100% satisfaction guarantee Immediately available after payment Both online and in PDF No strings attached 4.2 TrustPilot
logo-home
Judgments

Overzicht arresten personen, familie en relatievermogensrecht

Rating
-
Sold
4
Pages
18
Uploaded on
12-02-2025
Written in
2024/2025

Geslaagd in eerste zit! Overzicht van alle arresten behandeld in de les + een verduidelijking over wat ze gaan. Op het openboek examen heel handig zodat je niet in je slides moet zoeken naar het arrest. Geordend per hoofdstuk!

Institution
Module









Whoops! We can’t load your doc right now. Try again or contact support.

Written for

Institution
Study
Module

Document information

Uploaded on
February 12, 2025
Number of pages
18
Written in
2024/2025
Type
Judgments

Subjects

Content preview

Arresten personen en familierecht

Afstammings- en erfrecht en EVRM
1. Arrest-Marckx p. 16 boek
België = veroordeeld door EHRM omdat toen onze afstammingswetgeving het EVRM in verscheidene
opzichten schond.
Paula Marckx = ongehuwd & had dochter die ze moest erkennen & adopteren om haar zelfde rechten
te geven als wettig kind.
- Vaststellingen natuurlijke afstamming: art. 8 EVRM = geschonden doordat natuurlijke moeder
haar kind moest erkennen om van haar moederschap te doen blijken.

2. Arrest-Vermeire
Uitsluiting uit een nalatenschap o.b.v. buitenechtelijk karakter van de afstamming art. 14 en 8 EVRM
schendt.
Het verlies aan erfrecht voor een buitenhuwelijks kind in de nalatenschap van zijn in 1980 overleden
grootvader moet worden vergoed;
Het verlies aan erfrecht voor een buitenhuwelijks kind in de nalatenschap van zijn in 1975 overleden
grootmoeder moet niet worden vergoed.
3. Ongrondwettigverklaring art. 321 oud BW door GwH 14 juli 2022, nr. 99/2022 (randnummer
124)
Een halfbroer en halfzus kregen samen een kind. De man wou het kind erkennen, ondanks dat dat
eigenlijk strijdig is met art. 321 oud BW. De rechtbank heeft de erkenning toch toegestaan, waardoor
het OM een nietigheidsvordering heeft ingesteld tegen die erkenning. Die nietigheid is er gekomen
omdat als het OM de nietigverklaring wou wegens strijdigheid met art. 321 oud BW, er een
automatische gegrond verklaring van die vordering moest zijn.
Dat laatste heeft het GwH onwettig verklaard. Het mag niet zijn dat die nietigheidsvordering
automatisch gegrond moet worden verklaard, omdat het belang van het kind niet wordt getoetst. Het
kan wel eens in het belang van het kind zijn dat die erkenning kan blijven bestaan.
4. GwH 28 november 2019 & GwH 18 juni 2020 (randnummer 178)
In wettekst staat: als zowel moeder, kind > 12 j. & OM voor de vordering tot gerechtelijke vaststelling
van het vaderschap zijn; en enkel de beweerde vader voert verweer, is er geen toetsing mogelijk aan
het belang van het kind.
 Ongrondwettig bevonden door GwH. Nu moet er ook een toets aan het belang van het kind
mogelijk zijn als de man verweer voert.
Bewijs van niet-vaderschap bij gerechtelijke vaststelling (randnummer 198)
1. GwH 7 februari 2019
Man en vrouw hadden samen ingestemd voor een kind te krijgen via MBV en de man overlijdt voor de
geboorte van het kind. De vrouw wou een gerechtelijke vaststelling laten doen maar de erfgenamen


