Week III
Leerdoelen:
Kennis van en inzicht in de klassieke contractfilosofie van Hobbes, Locke en Rousseau.
Basaal inzicht in de deontologische ethiek van Kant.
Het kunnen toepassen van de klassieke contractfilosofie op hedendaagse juridische problemen.
Natuurtoestand: toestand van vrijheid en gelijkheid, maar ook van onzekerheid en onveiligheid. Iedereen is er
“koning”, er ontbreekt hiërarchie; iedereen is gelijk.
Leviathan – Hobbes
Gelijkheid van mensen
Mensen zijn van nature ongeveer gelijk in lichaam en geest. Zelfs de zwakste kan de sterkste doden via sluwheid
of samenwerking. Mentale vermogens zijn nog gelijker dan fysieke; ervaring is universeel toegankelijk.
Overschatting van eigen wijsheid zorgt voor illusie van ongelijkheid, maar in werkelijkheid zijn mensen gelijk.
Hobbes identificeert 3 hoofdredenen waarom mensen met elkaar in conflict komen:
1. Competitie: voor winst – strijd om bezit, voedsel, land etc.
2. Wantrouwen: voor veiligheid – men valt anderen eerst aan om zichzelf te beschermen.
3. Glorie: voor reputatie – men gebruikt geweld of vertoon om respect af te dwingen.
Zonder samenleving en een gezamenlijke macht om mensen te beheersen, leven mensen in een oorlog van
allen tegen allen. Oorlog is niet alleen strijd, maar ook de bereidheid tot strijd over tijd. De gevolgen hiervan zijn
dat er geen landbouw, handel, wetenschap of grote projecten zijn; alleen angst, onzekerheid en geweld. Leven
in deze toestand is “solitary, poor, nasty, brutish and short”.
The Purposes of political society and government – Locke
In de natuurtoestand is de mens vrij en gelijk, maar bezit en veiligheid zijn onzeker door voortdurende dreiging
van inbreuk. Daarom zoeken mensen bescherming in een commonwealth. Het hoofddoel van politieke
samenleving is het behoud van property (leven, vrijheid, eigendom).
De natuurtoestand kent 3 gebreken:
1. Geen vaste, algemeen aanvaarde wet
2. Geen onpartijdige rechter
3. Geen gezag om uitspraken te handhaven
Door toetreding tot de samenleving geven mensen 2 natuurlijke machten op:
1. Hun vrijheid om zelfstandig te handelen naar de natuurwet (beperkt door positieve wetgeving)
2. Hun macht om zelf te straffen (overdragen aan uitvoerend gezag)
Dit verlies aan vrijheid is gerechtvaardigd omdat iedereen hetzelfde doet en het leidt tot betere bescherming
van leven, vrijheid en eigendom.
De wetgevende macht is het hoogste gezag, ingesteld om property (leven, vrijheid, eigendom) te beschermen.
Dit is echter begrensd: geen absoluut gezag, alleen wetten via vaste regels en rechters, geen inbreuk op
eigendom zonder instemming (bv. belasting), en geen overdracht van haar macht.
Vertoog over de ongelijkheid – Rousseau
Oorspronkelijk leefde de mens eenvoudig, vrij en gelijk, zonder eigendom of blijvende sociale banden. Met
groei van vaardigheden en kleine gemeenschappen ontstonden vergelijking, jaloezie en competitie.
Het ontstaan van eigendom (hutten, land, landbouw) markeert de geboorte van ongelijkheid: de sterken
namen, de zwakken volgden. Eigendom en arbeid leidden tot sociale hiërarchie, afhankelijkheid en slavernij;
liefde en eerzucht maakten de samenleving complexer en corrupter. Het gevolg hiervan is een onontkoombare
moderne maatschappij waarin vrijheid en gelijkheid definitief zijn opgeofferd aan wetten en instellingen die
ongelijkheid verankeren.