Kennisclip KOM 01-09-2020
Sociaalwetenschappelijk onderzoek:
1. Streeft naar kennis en theorievorming
2. Is systematisch en controleerbaar
3. Maakt gebruik van empirische gegevens
Theorie-data-cyclus beschrijft systematisch proces van sociaalwetenschappelijk onderzoek
Kenmerken van goede wetenschappelijke theorie:
1. Falsifieerbaar > een theorie moet weerlegd kunnen worden met systematische
waarnemingen
2. Probabilistisch > uitspraken binnen een theorie gelden niet voor alle gevallen of op elk
moment in de tijd
3. Spaarzaam (parsimonious) > als een eenvoudige theorie volstaat, is het niet nodig om deze
complexer te maken.
Typen onderzoeksvragen:
1. Fundamenteel (basic)
2. Toegepast (applied)
3. Translationeel (translational) > brug tussen fundamenteel en toegepast
Onderzoek ontwerp: wat en hoe?
Kwalitatieve gegevens (uitschrijfbare gegevens)
- Uit bijvoorbeeld interviews of beschrijvingen van observaties.
Kwantitatieve gegevens (cijfermatige gegevens)
- Verzameld middels gestandaardiseerde vragenlijsten en testen of systematische
observaties.
Onderzoek ontwerp: bij wie?
Steekproef: deel van populatie
Hypothesen: een specifieke uitspraak over wat de onderzoeker verwacht waar te zullen nemen in het
onderzoek.
,Data-verzameling en analyse
Kwalitatieve gegevens
Bijvoorbeeld afnemen interviews
Interpreteren van de interviewverslagen
Kwantitatieve gegevens
Bijvoorbeeld afnemen van test om narcisme-score te meten
Statisch-analyseren van de cijfermatige gegevens
Data-management plan
Zorgvuldige omgang met vertrouwelijke gegevens
Draagt bij aan controleerbaarheid van onderzoek
Na de data-analyse:
Conclusies op grond van resultaten geven meer of minder ondersteuning aan theorie
Conclusies gaan gepaard met een grotere of kleinere mate van onzekerheid
Onderzoekers beschrijven hun onderzoek en de gevonden resultaten in wetenschappelijke
artikelen
>>> Nooit een theorie bewijzen
Samenvattend:
Theorie-data-cyclus beschrijft systematisch proces van sociaalwetenschappelijk onderzoek
Verzamelen en analyseren van empirische gegevens
Keuzes in het proces beïnvloeden resultaten
Resultaten en conclusies ondersteunen theorie of niet en gaan gepaard met onzekerheid
Vastleggen onderzoek ontwerp en data-management plan dragen bij aan
controleerbaarheid
Kwalitatief hoorcollege 1 KOM 04-09-2020
Voornaamste doel van kwalitatief onderzoek:
Sociale fenomenen te begrijpen vanuit hun natuurlijke context > bijv. zorg voor ouderen
Om empirische patronen te vinden
Die een startpunt kunnen zijn voor theorievorming
Ontwikkeling nieuwe theorie
Aanpassing of uitbreiding van bestaande theorie
Kenmerken van kwalitatief onderzoek:
1. Natuurlijke omgeving van respondent
2. Contextuele benadering
3. Perspectief van respondent staat centraal
4. Via specifieke observaties probeert de onderzoeker
De sociale werkelijkheid te omschrijven in al haar diversiteit
Naar algemeenheden te zoeken die nieuwe theorieën vormen of bestaande theorieën
aanpassen >>> Inductie
Een onderzoeksvraag van een kwalitatief onderzoek kun je herkennen aan de volgende elementen:
SPI(C)E:
Setting: waar, in welke context?
Perspective (of Population): voor wie?
Interest: wat?
(Comparison: vergeleken met wie/wat?)
Evaluation: met welk resultaat?
Voorbeeld: Wat zijn motieven om te daten bij eerstejaars studenten in Nederland?