1

, van die man wouden dat niet en brachten aan dat de man niet de biologische vader is maar voor de
mensen die MBV hebben laten doen is er een uitzondering op het bewijs van niet vaderschap
Onderzoek naar het vaderschap (randnummer 202)
1. GwH 17 oktober 2019
“ Art. 331ter [oud] BW schendt art. 22 Gw., al dan niet in samenhang gelezen met art. 8 EVRM, in
zoverre aan diegene die de identiteit van zijn vermeende vader na het verstrijken v/d
verjaringstermijn verneemt, een vordering tot onderzoek naar het vaderschap wordt ontzegd”
Als men pas na die 30 jaar de identiteit van de vermeende vader te weten komt, kunnen ze toch nog
een vordering inleiden ook al is de termijn verstreken.
Betwisting vaderschap echtgenoot
1. GwH 3 februari 2011, GwH 9 juli 2013, GwH 7 november 2013 en 3 februari 2016 (randnummer
269)
“Art. 318, § 1, eerste lid [oud] BW schendt art. 22 Gw., in samenhang gelezen met art. 8 EVRM, in
zoverre de vordering tot betwisting van vaderschap niet ontvankelijk is indien het kind bezit van
staat heeft t.a.v. de echtgenoot van de moeder”
GwH 3 februari 2011: vordering echtgenoot (er was bezig van staat maar de echtgenoot was bedrogen)
GwH 9 juli 2013: vordering beweerde vader (= persoon die vaderschap opeist)
GwH 7 november 2013: vordering kind → biologische realiteit na 1/7/2007 aan het licht gekomen
GwH 3 februari 2016: vordering kind → kind had biologische realiteit al ontdekt voor inwerkingtreding
van art. 318 oud BW dus voor 1/7/2007
2. Cass. 7 april 2017 (randnummer 270)
“Uit een grondwetsconforme lezing van art. 318, § 1 [oud] BW zoals opgevat door het GwH, volgt
dat de daarin bepaalde grond van niet-ontvankelijkheid wegens het bezit van staat geen absoluut
karakter heeft en dat de rechter, rekening houdende met de belangen van alle betrokken partijen,
in het bijzonder met die van het kind, hierop een uitzondering kan maken”
Het cassatiemiddel, dat in zijn drie onderdelen ervan uitgaat dat het bezit van staat nooit een grond
van niet-ontvankelijkheid uitmaakt, zodat elke rechterlijke controlemogelijkheid op het belang van het
minderjarig kind dat de volle leeftijd van 12 jaar niet heeft bereikt, ontbreekt wanneer de moeder zich
niet tegen de vaderschapsbetwisting verzet, en dat verder ervan uitgaat dat bij gebrek aan de
mogelijkheid voor de echtgenoot-vader om verzet aan te tekenen, laatstgenoemde geen gelegenheid
heeft om het belang van het kind in te roepen, berust op een onjuiste rechtsopvatting.
Conclusie Cass: bezit van staat kan grond van onontvankelijkheid zijn, maar geen absolute grond meer.
Indien bezit van staat moet er belangenafweging zijn tussen alle partijen in het geding. Maar belangen
van het kind wegen zwaarder door
3. Cass. 26 mei 2023 (randnummer 271)
“Uit een grondwetsconforme lezing van artikel 318, § 1 oud BW, zoals voorgestaan door het
Grondwettelijk Hof en (de tekst van) art. 318, § 3, eerste lid oud BW volgt dat de familierechter die
het bezit van staat t.a.v. de echtgenoot v/d moeder v/h kind vaststelt, bij zijn beoordeling van hetzij

2
£4.88
Get access to the full document:

100% satisfaction guarantee
Immediately available after payment
Both online and in PDF
No strings attached

Get to know the seller
Seller avatar
Studentrechtenugentgent

Get to know the seller

Seller avatar
Studentrechtenugentgent Universiteit Gent
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
5
Member since
11 months
Number of followers
0
Documents
14
Last sold
1 day ago
Student Rechten Ugent

0.0

0 reviews

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their exams and reviewed by others who've used these revision notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No problem! You can straightaway pick a different document that better suits what you're after.

Pay as you like, start learning straight away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and smashed it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Frequently asked questions