Oefentoets KTF5
1. Bij wek begrip hoort de onderstaande betekenis:
‘het onderbrengen van een individuele patiënt bij een groep op basis van een aantal
gedeelde kenmerken’.
a. Classificeren
b. Diagnosticeren
2. Waar wordt het medicijn lithium voor gebruikt?
a. Onrust
b. Stemmingsstabilitisator
c. Schizofrenie
3. Wat is agorafobie?
a. Een extreme en aanhoudende angst voor en vermijding van bepaalde objecten en
situaties
b. Vermijdingsgedrag in situaties waarin een paniekaanval zou kunnen optreden
c. Intense angst van korte duur
4. Wat is een ander woord voor compulsie?
a. Dwanghandeling
b. Dwanggedachten
5. Wat is de betekenis van een Cyclothyme stoornis?
a. Chronische depressieve stoornis
b. Wanneer iemand last heeft van ernstige prikkelbaarheid en frequente driftbuien
c. Hierbij is sprake van wisselende stemmingen waarbij hypomane periodes afgewisseld
worden door extreme uitputting
6. ‘Verschijnselen die er niet zouden moeten zijn’.
Dit is:
a. Positief symptoom
b. Negatief symptoom
7. Katatonie is een toestand met specifieke bewegingsstoornissen/ motorische symptomen.
a. Onjuist
b. Juist
8. Welke stoornis valt NIET onder cluster A?
a. Paranoïde persoonlijkheidsstoornis
b. Schizo typische persoonlijkheidsstoornis
c. Narcistische persoonlijkheidsstoornis
9. Wat zijn executieve functies?
a. Empathisch vermogen
b. Controlefuncties hersenen
c. Vermogen om je te verplaatsen in een ander
1. Bij wek begrip hoort de onderstaande betekenis:
‘het onderbrengen van een individuele patiënt bij een groep op basis van een aantal
gedeelde kenmerken’.
a. Classificeren
b. Diagnosticeren
2. Waar wordt het medicijn lithium voor gebruikt?
a. Onrust
b. Stemmingsstabilitisator
c. Schizofrenie
3. Wat is agorafobie?
a. Een extreme en aanhoudende angst voor en vermijding van bepaalde objecten en
situaties
b. Vermijdingsgedrag in situaties waarin een paniekaanval zou kunnen optreden
c. Intense angst van korte duur
4. Wat is een ander woord voor compulsie?
a. Dwanghandeling
b. Dwanggedachten
5. Wat is de betekenis van een Cyclothyme stoornis?
a. Chronische depressieve stoornis
b. Wanneer iemand last heeft van ernstige prikkelbaarheid en frequente driftbuien
c. Hierbij is sprake van wisselende stemmingen waarbij hypomane periodes afgewisseld
worden door extreme uitputting
6. ‘Verschijnselen die er niet zouden moeten zijn’.
Dit is:
a. Positief symptoom
b. Negatief symptoom
7. Katatonie is een toestand met specifieke bewegingsstoornissen/ motorische symptomen.
a. Onjuist
b. Juist
8. Welke stoornis valt NIET onder cluster A?
a. Paranoïde persoonlijkheidsstoornis
b. Schizo typische persoonlijkheidsstoornis
c. Narcistische persoonlijkheidsstoornis
9. Wat zijn executieve functies?
a. Empathisch vermogen
b. Controlefuncties hersenen
c. Vermogen om je te verplaatsen in een ander