van


3

, handelstransacties. Voor het EU-recht maakt het niet uit wat de esthetische of morele waarde van
een goed is; een goed is iets wat verhandelbaar en tasbaar is en waar je voor kunt betalen.

De Europese douane-unie maakt het de Europese bedrijven makkelijker om zaken te doen en
harmoniseert de douanerechten op goederen van buiten de Europese Unie. Zij passen in beginsel
dezelfde invoerheffingen toe voor goederen uit de rest van de wereld, en binnen de Unie zijn er
geen heffingen.

De Europese douane-unie heeft een interne dimensie en een externe dimensie.
– De interne dimensie houdt in dat alle in- en uitvoerrechten en heffingen van gelijke werking
worden afgeschaft (art. 28 en 30 VWEU). Dit geldt tussen de lidstaten, maar ook voor
goederen afkomstig uit derde landen (art. 28 lid 2 en 29 VWEU).
– De externe dimensie houdt in dat er een gemeenschappelijk douanetarief is voor goederen
uit derde landen (art. 31 VWEU) en een gemeenschappelijk handelsbeleid ten opzichte van
derde landen (art. 207 VWEU).

In- en uitvoerrechten zijn belastingen die een lidstaat heft bij het overschrijden van een grens.
Binnen de EU brengt de douane-unie met zich mee dat alle in- en uitvoerrechten verboden zijn. Dit
verbod is absoluut en er is geen minimumgrens of uitzonderingen. Heffing van gelijke werking is in
het artikel genoemd om te voorkomen dat lidstaten een heffing een andere naam geven om zo
onder het verbod uit te komen.

Art. 110 VWEU
Dit artikel gaat over alle binnenlandse belastingen en bepaalt dat er niet gediscrimineerd mag
worden tegenover buitenlandse producten. Het bepaalt ook dat een belasting geen beschermende
werking mag hebben ten opzichte van eigen producten (protectionisme). Het uitgangspunt is dan
ook dat lidstaten allerlei verschillende belastingsystemen mogen hebben, zolang er geen
discriminatie of protectionisme plaatsvindt.

In de eerste alinea van dit artikel staat het verbod op discriminerende belastingen op gelijksoortige
producten uit andere lidstaten. Verder geldt een algemeen verbod op directe discriminatie
(Outokumpu). Directe discriminatie is o.g.v. oorsprong of nationaliteit.

Een korte samenvatting van Outokumpu: Het ging hier om een Finse belasting op elektriciteit.
Groen energie wordt gunstig belast en vervuilend opgewekte energie zwaarder. Deze vorm van
discriminatie, dan wel differentiatie, is toegestaan omdat er een objectieve rechtvaardiging is. Voor
buitenlandse energie is echter het probleem dat het lastig is om erachter te komen hoe groen of
vervuilend die energie is, dus Finland kiest voor een midden tarief voor alle buitenlandse energie.
Dit is volgens het Hof een direct onderscheid tussen buitenlandse en binnenlandse energie en kan
niet gerechtvaardigd worden – directe discriminatie

Art. 30 VWEU en art. 110 VWEU zijn elkaar uitsluitende bepalingen. Elke geldelijke last, ongeacht de
benaming ervan, die wegens grensoverschrijding over goederen wordt geheven en geen
douanerecht stricto sensu is, is een heffing van gelijke werking en valt onder art. 30 VWEU. Het is
geen heffing van gelijke werking wanneer zij behoort tot een algemeen stelsel van binnenlandse
belastingen waardoor categorieën producten stelselmatig worden getroffen wegens objectieve,
onafhankelijk van de oorsprong van de producten toegepaste criteria. In dit laatste geval valt de
heffing onder art. 110 VWEU (r.o. 19 en 20).

Dit onderscheid is van belang gezien het feit dat een heffing van gelijke werking altijd verboden is
en niet kan worden gerechtvaardigd, terwijl een binnenlandse belasting toegestaan is zolang zij niet
discrimineert (r.o. 34). Verder kunnen praktische moeilijkheden geen rechtvaardiging vormen voor
een discriminerende binnenlandse belasting (r.o. 38).

Er is ook een verbod op indirecte discriminatie, tenzij hier een objectieve rechtvaardiging voor is
(Humblot). Het gaat dan om discriminatie die niet zichtbaar is in de formulering van de regel, maar
buitenlandse producten zwaarder treft dan binnenlandse producten.



4
£6.69
Get access to the full document:

100% satisfaction guarantee
Immediately available after payment
Both online and in PDF
No strings attached


Also available in package deal

Get to know the seller

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
melissadeleo Rijksuniversiteit Groningen
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
101
Member since
8 year
Number of followers
63
Documents
16
Last sold
20 hours ago

3.7

14 reviews

5
4
4
6
3
2
2
0
1
2

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their exams and reviewed by others who've used these revision notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No problem! You can straightaway pick a different document that better suits what you're after.

Pay as you like, start learning straight away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and smashed it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Frequently asked questions