Setting = Nederland
, Perspective = eerstejaars studenten
Interest = daten
Evaluation = motieven
Hoe worden data verzameld? > onderzoek ontwerp (hoe en bij wie)
Kwalitatief interview
Gesprek waarin de interviewer vragen stelt aan de geïnterviewde over: ideeën, motieven,
ervaringen, (gedragingen) > met betrekking tot een sociaal fenomeen
Geïnterviewde is: informant (helikopter view over onderwerp, 3 e persoonsperspectief) of
respondent (eigen persoonlijke ervaring, 1 e persoonsperspectief)
Onderzoeker is nadrukkelijk aanwezig bij de dataverzameling.
Soorten interviews: in hoeverre liggen inhoud, volgorde en formulering van vragen en
antwoordopties vooraf vast.
Ongestructureerd Semigestructureerd
Bovenstaande aspecten hangen af van verloop Wel topiclijst, bovenstaande aspecten hangen af van
en context van het interview context van het interview
Kwalitatief interview
Bij wie worden data verzameld?
Populatie > steekproef > data > resultaat > populatie
Voorbeeld: doelgerichte steekproef
Case study logic:
Onderzoeker gaat op zoek naar specifieke individuen die belangrijke informatie kunnen
geven > elk specifiek verhaal is waardevol en draagt bij aan beter begrip
Sample for range:
Onderzoeker gaat opzoek naar een zo breed mogelijke scala aan ervaringen
Hoe zit de verzamelde data eruit?
Vaak wordt het interview opgenomen volledig uitgetypt in een transcript
Tijdens het interview maakt de onderzoeker field notes:
Aantekeningen die waardevol kunnen zijn tijdens het analyseren van de data in een later
stadium > wie werd er geïnterviewd, locatie, indruk/gedrag van geïnterviewde, eerste
ideeën van onderzoeker over het interview
Letterlijk manuscript (uh…, [pauze], [onverstaanbaar]) en woordelijk manuscript.
Kwaliteit van het kwalitatief interview
Betrouwbaarheid (reliability)
Verloop van interview hangt af van de interviewer
Interviewer moet zich bewust zijn van eigen rol
Vergelijk het met richten op een schietschijf > schietpogingen zijn de interviewers die op allerlei
antwoorden komen, maar niet raak.
Semigestructureerde interview zal meer op elkaar lijken
met antwoorden.
Validiteit (validity)
Sociaalwetenschappelijk onderzoek:
1. Streeft naar kennis en theorievorming
2. Is systematisch en controleerbaar
3. Maakt gebruik van empirische gegevens
Theorie-data-cyclus beschrijft systematisch proces van sociaalwetenschappelijk onderzoek
Kenmerken van goede wetenschappelijke theorie:
1. Falsifieerbaar > een theorie moet weerlegd kunnen worden met systematische
waarnemingen
2. Probabilistisch > uitspraken binnen een theorie gelden niet voor alle gevallen of op elk
moment in de tijd
3. Spaarzaam (parsimonious) > als een eenvoudige theorie volstaat, is het niet nodig om deze
complexer te maken.
Typen onderzoeksvragen:
1. Fundamenteel (basic)
2. Toegepast (applied)
3. Translationeel (translational) > brug tussen fundamenteel en toegepast
Onderzoek ontwerp: wat en hoe?
Kwalitatieve gegevens (uitschrijfbare gegevens)
- Uit bijvoorbeeld interviews of beschrijvingen van observaties.
Kwantitatieve gegevens (cijfermatige gegevens)
- Verzameld middels gestandaardiseerde vragenlijsten en testen of systematische
observaties.
Onderzoek ontwerp: bij wie?
Steekproef: deel van populatie
Hypothesen: een specifieke uitspraak over wat de onderzoeker verwacht waar te zullen nemen in het
onderzoek.
