LEERDOEL: HEBBEN PERSOONLIJKHEIDSKENMERKEN VAN DE LEIDER
INVLOED OP DE LEIDERSCHAPSSTIJL?
Bono, J. E., & Judge, T. A. (2004). Personality and
Transformational and Transactional Leadership: A Meta-
Analysis.
PERSOONLIJKHEID EN LEIDERSCHAP:
→ Charisma was de eigenschap die het meest geassocieerd bleek met
persoonlijkheid.
→ Managemen-by-exception bleek het minst geassocieerd met persoonlijkheid.
TRANSFORMATIONEEL LEIDERSCHAP:
→ Positief (+) gerelateerd (C), (A), (O), (N) en (E).
→ (E) was hierbij de het enige component van de BIG5 die genoeg variantie
verklaarde om een goede verklaarde om een goede voorspeller te zijn van
transformationeel leiderschap.
→ Het zou echter wel maar 12% van de variantie van charisma verklaren en dit
percenage verklaarde variantie zou nog lager liggen bij intellectual stimulation en
individualized influence.
TRANSACTIONEEL LEIDERSCHAP:
→ minder sterk gerelateerd aan persoonlijkheid dan transformationeel
leiderschapsgedrag.
→ (E) bleek van alle BIG 5 componenten nog de beste voorspeller voor transactioneel
leiderschap.
→ (A) bleek van alle BIG5 componenten de beste voorspeller voor contingent
reward.
→ (A), (C) en (E) hadden een negatieve (-) relatie met management by exception-
passive
DISCUSSIE:
PUNT 1: De gevonden resultaten van de meta-analyse waren zwak
VERKLARINGEN:
1. De soorten leiderschapsgedragingen zijn niet aangeboren net als leiderschap
effectiviteit.
2. De soorten leiderschap hebben dis positionele antecedenten die niet
geanalyseerd kunnen worden door het 5-factor model.
3. De focus lag op specifieke leiderschapsgedragingen, dit kan de link hebben
verminderd.
PUNT 2: De gevonden resultaten hadden een hoge variabiliteit:
VERKLARING:
→ De BIG 5 kent veel kanttekeningen
LEERDOEL: HOE BEÏNVLOEDEN VOLGERS HET GEDRAG VAN HUN LEIDER?