Samenvatting – Les 1: Ziekte en Gezondheid
🧠 Gezondheid
Gezondheid is multidimensioneel: lichamelijk, geestelijk en sociaal
functioneren.
Definities:
o Biomedisch: afwezigheid van ziekte (negatieve conditie), normaal
functioneren
ziekte: objectief fenomeen, onafhankelijk vastgesteld door artsen,
fysiologische dysfunctie
Monocausale verklaringswijze van ziekte.
Groot belang van fysiologie (= normale lichamelijke functie) en
pathofysiologie (= hoe
ziekten de normale functie van het lichaam verstoren).
o Biologisch: fysiologische balans door externe omstandigheden.
kan nauwkeurig worden omschreven: lichaamstemp., polsfrequentie,
bloeddruk.
o Psychologisch: zelfrealisatie en welzijn geestelijk optimaal voelen.
! Mensen die een lichaamsgebrek hebben of ziek zijn, kunnen zichzelf,
volgens deze benadering, als gezond definiëren
o Sociaal: maatschappelijke rollen kunnen vervullen.
o WHO: gezondheid als compleet fysiek, sociaal en mentaal welzijn, niet
het ontbreken van een ziekte – vaak als te idealistisch beschouwd.
Gezondheid =
- Breed begrip, relatief (definitie is statisch) en dynamisch
(welbevinden = subjectieve toestand)
- Voorwaarde voor optimaal functioneren
- mensenrecht
Huidige visie: De individuele eigenschap om lichamelijk, geestelijk en sociaal,
naar eigen vermogen en beleven, adequaat te functioneren in de samenleving.
Kenmerken gezondheid:
o Drie dimensies: lichaam, geest en sociale relaties
o Gezond zijn en gezond voelen
o Gezondheid als positief begrip
o Gezondheid als middel tot zelfrealisatie
mogelijkheid om belangrijke levensdoelen te realiseren
o Gezondheid als deel van een breder geheel
Determinanten: factoren die balans tussen kwetsbaarheid (frailty) en
weerbaarheid bepalen.
= dynamische staat waarin een persoon
verkeert die op 1 of meerdere domeinen
functioneel verlies/ uitval ervaart
, Wordt veroorzaakt/beïnvloed door
uiteenlopende parameters & leidt tot
risico op nog meer uitval (als niks
gedaan word)
🩺 Ziekte
Ziekte = afwijking van normale toestand van het lichaam of geest, die leidt tot
symptomen, ongemak of disfuncties.
o Chronisch: langdurig of levenslang (bv. diabetes of reuma)
o Acuut: plotseling en vaak tijdelijk (bv. griep of blindedarmontsteking)
Concepten:
o Ziektebeeld: objectieve symptomen die artsen herkennen & benoemen.
klinische symptomatologie typerend voor bepaalde ziekte
o Ziek-zijn: subjectieve ervaring van patiënt (bv. ongemak, pijn of
beperking).
o Ziektegedrag: gedrag dat iemand vertoont rondom ziek-zijn (bv.
bedrust, arts bezoek). beïnvloed door persoonlijk factoren
(pijnbeleving, karkater) en maatschappelijke factoren (cultuur,
omgeving, verwachting)
o Ziekterol (Parsons): sociale rol en plichten van iemand die ziek is
4 kenmerken
o vrijstelling van normale verplichtingen
o zieke mag niet verantwoordelijk worden gehouden voor de ziekte
o zieke moet zich inzetten voor herstel
o tijdelijke en onwenselijke toestand
! niet bij chronische ziekten
Medicalisering: definiëren van normale levensprocessen in termen van ziekte
en gezondheid (bv. menopauze).
o Positief: erkenning o Negatief: overdiagnose
🧬 Ziekteproces
Verloop:
o Etiologie: oorzaken zoals genetisch, trauma, toxisch agens, infectie, neoplasie
(= kanker), endocriene dysfunctie (= klieren disfunctie), immunologisch,
degeneratie/ ouderdom, psychogeen (= psychologisch), iatrogeen (= door arts),
idiopathisch (= geen gekende oorzaak, uitsluiten).
Vb. iatrogene schade:
- Gemiste, te late of inadequate diagnostiek
- Overbrengen besmettelijke ziekten door bloedtransfusie
- Ernstige bijwerkingen medicijnen
- Mislukken van operaties of behandelingen
o Pathogenese: proces hoe ziekte zich ontwikkelt in gastheer, incl.
mechanismen ziekteverwekker & reactie gastheer.
o Symptomatologie: symptomen die de patiënt ervaart (bv. pijn,
misselijkheid).
