Samenvatting Natuurkunde proefwerkweek 3
Hoofdstuk 1:
Snelheid is het aantal meters dat wordt afgelegd in 1 seconde, de standaardeenheden van
snelheid zijn m/s en km/h.
De snelheid kun je berekenen door een verhoudingstabel.
Een stroboscoop is een apparaat dat regelmatig zeer felle lichtstoten geeft, je kunt zelf
invullen hoe vaak de stroboscoop per seconde flitst.
Frequentie= het aantal flitsen per seconde, uitgedrukt in Hertz , Hz.
Om bewegingen met een computer te meten, dan heb je een plaatssensor nodig, deze zendt
ultrasoon geluid uit. In een grafiek zie je meteen het verloop van de beweging.
In een plaatsgrafiek zet je de plaats van een voorwerp uit tegen de tijd, deze grafiek wordt
ook wel een x,t-grafiek genoemd. het symbool voor de tijd is t en voor de plaats x.
Bij een beweging met constante snelheid stijgt de grafiek altijd regelmatig, de grafiek is dan
dus een rechte lijn.
Als de lijn daalt, neemt de snelheid af dus is de snelheid in een – getal aangegeven.
Een verandering van plaats of een verplaatsing geef je aan met ∆x , een verandering van de
tijdstuur is ∆t.
De gemiddelde snelheid reken je uit door de verplaatsing te delen door de tijdsduur dus
Vgem = ∆x : ∆t, bij een rechte lijn is dit hetzelfde als het hellingsgetal
Als je geen constante snelheid hebt, moet je een raaklijn tekenen. Op deze manier kan je
van de 2 punten de veranderingen van de tijd en plaats uitrekenen en hiermee kan je alsnog
via de bovenstaande formule de gemiddelde snelheid uit rekenen. Ook hier is de eenheid in
m/s of in km/h.
In een snelheidsgrafiek zet je de snelheid van een voorwerp uit tegen de tijd. Het symbool
van snelheid is de letter v.
Aan de vorm van de snelheidsgrafiek kun je zien of de snelheid 0 is, de snelheid constant is,
toeneemt, afneemt of omkeert van richting. Zo een grafiek wordt ook wel een v,t-grafiek
genoemd.
Een toename of afname van de snelheid per seconde heet een versnelling of vertraging, een
vertraging van 5m/s^2 is het zelfde als een versnelling van -5 m/s^2
De versnelling is het hellingsgetal van de snelheidsgrafiek, de versnelling kun je berekenen
door a= ∆v : ∆t.
Als de snelheidsgrafiek krom is, veranderd de versnelling steeds. Je kunt dan alleen de
gemiddelde versnelling of op 1 tijdstip de versnelling bepalen. Dit doe je door een raaklijn te
tekenen.
, In een snelheidsgrafiek bepaal je de verplaatsing door de oppervlakte onder de lijn uit te
rekenen. Als de lijn recht is doe je; lengte x breedte : 2. Als de lijn niet recht is moet je de
hokjes onder de lijn tellen.
Hoofdstuk 2:
De afstand die je aflegt reken je uit door de snelheid met de tijd te vermenigvuldigen. Als je
de afstand aflegt in een rechte lijn met constante snelheid dan spreek je van een eenparige
rechtlijnige beweging.
S=vxt
S = afstand in meters (verplaatsing)
V = snelheid in meter per seconde
T = tijd in seconde
Je moet altijd letten op goede eenheden, een eenheid moet altijd achter je antwoord staan.
Als je een formule gebruikt , moeten de eenheden in de formule bij elkaar passen.
Vgem = ∆x : ∆t
Vgem = ½ (Vbegin + Veind)
S = Vgem x t
Als je op de evenaar stilstaat dan sta je ten opzichte van je omgeving stil, maar alsnog
beweeg je met een grote snelheid. De aarde draait in 24 uur één rondje om haar as.
Voor een cirkelbeweging geldt :
V = (2π r) : T
V = baansnelheid
R = de baanstraal
T= de omlooptijd
S = ½ x basis x hoogte
Agem = ∆v : ∆t
Verwar de gemiddelde snelheid (v) niet met de gemiddelde versnelling (a)
Het eerste deel van een sprong, bijvoorbeeld voor het openen van de parachute, noemen ze
de vrije val. In de natuurkunde noemen we dit anders.
Een vrije val is namelijk een val zonder luchtweerstand, bij een vrije val valt alles even snel.
De valversnelling in Nederland is 9,81 m/s^2. De valversnelling kort je af met g.