,Data-verzameling en analyse
Kwalitatieve gegevens
Bijvoorbeeld afnemen interviews
Interpreteren van de interviewverslagen
Kwantitatieve gegevens
Bijvoorbeeld afnemen van test om narcisme-score te meten
Statisch-analyseren van de cijfermatige gegevens
Data-management plan
Zorgvuldige omgang met vertrouwelijke gegevens
Draagt bij aan controleerbaarheid van onderzoek
Na de data-analyse:
Conclusies op grond van resultaten geven meer of minder ondersteuning aan theorie
Conclusies gaan gepaard met een grotere of kleinere mate van onzekerheid
Onderzoekers beschrijven hun onderzoek en de gevonden resultaten in wetenschappelijke
artikelen
>>> Nooit een theorie bewijzen
Samenvattend:
Theorie-data-cyclus beschrijft systematisch proces van sociaalwetenschappelijk onderzoek
Verzamelen en analyseren van empirische gegevens
Keuzes in het proces beïnvloeden resultaten
Resultaten en conclusies ondersteunen theorie of niet en gaan gepaard met onzekerheid
Vastleggen onderzoek ontwerp en data-management plan dragen bij aan
controleerbaarheid
Kwalitatief hoorcollege 1 KOM 04-09-2020
Voornaamste doel van kwalitatief onderzoek:
Sociale fenomenen te begrijpen vanuit hun natuurlijke context > bijv. zorg voor ouderen
Om empirische patronen te vinden
Die een startpunt kunnen zijn voor theorievorming
Ontwikkeling nieuwe theorie
Aanpassing of uitbreiding van bestaande theorie
Kenmerken van kwalitatief onderzoek:
1. Natuurlijke omgeving van respondent
2. Contextuele benadering
3. Perspectief van respondent staat centraal
4. Via specifieke observaties probeert de onderzoeker
De sociale werkelijkheid te omschrijven in al haar diversiteit
Naar algemeenheden te zoeken die nieuwe theorieën vormen of bestaande theorieën
aanpassen >>> Inductie
Een onderzoeksvraag van een kwalitatief onderzoek kun je herkennen aan de volgende elementen:
SPI(C)E:
Setting: waar, in welke context?
Perspective (of Population): voor wie?
Interest: wat?
(Comparison: vergeleken met wie/wat?)
Evaluation: met welk resultaat?
Voorbeeld: Wat zijn motieven om te daten bij eerstejaars studenten in Nederland?
Setting = Nederland
, Perspective = eerstejaars studenten
Interest = daten
Evaluation = motieven
Hoe worden data verzameld? > onderzoek ontwerp (hoe en bij wie)
Kwalitatief interview
Gesprek waarin de interviewer vragen stelt aan de geïnterviewde over: ideeën, motieven,
ervaringen, (gedragingen) > met betrekking tot een sociaal fenomeen
Geïnterviewde is: informant (helikopter view over onderwerp, 3 e persoonsperspectief) of
respondent (eigen persoonlijke ervaring, 1 e persoonsperspectief)
Onderzoeker is nadrukkelijk aanwezig bij de dataverzameling.
Soorten interviews: in hoeverre liggen inhoud, volgorde en formulering van vragen en
antwoordopties vooraf vast.
Ongestructureerd Semigestructureerd
Bovenstaande aspecten hangen af van verloop Wel topiclijst, bovenstaande aspecten hangen af van
en context van het interview context van het interview
Kwalitatief interview
Bij wie worden data verzameld?
Populatie > steekproef > data > resultaat > populatie
Voorbeeld: doelgerichte steekproef
Case study logic:
Onderzoeker gaat op zoek naar specifieke individuen die belangrijke informatie kunnen
geven > elk specifiek verhaal is waardevol en draagt bij aan beter begrip
Sample for range:
Onderzoeker gaat opzoek naar een zo breed mogelijke scala aan ervaringen
Hoe zit de verzamelde data eruit?
Vaak wordt het interview opgenomen volledig uitgetypt in een transcript
Tijdens het interview maakt de onderzoeker field notes:
Aantekeningen die waardevol kunnen zijn tijdens het analyseren van de data in een later
stadium > wie werd er geïnterviewd, locatie, indruk/gedrag van geïnterviewde, eerste
ideeën van onderzoeker over het interview
Letterlijk manuscript (uh…, [pauze], [onverstaanbaar]) en woordelijk manuscript.
Kwaliteit van het kwalitatief interview
Betrouwbaarheid (reliability)
Verloop van interview hangt af van de interviewer
Interviewer moet zich bewust zijn van eigen rol
Vergelijk het met richten op een schietschijf > schietpogingen zijn de interviewers die op allerlei
antwoorden komen, maar niet raak.
Semigestructureerde interview zal meer op elkaar lijken
met antwoorden.
Validiteit (validity)