Samenvatting – Media en Beïnvloeding
H1 - Influence
Lasswell’s communicatiemodel en onderzoek naar attitudes en attitudeverandering:
- Op basis van de talrijke oorlogsstudies naar de impact van propaganda formuleerde Lasswell
het communicatiemodel
- ‘’wie zegt wat in welk kanaal tegen wie, met welk effect?’’
- Kijken naar:
1. De kenmerken van de persoon die de boodschap afgeeft (wie)
2. De inhoud van de communicatie die wordt gecommuniceerd (wat)
3. Het medium dat wordt gebruikt om het over te brengen (welk kanaal)
4. De kenmerken van de beoogde ontvanger (naar wie)
5. De mate waarin hun mening of voorkeur daardoor wordt invloed (welk effect)
Welk effect? → communicatiedoel:
- Gedrag veranderen
- Aandacht
- Attitudes
- Intenties
- Begrip
- Naamsbekendheid
Communicatiedoel in 3 categorieën:
- Bereik → heeft men de boodschap gezien
- Verwerking → alles wat in het hoofd gebeurt
- Werking → gedrag
Attitude = beschrijft een evaluatieve reactie (positief of negatief) op een persoon, een situatie, een
product, een idee of een organisatie. Voorspellers van gedrag, maar hoeven niet per se tot het
gedrag te leiden.
Hovland’s vierstappenmodel voor overtuiging:
1. Mensen moeten aandacht geven aan de informatie in een bericht (attention)
2. De boodschap moet zo worden gepresenteerd dat deze wordt begrepen (understanding)
3. De ontvanger accepteert het bericht en past zijn attitude aan (acceptance)
4. De ontvanger behoudt zijn/haar nieuwe attitude (retention)
1
,Of het hele proces van Hovland’s model wordt doorlopen, hangt af van verschillende factoren:
- De inhoud moet belangrijk zijn voor mensen
- De bron kan bepalen of mensen wel of geen aandacht geven aan het bericht.
- Bestaande attitudes beïnvloeden de overtuigingskracht van een nieuwe boodschap:
1. Informatie die overeenkomt met de ideeën en houdingen die iemand al dierbaar is,
is overtuigender dan een boodschap die deze tegenspreekt.
Het Yale-overtuigingsmodel (dit model vat de bevindingen van Hovland samen)
- Zodra een persoon gemotiveerd is om kennis te nemen van een bericht, zal hij de inhoud
ervan internaliseren, waardoor uiteindelijk zijn houding en gedrag wordt gevormd.
- Alleen gemotiveerde mensen zullen informatie tot zich nemen.
Inoculation (inenting) theorie van McGuire:
- Zet uiteen hoe mensen zich kunnen wapenen tegen informatie die bedoeld is om hun
mening te beïnvloeden en te veranderen.
- Beschrijft het proces van overtuigen in 6 stappen:
1. Presentation
2. Attention
3. Comprehension
4. Yielding (accepteren van de gegeven argumenten)
5. Retention
6. Behaviour
- De stappen zijn met elkaar verbonden en kunnen elkaar beïnvloeden.
- McGuire gebruikt de term ‘inenting’ om aan te geven dat vooral zwakke argumenten zich als
een virus kunnen gedragen en een cognitieve reactie teweegbrengen die een bestaande
houding daadwerkelijk beschermt, versterkt en helpt te behouden.
2
, Theorie van Anthony Greenwald (bouwt voort op ideeën van McGuire):
- informatie wordt vaak gekoppeld en vergeleken met bestaande attitudes en voorkeuren, en
mogelijk zelfs daarin geïntegreerd.
- Het zijn deze tussenprocessen die bepalen of iemands houding en gedrag uiteindelijk zullen
veranderen.
‘’Hierarchy-of-effects’’ modellen: Hiërarchische volgorde van verschillende stappen. Als je een stap
mist, stopt het model en gaan mensen niet over op actie.
- AIDA:
o Attention → Interest → Desire → Action.
- DAGMAR:
o Unaware → Aware → Comprehension → Conviction → Action.
Foote-Cone-Belding (FCB)-grid:
- Waar je het beste op in kan spelen, is afhankelijk van het product.
- Twee factoren:
o Involvement → hoe betrokken zijn mensen bij het onderwerp/product.
o Mode → Cognitief (feitelijke kenmerken) of affectief (gevoel).
Reclame en invloed: AIDA model.
- 4 stappen: Attention, Interest, Desire, Action.
- Stappen lopen parallel en er kunnen een of meer stappen worden overgeslagen.
- Gaat ervan uit dat mensen een bepaalde hoeveelheid tijd en aandacht besteden aan de
informatie die hen wordt aangeboden.
- Ontvanger is passief
- Toevoeging S → Statisfaction. Noodzakelijk onderdeel om klantloyaliteit te verzekeren.
