Theorieën
ontwikkelingspsychologie deel II
Inleiding/ terugblik
Zes fundamentele kwesties/vragen in de ontwikkelingspsychologie
1. Nature <> Nurture debat: Is een bepaald iets (bv IQ) aangeleerd of aangeboren?
2. Rol sociaal-culturele context: Hoe zeer beïnvloed de omgeving de ontwikkeling?
Bijvoorbeeld gezinsnormen of opgroeien in stad vs. Platteland etc.
3. Actief <> passieve rol van kind: Zijn kinderen passsief of actief betrokken bij hun
eigen ontwikkeling. Bijvoorbeeld bij taalontwikkeling of genderontwikkeling. Of de
vraag zijn (jonge) kinderen intrinsiek gemotiveerd om nieuwe vaardigheden te leren
of is stimulatie uit de omgeving hiervoor een vereiste.
4. Continue vs. Discontinue: Is ontwikkeling een stapsgewijs (discontinue) proces of
juist een vloeiend proces (continue).
5. Kriekte periode: Is er sprake van een kritieke of gevoelige.
6. Interactieve tussen ontwikkelingsdomein: Hoe werken de verschillende domeinen
van ontwikkeling samen. Veel theorieën richten zich vaak maar op een domein, maar
weinig richten zich op de interactie in één model.
Voor het tentamen is het de bedoeling dat je de zes bovengenoemde kwesties kunt leggen
naast afzonderlijke theorieën en of benaderingen. In dit blok worden vijf verschillende
afzonderlijke benaderingen besproken.
o Leer theoretisch benadering (Bandura, Watson, Skinner)
o Cognitieve ontwikkelingsbenadering. (Piaget)
o Informatieverwerkingsgerichte benadering
o Psychodynamische benadering (Freud, Erikson)
o Contextuele benadering (Bronfenbrenner, Vygotsky)
Aanvulling: Neo-Piagetiaanse benadering.
De benadering van Piaget kent ook een aantal kritische kanttekeningen.
- In reactie op deze kanttekeningen ontwikkelen zich twee hoofdstromingen. Die het
geheel (nativisme) of deels (Neo-Piagetiaanse) oneens zijn met Piaget.
1. Nativistische benadering: Verwerpen de theorie van Piaget in zijn geheel. Stellen dat
kinderen al bij de geboorte veel aangeboren kennis. Die de cognitieve ontwikkeling en met
name de taalontwikkeling veel sneller doet laten verlopen dan Piaget beweerde.
- Chomskey: Ontdekte het LAD, systeem in het brein dat taalverwerving mogelijk
maakt, is een aangeboren mechanisme.
2. Neo-Piagetiaanse beweging: Deze stroming accepteert de kernideeën, maar integreren
ook nieuwe inzichten aanvullend op de theorie (gemoderniseerd).
- Eens: (1) Nature/ nurture – (3) Actieve rol kind – (5) Kritieke periode – (6) domeinen
- Oneens: (2) Sociaal culturele context – (4) ontwikkelingsverloop
, Sociaal culturele context (Neo-Piaget): Piaget stelde dat het ontwikkelingsniveau in iedere
cultuur ongeveer op dezelfde manier en leeftijd werd bereikt. De Neo-Piagetiaanse
beweging stelt echter dat de sociaal culturele context wel van belang is. Met name
onderwijsvoorzieningen en leermogelijkheden om de ontwikkeling zo goed mogelijk te
kunnen sturen.
Ontwikkelingsverloop (Neo- Piaget): Piaget gaat uit van een discontinu verloop van
ontwikkeling de Neo-Piagetiaanse benadering stelt echter dat de ontwikkeling van kinderen
zowel continue als discontinue verloopt. Ze laten hiermee de harde lijnen in het
ontwikkelingsmodel meer los. Zo hoeft een kind volgens hen niet een stadium geheel
hebben afgerond om door te gaan naar het volgende maar kan het sommige aspecten al
meer of minder beheersen.
