Aantekeningen kennisclips periode 3 straf(proces)recht.
Week 1
Het strafrecht houdt zich bezig met het straffen van personen die een strafbaar
feit hebben gepleegd en wie de straf krijgt en waarom. In het strafrecht is
bepaald wat we niet mogen doen.
Belangrijkste functie is het bewaken van veiligheid en het ordelijk verloop van de
samenleving door middel van handhaving van rechtsregels, vervolging en
bestraffing. De staat is de enige die een straf kan opleggen.
Omdat de staat als enige de bevoegdheid hiervoor heeft wordt dit ook wel de
monopolie positie van de staat genoemd. Deze positie hangt samen met het
voorkomen van eigenrichting. Het is dus niet de bedoeling dat de burger zelf het
recht in eigen hand neemt.
Strafrecht valt onder publiekrecht omdat het gaat om een relatie tussen burgers
en de staat. De officier van justitie is de vertegenwoordiger van de staat en
werkzaam bij het openbaar ministerie. De officier van justitie is de enige die een
verdachte kan dagvaarden en voor de strafrechter kan brengen. De officier van
justitie en daarna het openbaar ministerie hebben een vervolgingsmonopolie.
Legaliteitsbeginsel is terug te vinden in artikel 1 Wetboek van Strafrecht, artikel
16 Grondwet en artikel 7 EVRM.
Het legaliteitsbeginsel houdt in dat strafbepalingen altijd in het geschreven recht
terug te vinden moeten zijn. Ook moet de bepaling voldoende duidelijk zijn zodat
men weet welk gedrag verboden is. Zo’n bepaling mag niet te vaag beschreven
zijn. Ten derde vloeit het verbod op terugwerkende kracht voort uit het
legaliteitsbeginsel. Dit houdt in dat het gedrag pas strafbaar is als er ten tijde van
Week 1
Het strafrecht houdt zich bezig met het straffen van personen die een strafbaar
feit hebben gepleegd en wie de straf krijgt en waarom. In het strafrecht is
bepaald wat we niet mogen doen.
Belangrijkste functie is het bewaken van veiligheid en het ordelijk verloop van de
samenleving door middel van handhaving van rechtsregels, vervolging en
bestraffing. De staat is de enige die een straf kan opleggen.
Omdat de staat als enige de bevoegdheid hiervoor heeft wordt dit ook wel de
monopolie positie van de staat genoemd. Deze positie hangt samen met het
voorkomen van eigenrichting. Het is dus niet de bedoeling dat de burger zelf het
recht in eigen hand neemt.
Strafrecht valt onder publiekrecht omdat het gaat om een relatie tussen burgers
en de staat. De officier van justitie is de vertegenwoordiger van de staat en
werkzaam bij het openbaar ministerie. De officier van justitie is de enige die een
verdachte kan dagvaarden en voor de strafrechter kan brengen. De officier van
justitie en daarna het openbaar ministerie hebben een vervolgingsmonopolie.
Legaliteitsbeginsel is terug te vinden in artikel 1 Wetboek van Strafrecht, artikel
16 Grondwet en artikel 7 EVRM.
Het legaliteitsbeginsel houdt in dat strafbepalingen altijd in het geschreven recht
terug te vinden moeten zijn. Ook moet de bepaling voldoende duidelijk zijn zodat
men weet welk gedrag verboden is. Zo’n bepaling mag niet te vaag beschreven
zijn. Ten derde vloeit het verbod op terugwerkende kracht voort uit het
legaliteitsbeginsel. Dit houdt in dat het gedrag pas strafbaar is als er ten tijde van