Hoofdstuk 1:
Snelheid is het aantal meters dat wordt afgelegd in 1 seconde, de standaardeenheden van
snelheid zijn m/s en km/h.
De snelheid kun je berekenen door een verhoudingstabel.
Een stroboscoop is een apparaat dat regelmatig zeer felle lichtstoten geeft, je kunt zelf
invullen hoe vaak de stroboscoop per seconde flitst.
Frequentie= het aantal flitsen per seconde, uitgedrukt in Hertz , Hz.
Om bewegingen met een computer te meten, dan heb je een plaatssensor nodig, deze zendt
ultrasoon geluid uit. In een grafiek zie je meteen het verloop van de beweging.
In een plaatsgrafiek zet je de plaats van een voorwerp uit tegen de tijd, deze grafiek wordt
ook wel een x,t-grafiek genoemd. het symbool voor de tijd is t en voor de plaats x.
Bij een beweging met constante snelheid stijgt de grafiek altijd regelmatig, de grafiek is dan
dus een rechte lijn.
Als de lijn daalt, neemt de snelheid af dus is de snelheid in een – getal aangegeven.
Een verandering van plaats of een verplaatsing geef je aan met ∆x , een verandering van de
tijdstuur is ∆t.
De gemiddelde snelheid reken je uit door de verplaatsing te delen door de tijdsduur dus
Vgem = ∆x : ∆t, bij een rechte lijn is dit hetzelfde als het hellingsgetal
Als je geen constante snelheid hebt, moet je een raaklijn tekenen. Op deze manier kan je
van de 2 punten de veranderingen van de tijd en plaats uitrekenen en hiermee kan je alsnog
via de bovenstaande formule de gemiddelde snelheid uit rekenen. Ook hier is de eenheid in
m/s of in km/h.
In een snelheidsgrafiek zet je de snelheid van een voorwerp uit tegen de tijd. Het symbool
van snelheid is de letter v.
Aan de vorm van de snelheidsgrafiek kun je zien of de snelheid 0 is, de snelheid constant is,
toeneemt, afneemt of omkeert van richting. Zo een grafiek wordt ook wel een v,t-grafiek
genoemd.
Een toename of afname van de snelheid per seconde heet een versnelling of vertraging, een
vertraging van 5m/s^2 is het zelfde als een versnelling van -5 m/s^2
De versnelling is het hellingsgetal van de snelheidsgrafiek, de versnelling kun je berekenen
door a= ∆v : ∆t.
Als de snelheidsgrafiek krom is, veranderd de versnelling steeds. Je kunt dan alleen de
gemiddelde versnelling of op 1 tijdstip de versnelling bepalen. Dit doe je door een raaklijn te
tekenen.
, In een snelheidsgrafiek bepaal je de verplaatsing door de oppervlakte onder de lijn uit te
rekenen. Als de lijn recht is doe je; lengte x breedte : 2. Als de lijn niet recht is moet je de
hokjes onder de lijn tellen.
Hoofdstuk 2:
De afstand die je aflegt reken je uit door de snelheid met de tijd te vermenigvuldigen. Als je
de afstand aflegt in een rechte lijn met constante snelheid dan spreek je van een eenparige
rechtlijnige beweging.
S=vxt
S = afstand in meters (verplaatsing)
V = snelheid in meter per seconde
T = tijd in seconde
Je moet altijd letten op goede eenheden, een eenheid moet altijd achter je antwoord staan.
Als je een formule gebruikt , moeten de eenheden in de formule bij elkaar passen.
Vgem = ∆x : ∆t
Vgem = ½ (Vbegin + Veind)
S = Vgem x t
Als je op de evenaar stilstaat dan sta je ten opzichte van je omgeving stil, maar alsnog
beweeg je met een grote snelheid. De aarde draait in 24 uur één rondje om haar as.
Voor een cirkelbeweging geldt :
V = (2π r) : T
V = baansnelheid
R = de baanstraal
T= de omlooptijd
S = ½ x basis x hoogte
Agem = ∆v : ∆t
Verwar de gemiddelde snelheid (v) niet met de gemiddelde versnelling (a)
Het eerste deel van een sprong, bijvoorbeeld voor het openen van de parachute, noemen ze
de vrije val. In de natuurkunde noemen we dit anders.
Een vrije val is namelijk een val zonder luchtweerstand, bij een vrije val valt alles even snel.
De valversnelling in Nederland is 9,81 m/s^2. De valversnelling kort je af met g.