Informatieverwerkingsgerichte benadering
Ook deze benadering is primair gericht op de cognitieve ontwikkeling, Hiermee wordt vaak
een basismetafoor gebruikt:
- De mens is als een computer beperkt opslag vermogen om informatie te verwerken.
ontwikkelingspsychologie deel II
Inleiding/ terugblik
Zes fundamentele kwesties/vragen in de ontwikkelingspsychologie
1. Nature <> Nurture debat: Is een bepaald iets (bv IQ) aangeleerd of aangeboren?
2. Rol sociaal-culturele context: Hoe zeer beïnvloed de omgeving de ontwikkeling?
Bijvoorbeeld gezinsnormen of opgroeien in stad vs. Platteland etc.
3. Actief <> passieve rol van kind: Zijn kinderen passsief of actief betrokken bij hun
eigen ontwikkeling. Bijvoorbeeld bij taalontwikkeling of genderontwikkeling. Of de
vraag zijn (jonge) kinderen intrinsiek gemotiveerd om nieuwe vaardigheden te leren
of is stimulatie uit de omgeving hiervoor een vereiste.
4. Continue vs. Discontinue: Is ontwikkeling een stapsgewijs (discontinue) proces of
juist een vloeiend proces (continue).
5. Kriekte periode: Is er sprake van een kritieke of gevoelige.
6. Interactieve tussen ontwikkelingsdomein: Hoe werken de verschillende domeinen
van ontwikkeling samen. Veel theorieën richten zich vaak maar op een domein, maar
weinig richten zich op de interactie in één model.
Voor het tentamen is het de bedoeling dat je de zes bovengenoemde kwesties kunt leggen
naast afzonderlijke theorieën en of benaderingen. In dit blok worden vijf verschillende
afzonderlijke benaderingen besproken.
o Leer theoretisch benadering (Bandura, Watson, Skinner)
o Cognitieve ontwikkelingsbenadering. (Piaget)
o Informatieverwerkingsgerichte benadering
o Psychodynamische benadering (Freud, Erikson)
o Contextuele benadering (Bronfenbrenner, Vygotsky)
Aanvulling: Neo-Piagetiaanse benadering.
De benadering van Piaget kent ook een aantal kritische kanttekeningen.
- In reactie op deze kanttekeningen ontwikkelen zich twee hoofdstromingen. Die het
geheel (nativisme) of deels (Neo-Piagetiaanse) oneens zijn met Piaget.
1. Nativistische benadering: Verwerpen de theorie van Piaget in zijn geheel. Stellen dat
kinderen al bij de geboorte veel aangeboren kennis. Die de cognitieve ontwikkeling en met
name de taalontwikkeling veel sneller doet laten verlopen dan Piaget beweerde.
- Chomskey: Ontdekte het LAD, systeem in het brein dat taalverwerving mogelijk
maakt, is een aangeboren mechanisme.
2. Neo-Piagetiaanse beweging: Deze stroming accepteert de kernideeën, maar integreren
ook nieuwe inzichten aanvullend op de theorie (gemoderniseerd).
- Eens: (1) Nature/ nurture – (3) Actieve rol kind – (5) Kritieke periode – (6) domeinen
- Oneens: (2) Sociaal culturele context – (4) ontwikkelingsverloop
, Sociaal culturele context (Neo-Piaget): Piaget stelde dat het ontwikkelingsniveau in iedere
cultuur ongeveer op dezelfde manier en leeftijd werd bereikt. De Neo-Piagetiaanse
beweging stelt echter dat de sociaal culturele context wel van belang is. Met name
onderwijsvoorzieningen en leermogelijkheden om de ontwikkeling zo goed mogelijk te
kunnen sturen.
Ontwikkelingsverloop (Neo- Piaget): Piaget gaat uit van een discontinu verloop van
ontwikkeling de Neo-Piagetiaanse benadering stelt echter dat de ontwikkeling van kinderen
zowel continue als discontinue verloopt. Ze laten hiermee de harde lijnen in het
ontwikkelingsmodel meer los. Zo hoeft een kind volgens hen niet een stadium geheel
hebben afgerond om door te gaan naar het volgende maar kan het sommige aspecten al
meer of minder beheersen.
Informatieverwerkingsgerichte benadering
Ook deze benadering is primair gericht op de cognitieve ontwikkeling, Hiermee wordt vaak
een basismetafoor gebruikt:
- De mens is als een computer beperkt opslag vermogen om informatie te verwerken.