🧠 Gezondheid
Gezondheid is multidimensioneel: lichamelijk, geestelijk en sociaal
functioneren.
Definities:
o Biomedisch: afwezigheid van ziekte (negatieve conditie), normaal
functioneren
ziekte: objectief fenomeen, onafhankelijk vastgesteld door artsen,
fysiologische dysfunctie
Monocausale verklaringswijze van ziekte.
Groot belang van fysiologie (= normale lichamelijke functie) en
pathofysiologie (= hoe
ziekten de normale functie van het lichaam verstoren).
o Biologisch: fysiologische balans door externe omstandigheden.
kan nauwkeurig worden omschreven: lichaamstemp., polsfrequentie,
bloeddruk.
o Psychologisch: zelfrealisatie en welzijn geestelijk optimaal voelen.
! Mensen die een lichaamsgebrek hebben of ziek zijn, kunnen zichzelf,
volgens deze benadering, als gezond definiëren
o Sociaal: maatschappelijke rollen kunnen vervullen.
o WHO: gezondheid als compleet fysiek, sociaal en mentaal welzijn, niet
het ontbreken van een ziekte – vaak als te idealistisch beschouwd.
Gezondheid =
- Breed begrip, relatief (definitie is statisch) en dynamisch
(welbevinden = subjectieve toestand)
- Voorwaarde voor optimaal functioneren
- mensenrecht
Huidige visie: De individuele eigenschap om lichamelijk, geestelijk en sociaal,
naar eigen vermogen en beleven, adequaat te functioneren in de samenleving.
Kenmerken gezondheid:
o Drie dimensies: lichaam, geest en sociale relaties
o Gezond zijn en gezond voelen
o Gezondheid als positief begrip
o Gezondheid als middel tot zelfrealisatie
mogelijkheid om belangrijke levensdoelen te realiseren
o Gezondheid als deel van een breder geheel
Determinanten: factoren die balans tussen kwetsbaarheid (frailty) en
weerbaarheid bepalen.
= dynamische staat waarin een persoon
verkeert die op 1 of meerdere domeinen
functioneel verlies/ uitval ervaart
, Wordt veroorzaakt/beïnvloed door
uiteenlopende parameters & leidt tot
risico op nog meer uitval (als niks
gedaan word)
🩺 Ziekte
Ziekte = afwijking van normale toestand van het lichaam of geest, die leidt tot
symptomen, ongemak of disfuncties.
o Chronisch: langdurig of levenslang (bv. diabetes of reuma)
o Acuut: plotseling en vaak tijdelijk (bv. griep of blindedarmontsteking)
Concepten:
o Ziektebeeld: objectieve symptomen die artsen herkennen & benoemen.
klinische symptomatologie typerend voor bepaalde ziekte
o Ziek-zijn: subjectieve ervaring van patiënt (bv. ongemak, pijn of
beperking).
o Ziektegedrag: gedrag dat iemand vertoont rondom ziek-zijn (bv.
bedrust, arts bezoek). beïnvloed door persoonlijk factoren
(pijnbeleving, karkater) en maatschappelijke factoren (cultuur,
omgeving, verwachting)
o Ziekterol (Parsons): sociale rol en plichten van iemand die ziek is
4 kenmerken
o vrijstelling van normale verplichtingen
o zieke mag niet verantwoordelijk worden gehouden voor de ziekte
o zieke moet zich inzetten voor herstel
o tijdelijke en onwenselijke toestand
! niet bij chronische ziekten
Medicalisering: definiëren van normale levensprocessen in termen van ziekte
en gezondheid (bv. menopauze).
o Positief: erkenning o Negatief: overdiagnose
🧬 Ziekteproces
Verloop:
o Etiologie: oorzaken zoals genetisch, trauma, toxisch agens, infectie, neoplasie
(= kanker), endocriene dysfunctie (= klieren disfunctie), immunologisch,
degeneratie/ ouderdom, psychogeen (= psychologisch), iatrogeen (= door arts),
idiopathisch (= geen gekende oorzaak, uitsluiten).
Vb. iatrogene schade:
- Gemiste, te late of inadequate diagnostiek
- Overbrengen besmettelijke ziekten door bloedtransfusie
- Ernstige bijwerkingen medicijnen
- Mislukken van operaties of behandelingen
o Pathogenese: proces hoe ziekte zich ontwikkelt in gastheer, incl.
mechanismen ziekteverwekker & reactie gastheer.
o Symptomatologie: symptomen die de patiënt ervaart (bv. pijn,
misselijkheid).