3
H1 - Influence
Lasswell’s communicatiemodel en onderzoek naar attitudes en attitudeverandering:
- Op basis van de talrijke oorlogsstudies naar de impact van propaganda formuleerde Lasswell
het communicatiemodel
- ‘’wie zegt wat in welk kanaal tegen wie, met welk effect?’’
- Kijken naar:
1. De kenmerken van de persoon die de boodschap afgeeft (wie)
2. De inhoud van de communicatie die wordt gecommuniceerd (wat)
3. Het medium dat wordt gebruikt om het over te brengen (welk kanaal)
4. De kenmerken van de beoogde ontvanger (naar wie)
5. De mate waarin hun mening of voorkeur daardoor wordt invloed (welk effect)
Welk effect? → communicatiedoel:
- Gedrag veranderen
- Aandacht
- Attitudes
- Intenties
- Begrip
- Naamsbekendheid
Communicatiedoel in 3 categorieën:
- Bereik → heeft men de boodschap gezien
- Verwerking → alles wat in het hoofd gebeurt
- Werking → gedrag
Attitude = beschrijft een evaluatieve reactie (positief of negatief) op een persoon, een situatie, een
product, een idee of een organisatie. Voorspellers van gedrag, maar hoeven niet per se tot het
gedrag te leiden.
Hovland’s vierstappenmodel voor overtuiging:
1. Mensen moeten aandacht geven aan de informatie in een bericht (attention)
2. De boodschap moet zo worden gepresenteerd dat deze wordt begrepen (understanding)
3. De ontvanger accepteert het bericht en past zijn attitude aan (acceptance)
4. De ontvanger behoudt zijn/haar nieuwe attitude (retention)
1
,Of het hele proces van Hovland’s model wordt doorlopen, hangt af van verschillende factoren:
- De inhoud moet belangrijk zijn voor mensen
- De bron kan bepalen of mensen wel of geen aandacht geven aan het bericht.
- Bestaande attitudes beïnvloeden de overtuigingskracht van een nieuwe boodschap:
1. Informatie die overeenkomt met de ideeën en houdingen die iemand al dierbaar is,
is overtuigender dan een boodschap die deze tegenspreekt.
Het Yale-overtuigingsmodel (dit model vat de bevindingen van Hovland samen)
- Zodra een persoon gemotiveerd is om kennis te nemen van een bericht, zal hij de inhoud
ervan internaliseren, waardoor uiteindelijk zijn houding en gedrag wordt gevormd.
- Alleen gemotiveerde mensen zullen informatie tot zich nemen.
Inoculation (inenting) theorie van McGuire:
- Zet uiteen hoe mensen zich kunnen wapenen tegen informatie die bedoeld is om hun
mening te beïnvloeden en te veranderen.
- Beschrijft het proces van overtuigen in 6 stappen:
1. Presentation
2. Attention
3. Comprehension
4. Yielding (accepteren van de gegeven argumenten)
5. Retention
6. Behaviour
- De stappen zijn met elkaar verbonden en kunnen elkaar beïnvloeden.
- McGuire gebruikt de term ‘inenting’ om aan te geven dat vooral zwakke argumenten zich als
een virus kunnen gedragen en een cognitieve reactie teweegbrengen die een bestaande
houding daadwerkelijk beschermt, versterkt en helpt te behouden.
2
, Theorie van Anthony Greenwald (bouwt voort op ideeën van McGuire):
- informatie wordt vaak gekoppeld en vergeleken met bestaande attitudes en voorkeuren, en
mogelijk zelfs daarin geïntegreerd.
- Het zijn deze tussenprocessen die bepalen of iemands houding en gedrag uiteindelijk zullen
veranderen.
‘’Hierarchy-of-effects’’ modellen: Hiërarchische volgorde van verschillende stappen. Als je een stap
mist, stopt het model en gaan mensen niet over op actie.
- AIDA:
o Attention → Interest → Desire → Action.
- DAGMAR:
o Unaware → Aware → Comprehension → Conviction → Action.
Foote-Cone-Belding (FCB)-grid:
- Waar je het beste op in kan spelen, is afhankelijk van het product.
- Twee factoren:
o Involvement → hoe betrokken zijn mensen bij het onderwerp/product.
o Mode → Cognitief (feitelijke kenmerken) of affectief (gevoel).
Reclame en invloed: AIDA model.
- 4 stappen: Attention, Interest, Desire, Action.
- Stappen lopen parallel en er kunnen een of meer stappen worden overgeslagen.
- Gaat ervan uit dat mensen een bepaalde hoeveelheid tijd en aandacht besteden aan de
informatie die hen wordt aangeboden.
- Ontvanger is passief
- Toevoeging S → Statisfaction. Noodzakelijk onderdeel om klantloyaliteit te verzekeren.
3